Was haar lichaam de dirigent van zijn handen?

Edith Koenders op 23 juni '06, 12:03, bijgewerkt 23 juni '06, 12:24

Art. 285b luidt de nuchtere titel van het kleurrijke en klankvolle debuut van Christiaan Weijts (1976), journalist van het Leids universitair weekblad Mare. Ruim driehonderd pagina’s lang probeert de hoofdpersoon, achtergrondpianist en pianoleraar Sebastiaan Steijns, zijn publiek en zichzelf ervan te overtuigen dat hij geen misdrijf heeft gepleegd, maar handelde uit liefde. Ja, dat zeggen ze allemaal, die stalkers, die afgewezen minnaars die hun liefje niet los kunnen laten en die via Art. 285b tot de orde geroepen dienen te worden. Je hebt ze in soorten en maten, en het zijn niet altijd mannen. Zo werd Franz Liszt (die ook een rol in deze roman heeft) ooit achtervolgd door een ex-minnares die het presteerde om tijdens een diner ‘op tafel te springen en obsceen te gaan dansen’.

De femme fatale waar het hier allemaal om draait, de aanklaagster, is Victoria, die naar de vooropleiding dans wil en haar studiegeld verdient met optredens in een peepshow. Over obsceen dansen gesproken. In een cabine leert ‘verdachte’, zoals Sebastiaan in de reconstructie van zijn heftige relatie wordt genoemd, haar kennen als Diana 4. Het is natuurlijk geen toeval, deze namen. Victoria of Vicky en Diana staan voor de overwinning en de jacht.

Het 19-jarige ambitieuze meisje laat niet met zich sollen, ze heeft de touwtjes stevig in handen, en ook al etaleert ze haar lichaam, ze is wél de baas. Ze is ‘een nieuw type meisje’ dat macht uitoefent over de iets oudere Sebastiaan. ‘Als je de lange evolutie van de vrouw overzag, vanaf de rib tot aan de Opzij-cover, dan was het feitelijk pas gisteren dat zij zich had bevrijd uit de tirannie van de mannelijke dominantie. (...) Wat je ook van het derde millennium mocht denken, één ding was zeker: het zou het millennium zijn van de vrouw.’ Sebastiaan kan die ontwikkeling nauwelijks bijbenen

In Art.285b draait het om bespelen en bespeeld worden, in de ruimste betekenis. Heel concreet is er de piano. Soms begeleidt Sebastiaan Vicky tijdens haar dansrepetities op de piano die ze speciaal voor hem heeft gekocht. Ook dan weet ze hem op te zwepen: ‘Wie bespeelde hier wie? Was haar lichaam de dirigent van zijn handen of was zij, verbonden door draden van bas en melodie, de marionet aan zijn tien vingers?’

De pianist en de danseres, beiden geobsedeerd door verlangen om diep door te dringen in de kunst en in het leven. Vicky spoort niet helemaal, ze stort zich in het nachtelijk leven, is nooit thuis, heeft horden vrienden, snuift cocaïne, is onberekenbaar én zoekt seks. Niet te verwarren met liefde. Sebastiaan op zijn beurt trakteert zich na ‘zeven jaar de Tristan’ uitgehangen te hebben met een jeugdvriendin, op ‘een Casanova-inhaalcursus’. Hij leidt bovendien een dubbelleven, want al is hij geobsedeerd door Vicky, hij krijgt in zijn woonplaats Leiden verkering met een leerlinge, de 15-jarige Italiaanse Rosa, met wie hij pianospeelt, wandelt, goede gesprekken over muziek voert én de liefde bedrijft.

Weijts schrijft met een bewonderenswaardige souplesse en precisie. Art.285b is een diepgravend betoog, doorspekt met kinderlijk lieve mails van Rosa, doeltreffende sms’jes en keiharde replieken van Vicky: ‘Nee, lieve Sebastiaan, wat zul jij je gebruikt voelen. Al die etentjes, al die avonden, al die gesprekken, al die dansrepetities, al die wandelingen in het park, al die avonden toneel en* niet één keer geneukt.’

Minstens zo belangrijk als de (zeer plastisch beschreven) seks is de muziek. Weijts heeft zijn roman knap gecomponeerd rond de sonates van de Italiaanse componist Scarlatti. Het is deze muziek die het verhaal weer laat dansen als het boek na ongeveer tweehonderd pagina’s wat begint in te zakken. Debet daaraan is de columnist in Weijts, die duidelijk overal een mening over heeft en gerust anderhalve bladzijde kan uitweiden over de samenleving en haar procedures. Of over de liefde: ‘Het pad van de liefde slingerde langs een strafrechtelijk ravijn. Want wanneer was een intimiteit nu eigenlijk gewenst of ongewenst, tuchtig of ontuchtig? Niemand die dat vooraf vroeg en contractueel liet vastleggen.’

Tegelijkertijd is het diezelfde behoefte aan het beschouwen en verwoorden van het moderne leven die van Art. 285b meer dan een gewone relatieroman maakt. Want niet de verloren liefdes zijn uniek, wel de variatie, de vertolking zoals Weijts die hier ten tonele voert. Het is kiezen ‘tussen Chopin en Liszt, en diep in zijn hart wist hij dat hij al meer Liszt was geworden dan Chopin’.

Christiaan Weijts: Art. 285b. De Arbeiderspers; 325 pagina’s; €18,95. ISBN 90 295 6220.

Stuur dit artikel door
Plaats artikel op MSN Reporter
Plaats artikel op Linkedin
Plaats artikel op Facebook
Plaats artikel op NuJIJ
Plaats artikel op Hyves
Bewaar op Delicious
Plaats artikel op Twitter
E-mail
Printversie
Tags:
POPULAIR