‘Ik heb de kathedraal afgestoft, de banken eruit gesleept’

Roland de Beer op 10 maart '06, 15:19, bijgewerkt 10 maart '06, 15:42

‘O hoofd vol bloed en wonden/ Vervloekte doornenkroon.’ Matthäus Passion, koraal nr. 54/63. Om het woordritme van deze fameuze episode maar even aan te houden: het-is-wel-even-wen-nen. Maar-klinken-doet-het-toch.

‘O Haupt voll Blut und Wunden: die zin die móest ik houden, daar-kun-je-niet-omheen.’ Aldus de zanger en vertaler Jan Rot, die het koraalmetrum na jaren van wanhoop en vreugde in de omgang met Johann Sebastian Bach nu ook onwillekeurig in de conversatie blijkt te hebben zitten.

Opgewekt overhandigt hij een platendoosje: Bachs Mattheuspassie BWV 244, met Jezus en een zingende ‘verteller’ in de hoofdrollen van een Nederlandse tekstversie van Jan Rot, uitgevoerd met het Residentie Orkest onder leiding van Jos Vermunt.

O Haupt, sonst schön gezieret? Welnee. ‘Straks hang je aan drie wonden, de spieren scherp verzuurd’, treurt het Residentie Bachkoor in de voortzetting van koraal 54/63, om aan te geven dat Rot geen toonbeeld is van een volgzame letterknecht. ‘Je hart verhit, gaat malen, wie uitdroogt raakt in shock’, doceert het koor in hetzelfde nummer, merkbaar op de hoogte van de verzamelde analyses van de bijbelkenner en anesthesist in ruste prof. Bob Smalhout.

Rot is geen Jan Engelman, de dichter die Bachs Matthäus kort na de oorlog pruimbaar voor Duitsland-haters trachtte te maken. Sommige zinnen uit de Passion unseres Herrn Jesu Christi van Bachs hoogsteigen librettist Mattheus zien er na behandeling van Rot een tikje anders uit.

‘Daar kan die haan mooi naar fluiten.’ Dat zingt de apostel Petrus (bas), als Jezus voorspelt dat de volgeling hem zal verloochenen nog voor de haan kraait. Ook de woorden van C.F. Henrici alias Picander, de Leipziger postmeester en vrijetijdsdichter die Bach assisteerde met goedbedoelde koor- en ariateksten, kregen in de tekstverwerker van Rot een ander kapseltje. ‘Jezus! Waar? Ze slaan hem lens!’, is het alarm dat concertgangers en cd-luisteraars direct te horen krijgen bij het openingskoor ‘Kommt, ihr Töchter, helft mir klagen’.

Erop af. ‘De eerste klodder spuug was meteen al raak’, zingt de evangelist of ‘verteller’ Mattheus. ‘Verraden met een klapzoen!’, moppert Petrus als Judas is aan komen zetten met de tempelwacht. Ook de Heiland zelf is geen kandidaat voor een Leipziger medaille voor consequent Bach-purisme: ‘Is het veel gevraagd om een uurtje op te blijven?’, foetert hij naar zijn discipelen in een licht jofeltjes gehouden recitatief nr. 24/30.

Jan Rot, ‘zanger en vertaler van meesterwerken’, zoals zijn visitekaartje aangeeft, heeft lang gedaan over zijn jongste project, maar nu kan hij zeggen dat het mooi is geworden, dat hij mensen met een blijde boodschap naar huis kan sturen, en intussen heel erg van Jezus is gaan houden. ‘Je moet vooral zorgen’, stelt hij, ‘dat de tekst niet als een “'vertaling”' overkomt, maar als een nieuwe eenheid.’ Hij heeft zinspelingen geskipt als ze niet klonken. ‘Bach stond voorop. Het moest klinken alsof hij de muziek op mijn tekst heeft gemaakt.’

Hij heeft de ‘wijsvinger van Bach’ gevoeld, midden in de nacht, als het niet meezat.

De équipe van Jos Vermunt brengt de podiumpremière van Rots versie op 11 april in de Haagse Anton Philipszaal, met de bas Marc Pantus als Jezus, de tenor Marcel Beekman als verteller, en ariasolisten als de sopraan Francine van der Heyden en de alt Tania Kross. ‘Moeten we dát gaan doen?’, reageerden sommige zangers. ‘Ja, het roept meteen iets op. Het pakt’, zegt Rot.

Zélf de evangelistenrol zingen: Jan Rot, ex-zanger van The Streetbeats en schepper van warm ontvangen solo-albums als Rot & Roll en Rot voor jou, heeft de aanvechting snel laten varen. ‘Eén stap tegelijk graag. Als ik de tekst vervang en ik ga er ook nog bij zingen, dan krijg je een soort Ekseption-effect.’

Geen Bach-popconcept dus à la wijlen Rick van der Linden, de Haarlemse toetsenist die met zijn band Ekseption beroemd werd met de Air of ‘aria’ uit een van Bachs orkestsuites, waarbij Veronica-dj’s dachten dat dat air een titel was die op de lucht sloeg. Cabaretiers en acteurs komen er ook niet in, in Rots Mattheus-cast. ‘We hebben het er wel over gehad dat je voor de aria’s echte zangers kon nemen, en acteurs voor het hoorspelgedeelte. Je zou er een heel eind mee komen, maar mijn doel van dat hele ding is die klassieke muziek. Dat je die naar onze tijd brengt en goed en liefdevol behandelt.’

Zo vanzelfsprekend was dat anders niet, in het begin. Rots vader, zendingsarts in Makassar met een warm kloppend hart voor klassieke muziek, kon al niet tegen klassieke zang. ‘Vooral sopranen vond hij een crime. Ook hoe die mensen erbij keken... Dat krijg je als gereformeerde jongen gewoon mee. Ik heb zelf een hele kast vol klassiek, maar bijna alles instrumentaal.’

Toch moet dat vocale werk op een of andere manier mooi zijn, knaagde het. ‘Ik kwam maar niet binnen. Totdat ik een boekje las met mooie teksten van liederen van Mahler. Ik kreeg behoefte die teksten overnieuw te doen en er eigen muziek bij te maken.’

Plotseling lag bij Jan Rot Ich habe im Traum geweinet in de cd-speler, het dertiende nummer van Robert Schumanns liedcyclus Dichterliebe. ‘Im Traum geweinet, hoe zeg je dat in het Nederlands? Als je dat dan zong in het Nederlands, werden diezelfde noten popmuziek! Op dat moment dacht ik, o wat is dit mooi.’

‘Wil Jantje graag met Pietje, wil Pietje helaas liever Klaas’, luidt het ritmisch correct in de Dichtersliefde van Schumann en Jan Rot, naar Heinrich Heines Ein Jüngling liebt ein Mädchen, die hat einen andern erwählt. Die liefde was nog van een zich ‘hotero’ noemende Jan Rot, toen hij beurtelings ‘terug naar de meisjes en dan weer naar de jongens’ ging. De Winterreis van Rot en Franz Schubert, ‘huiveringwekkende liederen’ naar tekstvoorbeelden van Wilhelm Müller, zong Rot al niet zelf meer. Hij vond het mooier met een echte bariton, Maarten Koningsberger.

Rot: ‘En toen kwam vanzelf de Mattheus op mijn pad.’

Ook dat weer niet gratis en voor niets. Rot kreeg last van ‘misselijkheid’. De nederige devotie van Ich will Dir mein Herze schenken (sopraanaria 13/19): ‘Hoezo? Waarom? Dat weet ik zo net niet. Dat stoort me.’ En toch: ‘Mattheus riep mij. Ik niet de Mattheus.’

Het werd afrekenen met het geloof. ‘Jij moet dit gewoon doen. Jezus heeft meer geleden dan jij’, hoorde Rot, en hij liet zich pijnigen. ‘Ik ben maar begonnen met wat woorden op die noten te zetten. Wat ging er goed op die muziek?’

Rot zingt: Hee daar Stap Eens van je Fiets – Jezus Hangt daar Niet voor Niets. ‘Helemaal helder! Zo heb ik om te beginnen een soort proeflibretto gemaakt. Maar wat had Bach nou eigenlijk bedoeld?’

Rots vader haalde ieder jaar rond Pasen zijn Matthäus-platen tevoorschijn bij de koffie en legde ze ‘met bij voorbaat vochtige ogen’ op de radio-pickup. Voor Jan en zijn broer had hij de tekst in vertaling uitgetikt, zodat ze het verhaal konden volgen. Na kant drie mocht hij weg, maar meestal bleef hij zitten, ‘want ik ben een kwezel’.

Uit de religie gevallen (‘We waren leuk gereformeerd, je mocht zelf kiezen, net als bij geloven in Sinterklaas’), zag hij in Nederland op z’n vijftiende Jesus Christ Superstar. ‘Daar kwam ik wel geschokt uit – van “misschien is het toch wel allemaal echt”. Ik ben ’s nachts in de tuin gaan zitten met de wens: “Geef een teken dat u bestaat!” Er gebeurde natuurlijk niks.’

‘Uitgestreken smoelen’ zag hij zes jaar geleden in het Concertgebouw, toen hij zich had laten verleiden tot een bezoek aan de Matthäus Passion van een toegewijde oratoriumvereniging. Maar op een goede dag kwam Picander, de Leipziger postmeester en 18de-eeuwse rijmelaar van Bach, tevens maker van schunnige versjes, in huize Jan Rot zitten en dat hielp. ‘Hij ging meekijken. Er was iemand in mijn kamer die dingen zei over problemen waar ik maanden mee bezig was. Bijvoorbeeld: Wir setzen uns in Tränen nieder. Wat moest ik daar nou mee? Totdat je beseft wat daar nou werkelijk gebeurt aan dat slot. Schuif rond de steen, buig nu in tranen.’

De bedoeling, besefte Rot, is ‘dat je er in je eigen taal gewoon niet meer omheen draait’. Zo werd het sinistere dubbelkorig-fugatische Kreuzigt ihn ‘géén tuttig’ Kruisigt hem. Het is ‘Op naar Golgo-hohohohooo-hohotà’ geworden.

Het op te eten en symbolisch te beklagen ‘offerlam’ heeft Rot rüchsichtlos opgeofferd (‘Ik voel het meer in de geest van Reve: “Zeg, dat koninkrijk van u, komt daar nog wat van?”’). Latente jodenhaat (‘Zijn bloed kome over ons en onze zonen? Bah, nee’) is ausradiert en thans brullen de spotters van Jeruzalem vindingrijk tot de Gekruisigde: ‘Tover met tempels, simsalabim, en hocus-pocus pas Pilatus!’

Rot wil ‘het verhaal van Jezus vertellen’ en is nochtans niet bang te worden nagewezen als tuthola van de zondagsschool. ‘Het gaat niet over zoete devotie maar over een mens die de god der wrake veranderde in een god der liefde. Stel jezelf als toerist in een kathedraal voor, dan ben je toch ook gauw onder de indruk van die schilderijtjes? Ik heb die kathedraal wat afgestoft, de banken eruit gesleept.’

Jezus intussen, ‘de mens die om zijn ideaal in de grond wordt gestampt’, heeft bij Rot geen hotero-interesses, ook niet voor zijn lievelingsdiscipel Johannes. ‘Het seksleven van Jezus is in de passie onbelangrijk.’ Wel is hij (‘net als ikzelf’) aan de vrouw geraakt. Maria Magdalena. En dat terwijl Rot, na het lezen van stapels Bach-literatuur en het veelvuldig intikken van Jezus in het Google-venster, niet eens meer toekwam aan de thriller De Da Vinci Code, waarin Dan Brown dat allemaal uitlegt.

Wel staan in Rots Dagboek Mattheus onder de tientallen bronnen die hij las, Van Dale’s spreekwoordenboek en Bakkers rijmwoordenboek vermeld, naast studies van Kuitert en Smalhout. Zo citeert Mattheus de arts in recitatief 58a/67: ‘Na een drietal duimdikke spijkers door polsen en voeten, zo door de zenuw heen, werd hij opgehesen.’ En zo staat het van de weeromstuit op het label Deutsche Grammophon.

Jan Rot (48): ‘Hoger kan ik niet komen. Als ik ooit mijn hoofd op een kokosnoot leg, dan zal in alle stukjes staan: “In 2006 vertaalde hij de Mattheus”.’

Bach/Jan Rot: Mattheuspassie olv Jos Vermunt. Deutsche Grammophon.

Jan Rot: Dagboek Mattheus. Eigen beheer Jan Rot (www.janrot.nl).

Stuur dit artikel door
Plaats artikel op MSN Reporter
Plaats artikel op Linkedin
Plaats artikel op Facebook
Plaats artikel op NuJIJ
Plaats artikel op Hyves
Bewaar op Delicious
Plaats artikel op Twitter
E-mail
Printversie
Tags:
POPULAIR