De generale repetitie van zondag was het trio blijkbaar zo goed bevallen dat de show die maandag als het officiële startsein van de Police Tour gold nauwelijks werd aangepast. Maar een Message In A Bottle dat door vierduizend kelen wordt meegebruld klinkt toch anders dan wanneer dat zoals maandag door meer dan twintigduizend fans wordt gedaan.
En waar Sting en gitarist Andy Summers een dag eerder een half uur nodig hadden voor ze elkaar echt aankeken, vinden hun blikken vol verbazing over het publieksenthousiasme elkaar nu meteen.
Een beter visitekaartje dan dit kan het trio zich ook niet wensen. Alles wat de groep in 1979 uniek maakte zit erin, maar het voelt in de ijshockeyhal van Vancouver geen moment als nostalgie, eerder als een hernieuwde kennismaking met een geluid dat verdwenen leek.
Origineel
Het geluid waarmee The Police tussen pakweg 1978 en
1984 de wereld veroverde was zeker in de eerste jaren volkomen origineel. De
soulvolle falset van zanger Sting, de voor punkrock verrassend complexe
jazzy gitaarakkoorden van gitarist Andy Summers en de met reggae en andere
exotica gelardeerde drumpartijen van Stewart Copeland leverde een combinatie
op die, hoe wonderlijk ook, toch klopte.
The Police was juist op hun best wanneer ze geen malligheid als toetsen, saxofoon (volgens Andy Summers in zijn autobiografie ‘un-Police shit ’) en dameskoortjes toelieten. Als rocktrio bleken ze ongenaakbaar.
En wat een geluk dat ze, na ruim twee decennia niet meer samen gespeeld te hebben, niet voor de verleiding bezweken zijn om de boel op te leuken met een stel gastmuzikanten.
Misschien wel het mooist aan The Police live is dat ze alles met z’n drieën doen. Al die lelijke toetsenpartijen die ook hun latere platen ontsieren zijn weg en vervangen door de gitaar van Summers of de drums en percussie van Copeland. Zo klinken Every Little Thing She Does Is Magic en Wrapped Around Your Finger nu veel beter dan op plaat. Summers durft flink te soleren, wat hij in de punktijd niet mocht, en Copeland verlaat een enkele keer zijn drumstel om zijn als een laboratorium opgesteld percussie-instrumentarium te bedienen.
Bombast blijft achterwege
Maar iedere stadionbombast blijft
achterwege. Bij The Police geen enkel effectbejag meer. Zelfs het podium is
van iedere afscherming of decor ontdaan. Het publiek zit rondom en een deel
ziet de band alleen op de rug.
Zo weinig afleiding is riskant. Niet wanneer de beste Policenummers voorbijkomen: een prachtig verstild Walking On The Moon, het ruige punky Truth Hits Everybody en de nog altijd zinderende reggae van Bed’s Too Big Without You. Dan is de sfeer onder tienduizenden even euforisch.
Sting-met-een-band
Maar zo vlak voordat de set wordt afgesloten
gaat het bijna mis, in het door een al te uitgelaten Sting opgerekte
Roxanne. Dan horen we niet The Police maar Sting-met-een-band. En
Invisible Sun wordt visueel ondersteund door beelden van oorlogsleed,
terwijl we net dachten dat The Police het eindelijk zonder dergelijke
obligate uitingen van vredelievendheid kon stellen. En ook Walking In
Your Footsteps neigt met al die gewild oosterse percussie toch te veel
naar Sting solo.
En die waren we de eerste anderhalf uur nu juist bijna vergeten. Hij heeft in de twintig jaar dat hij solo is vaak nummers van The Police gezongen, maar bewezen wordt vanavond dat ze eigenlijk alleen goed klinken met zijn maatjes van weleer.
Sting (55), Stewart Copeland (54) en Andy Summers (64) hebben dertig jaar geleden muziek gemaakt die door niemand kon worden nagedaan (wel eens een goede Police-cover gehoord?).
Die drie samen spelen nog altijd geweldig, zo bewijzen ze in Vancouver. En wanneer ze half september de Amsterdam Arena aandoen dan zijn alle overbodige Sting-stijlmiddelen hopelijk verdwenen. Of niet, dan mag hij zich opnieuw winnaar noemen van de richtingenstrijd in The Police. Dat zou zonde zijn.
The Police. General Motors Place, Vancouver, 28 mei.
