Ze noemt zich met liefde een Nederbelg en zou graag een dubbele nationaliteit hebben. In de huidige politieke discussie wordt het begrip loyaliteit in een verkeerd daglicht gezet, vindt ze. ‘Alsof je dat kunt afmeten aan een document. Ik heb een Nederlands paspoort maar woon sinds een paar jaar in Antwerpen. Ik ben loyaal aan Vlaanderen, mede omdat ik daar mogelijkheden ontdek om mij op performancegebied verder te ontwikkelen. Moet ik het Nederlanderschap opgeven om Belg te kunnen worden? Moet ik dan de staatsprijs voor kinder- en jeugdliteratuur teruggeven die ik in 2000 van het ministerie van OCW ontving? Ik voel mij óók een Nederlandse schrijfster en illustrator.’
Bekende kunstenaars zouden zich meer in dit debat moeten mengen, vindt de vaak gelauwerde Joke van Leeuwen. ‘Ik teken en schrijf vanuit een levenshouding die gevoed is doordat ik geboren ben in Nederland maar van mijn 13de tot mijn 30ste in Brussel heb gewoond. Net nieuw in de klas kreeg ik een reprimande omdat ik bij de L opstond in plaats van bij de V van Van Leeuwen. Het gewone was dus al niet gewoon. Dat soort misverstanden, ook rond tweetaligheid, hebben mijn blik gevormd. In mijn werk houd ik het vanzelfsprekende nooit voor vanzelfsprekend.’
Bij Van Leeuwens leven horen twee paspoorten, wil ze maar zeggen. En bij haar kunstenaarschap horen er wel drie. Schrijfster, illustrator én performer. Zondag vindt in Amstelveen de Nederlandse première plaats van haar familievoorstelling Ozo Heppie (vanaf 8 jaar). Samen met pianiste Caroline Deutman speelt, zingt en tekent ze (met behulp van een Wacom-tekentablet) verhalen, gedichten en gedachten, rond het thema van de verwonderde, eigenzinnige blik. Bijvoorbeeld over de vraag waarom lopen liep werd, maar hopen niet hiep. Of waarom sommige versjes nooit af zijn, of waarom je een deur op drie manieren open kunt doen. Een lichtvoetig associatief spel met woorden, begrip en verstaanbaarheid. En vooral: het plezier van taal.
Ondertussen toert ze samen met de Bosnische zanger en gitarist Mario Paric door Vlaanderen, met EN/EN, een cabareteske en beeldende muziektheatervoorstelling voor volwassenen, die later in Nederland komt. Niet toevallig een optreden over leven in meerdere culturen, met een semi-inburgering voor het publiek.
Dertig jaar geleden won ze na de kunstacademie alle prijzen op het Camerettenfestival. Ze maakte drie cabaretprogramma’s en luisterde conferenties en studiedagen op met een grotesk half uur. Toen ze moeder werd, liet Van Leeuwen het theater voor wat het was, ook omdat ze de cabaretwereld op dat moment weinig inspirerend vond. Nu is ze terug, 54 jaar, ‘een herintreder’, zegt ze zelf.
Niet dat ze het tij zo veel rooskleuriger vindt. ‘Ik heb de indruk dat veel theaters programmeren in de kuddegeest van het consumentisme. Eigenzinnigheid verdwijnt. Het marketingdenken overheerst. Voorstellingen die dwars zijn, waar niet direct een etiket is op past, worden spaarzamer. Terwijl kinderen het vaak bevrijdend vinden mee te mogen gaan in iets poëtisch dat nog niet tot op de letter is ingevuld.’
Met afgrijzen denkt ze aan de opening van de kinderboekenweek twee jaar geleden, waar ze als ‘ster’ werd neergezet aan een tafel zonder boeken. ‘Glamour verkoopt, redeneren ze.’
Van Leeuwen, als kind al dwars, zou graag een pleidooi voor tegendraadsheid willen houden. ‘Toen ik zeven was, moest ik naar een verkeerspark in Assen. Gingen alle kinderen naar rechts, ging ik naar links. Schalde er een goddelijke stem uit een toren die mij terugriep. Ik had niet door dat het was om de verkeersregels te leren.’
Het spelen met taal ontdekte ze thuis, in hun gezin met zes kinderen, zonder televisie. Ze maakte een huiskrant en hield songfestivalavondjes met hun huisorkestje. Haar vader was theoloog, haar moeder speelde ‘prima piano’. Hoewel de grondtoon van al haar geschreven werk in wezen spreektaal is, weet ze dat ze in het theater, niet zo ver kan gaan met haar absurde associaties als in haar boeken. ‘Mensen kunnen niet terugbladeren. Maar ik weet dat ik met een zaal kan spelen. Dat ik het publiek kan laten meezingen. Ik voel mij op mijn plek. Optreden vormt een mooi tegenwicht tegen de eenzaamheid van het schrijven en tekenen.’
