Adviseur Kevin (19) heeft al gezegd 'dit trekt, man'. Waarmee de skater en voortijdig schoolverlater bedoelde: dit is een museum waar hij zijn vrienden mee naar toe zou nemen.
Het is 'een absolute revolutie', verzekert Herman Kossmann van het tentoonstellingsarchitectenbureau Kossmann.De Jong, de verantwoordelijke bouwers: 'Nog nooit heb ik zoiets gezien in een kunstmuseum'.
Geluk, voelt Jet van Overeem, hoofd educatieve dienst van het Gemeentemuseum Den Haag, degene die jaren geleden begon met het broeden op het plan ('Ja, ik ben een idealist').
Wonderkamers, heten ze, waarmee directeur Wim van Krimpen weer een nieuwe dimensie heeft toegevoegd aan zijn rap gegroeide museumimperium in Den Haag. Sinds zijn aantreden in 2000 realiseerde hij rondom de eerbiedwaardige kunsttempel van Berlage een Esschermuseum, het GEM voor hedendaagse kunst, en het Fotomuseum Den Haag. En toen wilde hij ook nog 'iets voor kinderen'.
Een megalomaan plan om tegenwerkende kinderen het museum binnen te slepen? Allerminst, zegt Jet van Overeem: 'We konden de vraag niet meer aan, vooral vanuit het basisonderwijs; ons educatieve programma groeide uit zijn voegen'. Ze durfde daarom nog een stap verder te zetten: een museum voor de moeilijkste groep, pubers. En dan nog het liefst pubers die niet van huis uit naar musea gaan. 'Natuurlijk zal een deel van hen dat nooit willen, en dat hoeft ook niet'. Ze is echter overtuigd dat er ook genoeg zullen zijn die hier 'geluk en plezier' zullen vinden. 'Het ging er alleen om de sleutel te vinden om toegang tot hen te krijgen. Het gouden sleuteltje.'
Een week voor de opening ademt de grote, ooit donkere museumzaal waar tot voor kort de modecollectie werd getoond, een nog klassieke rust. Nog even, kondigt een medewerker aan, 'voordat het geweld losbarst'.
De Opstelling, is dit hart van het nieuwe pubermuseum genoemd. De ruimte is radicaal veranderd in een op het eerste gezicht kakofonie van stijlen, kleuren en voorwerpen, en als het volgende week allemaal zal werken, komt daar ook nog film met geluid bij. Na een tijdje wordt de groepering echter duidelijk, en dan is het niet meer zo ingewikkeld: die is niet per stijl of per kunstenaar, maar per thema: rood, sport, man, vrouw.
In een kunstig verlichte en theatraal gevulde vitrine tonen zich bijvoorbeeld allerlei types vrouwenbeeldjes: een deerne van Chinees porselein, een kubistische, maar ook een exotisch instrument met vrouwenfiguur. Het thema 'rood' brengt zowel glamoureuze baljurken, een typemachine, een Afrikaanse trommel en een modern rood schilderij met voetafdrukken bij elkaar.
In een flink parcours van dertien kamers rondom deze zaal - de daadwerkelijke Wonderkamers - wordt telkens een thema uit de kunstpraktijk uitgelicht, compleet met de nieuwste interactieve snufjes. In Waarde en waardering wordt de wondere wereld van de kunstprijzen toonbaar gemaakt: allerlei objecten staan hier achter gepantserd glas, gewichtig en duur. Een aantal zijn dat inderdaad, andere zijn vervalsingen (het museum kocht ooit een valse Kurt Schwitters), en iets dat Kossmann op de markt heeft gekocht. Via een kleine touchscreen kun je de marktwaarde gokken, en steeds wordt iets meer informatie over het object gegeven.
De onderwereld, noemen de bedenkers de nieuwe ruimte, in tegenstelling tot de serene Berlage-zalen, die vanaf nu dus 'boven' worden genoemd: en daarmee willen ze gelijk een compleet onderscheid maken met het klassieke museum in het algemeen.
Want hoewel ontstaan vanuit doelgroepdenken, zijn de Wonderkamers volgens de makers niets minder dan een nieuwe manier van kunst presenteren. De term wonderkamers kan zelfs als een betekenisvolle verwijzing worden opgevat. Musea zijn uit de 17de-eeuwse Wunderkammers gegroeid, kasten vol curiosa, getuigenissen van verzameldrift en nieuwsgierigheid. Kunstmusea zijn echter getransformeerd in witte zalen waar ernstige eerbied moet heersen.
De laatste jaren wordt in de kunstwereld naarstig gezocht naar nieuwe presentatiemogelijkheden, om de nieuwe 21ste-eeuwse consument binnen te halen, en de Wonderkamers zijn zo ook bedoeld. De Opstelling knipoogt met haar mix van stijlen en objecten in vitrines naar de tijd vóór de stijve eerbied, maar sluit verder naadloos aan bij de nieuwe presentatievormen die bij cultuur- en natuurmusea, zoals het Tropenmuseum en Naturalis, al veel gewoner is.
'Een ruimtelijk theaterstuk, waarvan wij de regisseur zijn', omschrijft Kossmann zijn tentoonstellingsontwerp, waarvoor een budget van 1,8 miljoen werd uitgetrokken, en waarvan alleen vaststond dat het 'absoluut niet kinderachtig mocht worden'. Iedere Wonderkamer is gemaakt met een samenwerking van verschillende ontwerpbedrijven, en moet weer een andere 'ervaring' oproepen. Een kamer over het Nieuw Babylon project ('Een nieuwe wereld') van de onlangs overleden kunstenaar Constant bevindt zich in een witte space-achtige ruimte; oude Islamica-potjes zijn in een sprookjesachtige duizend-en-één nacht-kamer ('Er was eens') met houten gedecoreerde muren opgenomen, de objecten uitgestald als Alladin-lampen en informatieve videoprojecties op het plafond. Zitkussens zijn overal.
Op interactiviteit en 'belevenis' wordt in de kunstwereld snel gereageerd met boze begrippen als McMuseum en verpretparkisering. Dat merkte Van Overeem ook: 'Je hoorde: het zal wel weer niets meer dan een spelletje zijn. Maar het uitgangspunt is altijd geweest: de collectie staat voorop, anders wordt het plat. Niet de jongerenwereld induiken, geen kniebuiging, niet thema's als ''uitgaan'' aansnijden, maar andersom: de jongere de collectie intrekken.'
Beiden menen daarom dat ook een museale presentatie voor volwassenen hier nog veel aan kan hebben. 'Het gaat hier om de mix', zegt Kossmann: 'Een mix van oud, nieuw, culturen en tijden. Waarom zou keramiek bij keramiek moeten staan? Musea zijn te voorzichtig, op een paar Fuchs-achtige pogingen na.'
Dit concept moet kunnen werken als een douche. 'Als je een boek leest, kan je uren in je stoel zitten, maar een getrainde museumbezoeker houdt het hoogstens anderhalf uur vol. In het concept van de Wonderkamers zal je, ook als volwassene, na twee uur nog fris zijn.
'Het is als reizen: niet allemaal bordjes lezen, maar ervaringen opdoen, even door elkaar worden geschud. Telkens krijg je even een frisse douche. Maar dan wel een douche met diepere lagen.'
Aan wonderkamer Silhouetten wordt nog gewerkt. Een flitsend videoscherm met dito beat, de muren bestaan uit spiegels, er staan ladders met oude witte jurken. De geschiedenis van de mode staat hier centraal. Op de grond ligt een bh. Groot, wit en angstaanjagend stevig. Kossmann vraagt aan Overveem: Is het niet té kinky? Nee, zegt ze: dat was nu eenmaal zo, in de jaren vijftig. 'Deze gebruiken we.'
'Ja, zo improviserend ging het soms', verklaart Van Overeem. Al vanaf het begin, toen ze conservatoren van alle disciplines vroegen het depot van 150 duizend objecten in te gaan. 'Wij gaven de opdracht: zoek iets roods. Of: zoek iets met vrouwen. Zij kwamen dan met lijsten, wij kozen daar werken uit.'
Intuïtief, noemen Kossmann en Van Overeem die manier van presenteren. 'Je kan zélf verhalen bedenken. Dat is het heerlijke van kijken. Rood duidt op gevaar, maar ook op sexy, en op plastic.' Scepsis bij de conservatoren was er dan ook zeker, maar onvrede wil Kossmann het niet noemen. Van Krimpen had tegen de conservatoren gezegd: de onderwereld is van educatie, jullie zijn boven de baas. 'Later, toen ze zagen hoe goed het werkte, sloeg de vlam in de pan: dan kwamen ze met objecten aanlopen: hier, ik heb nog een oude wandelstok gevonden. Of een fluit.'
Toch, zeker in de Wonderkamers, wordt in feite nog behoorlijk veel uitgelegd. Is er dan uiteindelijk ook weer niet zo heel veel veranderd? Van Krimpen heeft zelfs de oude leus 'Ter stichting en vermaak' van stal gehaald, en Van Overeem haalt Plato aan: 'Maak het leren tot een spel'.
Van Overeem noemt het daarom ook liever 'anders leren': 'Op school wordt er altijd via tekst geleerd. Maar er zijn zoveel andere manieren van leren. Het aanraken van stof, of: wat is wit? In museumzalen hangt alles er zo snoezig, zo netjes: daarom hebben we een Wonderkamer over Het Atelier, met een film waarin je bijvoorbeeld Marlene Dumas tussen de verfpotten op de grond ziet zitten. De Wonderkamers moeten een indeling krijgen die ónder de kunststromingen kijkt, ónder de genres.'
Een commissie van pubers of een klankbordgroep van jongeren had Van Overeem daar niet voor nodig: 'Jongeren weten altijd heel goed wat ze niet willen, maar ze kunnen er niets tegenover stellen.' Wel werkten een paar jongeren, zoals skater Kevin, mee, met het thema mode bijvoorbeeld, afdeling confectie. Ook had Van Overeem een enquête naar docenten gestuurd, maar de uitkomst was eigenlijk wat ze vermoedde dat hij zou zijn: kunst minder statisch brengen, geen disciplines meer scheiden, en: naar het nu tillen.
'Het is een ander soort inzicht dat je hier leert. Vitamientjes eten, maar dat het toch heel lekker is. Een puber moet verder wíllen gaan, niet verder móeten gaan. Boven is het weten, hier leer je kijken. De intuïtieve ordening is de basis voor wat boven hangt. Of ik te idealistisch ben? Nee, ik denk echt dat dat als je zo leert kijken, dat je dan een interessanter mens wordt.'