Een meteoriet dondert het dorp binnen

Judith Janssen op 18 februari '05, 10:47, bijgewerkt 27 januari 2006 20:16

Toch voert hij het woord in de nieuwe roman van Tommy Wieringa. Meer dan driehonderd pagina's lang kletst hij ons de oren van het hoofd. Zijn lichamelijke roerloosheid weerhoudt hem er niet van om zijn verbeeldingskracht ten volle te benutten. Integendeel. Met lichte toets vertelt hij over het wel en wee van zijn directe leefomgeving.

Fransje woont in Lomark, een kleine gemeenschap waarvan de sloperij van zijn vader en een asfaltbedrijf de belangrijkste pijlers zijn. De tijd lijkt er al generaties lang stil te staan. De rivier stijgt en daalt, en de familie Maandag is nog steeds de belangrijkste van het dorp. Als Fransje de ogen opent na 220 dagen in coma te hebben gelegen, valt hem iets op. Er lijkt iets onbestemds in de lucht te hangen, en in de op fluistertoon gevoerde gesprekken aan zijn ziekbed domineert steeds één naam: Joe Speedboot.

In de ambitieuze, groots opgezette coming-of-age-roman Joe Speedboot van Tommy Wieringa, die al eerder redelijk succesvol was met zijn roman Alles voor Tristan, groeit de intelligente Fransje keurig op, ondanks de vele gebreken en handicaps die hij aan zijn ongeluk heeft overgehouden. Dat hij de moed erin houdt, heeft vooral te maken met de onverschrokkenheid van de nieuweling in Lomark, Joe Speedboot.

De excentrieke Joe donderde 'als een meteoriet' het dorp binnen en is daar met dezelfde snelheid blijven rondrennen. Hij fabriceert bommen en een vliegtuig (luchtwaardig!) en maakt van een shovel een raceauto voor de rally Parijs-Dakar. Joe is gepreoccupeerd met techniek en beweging, en misschien is dat wel de reden waarom hij als een van de weinigen aandacht schenkt aan Fransje. Deze 'half mens, half wagen' beweegt zich voort met wiel, rubber en asfalt, en past dan ook in de mechanische wereld van Joe.

De beweeglijke, energieke Joe en de roerloze Fransje worden vrienden. Samen met Christof en Engel worden ze volwassen. Maar Fransje volgt een ander pad dan de rest. Christof, Engel en Joe gaan studeren en trekken weg uit het dorp. Fransjes wereld blijft klein en overzichtelijk.

Waar iedereen druk is met allerhande bezigheden heeft híj tijd genoeg. Zo gauw hij zijn rechterarm voldoende kan bewegen, begint Fransje te schrijven. Beetje bij beetje en schriftje na schriftje ontwerpt hij een uitwaaierende 'Geschiedenis van Lomark en zijn bewoners'. Fransje vertelt over Papa Afrika, de eerste 'neger' in Lomark, die in een zelfgebouwde boot terug naar Egypte vlucht; over PJ, het mooie meisje dat met haar Zuid-Afrikaanse tongval iedereen betovert; en over de familie Eleveld wier lot bepaalt dat er al generaties lang dingen op hun hoofd vallen (van Amerikaanse oorlogsbommen tot honden). Fransje is overal bij, maar altijd als buitenstaander. Zelfs als de vier vrienden samen plannen maken, spreekt hij van 'ze' en 'zij', zelden van 'wij'.

Dit afstandelijk observeren laat Wieringa ook terugkomen in zijn schrijfstijl, die simpel is maar sierlijk, met een verrassende beeldentaal die de eenvoudige Lomarkers tot exotische personages maakt. Fransjes moeder is 'bergachtig gebouwd', en als Papa Afrika de winter slecht heeft doorstaan, heeft hij 'de kleur van ongebeitst tuinmeubilair' aangenomen. Ook de seizoenswisselingen en de natuur worden prachtig beschreven. 'Toen het gras smeulde op de velden en er schapen met een zonne steek naar het abattoir moesten voor een noodslachting (. . .), heb ik leren drinken.' Of: 'De bomen op de begraafplaats trommelden met houten vingers op de achterkant van mijn huis.'

Fransje geniet van zijn verzameling anekdotes en Lomarkse wetenswaardigheden - en wij doen dat met hem. Het is door Wieringa's verbeeldingskracht dat het dorpje werkelijk tot leven komt. Het contrast tussen de krioelende dorpsbewoners - Fransje vergelijkt hen met een nest vol muizen - en de gehandicapte jongen met zijn broze gevoelens geeft het boek een aangename dynamiek.

Er is één minpuntje, dat te maken heeft met de ontwikkeling die Fransje doormaakt en de melancholische berusting die hem uiteindelijk treft. Fransje raakt allengs 'vergroeid met zijn onbeweeglijkheid' en Joe en de Lomarkers komen steeds minder ver van hem af te staan. Dat is fijn voor Fransje, maar het doet afbreuk aan het observerende karakter van het boek. Waar Fransje op afstand blijft en slechts door de indringende aanwezigheid van zijn gebrek deelneemt aan de gebeurtenissen, is Joe Speedboot het mooist. Fransje is dan een aansprekend medium dat met zijn fantasie net dat beetje extra toevoegt aan de humoristische bezigheden van een handvol dorpsbewoners.

Tommy Wieringa: Joe Speedboot. De Bezige Bij; 316 pagina's; € 18,90. ISBN 90 234 1433 0.

Stuur dit artikel door
Plaats artikel op MSN Reporter
Plaats artikel op Linkedin
Plaats artikel op Facebook
Plaats artikel op NuJIJ
Plaats artikel op Hyves
Bewaar op Delicious
Plaats artikel op Twitter
E-mail
Printversie
Tags:
POPULAIR