Verantwoord, gelaagd en dodelijk saai

BEELDENDE KUNST, Rutger Pontzen op 27 november '08, 02:45, bijgewerkt 26 november 2008 17:23

LONDEN - Het mag doorwrocht zijn. Intelligent. Gelaagd. En vooral historisch verantwoord. Wat dan ook. Maar de expositie van de vier kanshebbers voor de Turner Prize 2008 in de Londense Tate Britain is vooral dodelijk saai. Kan komen doordat de vroegere afleveringen zo spectaculair waren. Met schilderijen op olifantendrollen van Chris Ofili. Een vers beslapen bed met restanten van een heftige nacht van Tracey Emin. Quasigrappige aanpassingen in de prenten van Goya door de gebroeders Jake en Dinos Chapman. Of het betere zaag- en conserveringwerk van Damien Hirsts opgezetten beestenboel.

Controversiële bijdragen uit het verleden maken de verwachtingen hoog en het kijken lui. Wat een handicap is bij de Turner Prize van dit jaar: er is veel aandacht en inlevingsvermogen nodig het werk te kunnen doorgronden. Temeer omdat er geen uitschieters zijn onder de genomineerden, geen shockkunstenaars, geen excentrieke outsiders en geen gedoodverfde winnaars. Komt bij dat de vier kanshebbers op de hoofdprijs van 25 duizend pond – Goshka Macuga, Cathy Wilkes, Runa Islam en Mark Leckey – werk hebben gemaakt dat helemaal geen actuele noodzaak heeft. Het zit boordevol verwijzingen naar de kunst en ideeën van vroeger. Neem de bijdrage van Goshka Macuga. De Poolse kunstenares probeert het gedachtegoed van architect Ludwig Mies van der Rohe en zijn levenspartner Lilly Reich te reanimeren, door remakes op te stellen van glasplaten en roestvrij stalen relingen, zoals Mies van der Rohe die gebruikte voor zijn paviljoen in Barcelona op de Wereldtentoonstelling van 1929.

Neem de supermarktenscenering van Cathy Wilkes die met staande en (op een wc) zittende etalagepoppen, winkelkassa’s, gestapelde bakstenen en tegeltjes, een kinderwagen en fornuis een idee wil geven van ‘geboorte, verlies en transformatie’. En dat terwijl deze junkstore enkel een anachronistische mix is van feministische en surrealistische gedachteflarden.

Neem Runa Islam die zich liet inspireren door de eerste slowmotionfilm waarin technici voor het effect serviesgoed op de grond lieten vallen. En voor haar opnames van fietstaxi’s keerde ze na 23 jaar terug naar haar geboorteplaats in Bangladesh.

Of neem Mark Leckey. Hij baseerde zijn video Felix Gets Broadcasted op de eerste tv-opnames in Amerika (bij NBC) in de jaren dertig.

Wat moet je ermee? Natuurlijk kan de geschiedenis enerverend zijn. En zijn oude, bestaande technieken, stijlen en artistieke inzichten bruikbaar om nieuwe stijlen en inzichten te bewerkstelligen. Wat niet gebeurt. Hoe staat het feminisme ervoor? Wat is het huidige belang van slowmotion? Heeft de tv nog enige informatieve waarde? Wat zal de toekomstige status van Mies van der Rohe zijn? Zonder deze actuele vragen blijven de werken gebaseerd op inzichten en idealen uit de oude doos, waardoor het heden, laat staan de toekomst, niet wordt verlevendigd. Des te verrassender is het manifest dat op de website van de Turner Prize te lezen is van Nicolas Bourriaud. De Franse kunsttheoreticus en gewezen directeur van het Palais de Tokyo in Parijs is volgend jaar de samensteller van de triënnale in de Tate Gallery. Als leidraad voor deze tentoonstelling lanceerde hij de term ‘altermodern’.

Dat klinkt in eerste instantie ingewikkelder dan het is. Met het altermodernism (letterlijk: veranderd modernisme) ziet Bourriaud een toekomst voor de politieke en esthetische idealen van de moderne kunst uit de 20ste eeuw – denk aan bijvoorbeeld de architectuur van Mies van der Rohe, de schilderijen van Mondriaan en sculpturen van Donald Judd –, maar dan in een nieuw en ruimer jasje: niet westers georiënteerd, maar mondiaal. Bourriaud is op zoek naar kunst die een ‘nieuwe gemeenschappelijkheid’ uitdraagt en ‘nieuwe vragen en nieuwe twijfels’ oproept. Reden? Omdat de wereld transnationaal, multicultureel, universeel en chaotisch is geworden.

Het is misschien niet een-twee-drie duidelijk wat voor soort kunstwerken Bourriaud daarmee voor ogen heeft. Een ding staat wel vast: de vier kandidaten van de Turner Prize zullen daar in ieder geval niet toe behoren. Goshka Macuga en haar collegae weten het voorbije modernisme niet te activeren. Niet met Felix the Cat, niet met paspoppen, niet met trage filmbeelden. Terecht dat The Telegraph zich over de mogelijke winnaar van de Turner Prize afvroeg: ‘Who cares who wins?’

Stuur dit artikel door
Plaats artikel op MSN Reporter
Plaats artikel op Linkedin
Plaats artikel op Facebook
Plaats artikel op NuJIJ
Plaats artikel op Hyves
Bewaar op Delicious
Plaats artikel op Twitter
E-mail
Printversie
Tags:
POPULAIR