De 'emotie-eter', die bij neerslachtigheid grijpt naar troostvoedsel, is vooral een fabel

Volgens twee Maastrichtse psychologen levert een halve eeuw onderzoek nauwelijks bewijs

Te veel gegeten? Dan eet u vast uw zorgen weg. Welnee, stellen twee Maastrichtse psychologen. Het is nog maar helemaal de vraag of 'emotie-eten' zoals de damesbladen en de televisieprogramma's ons dat voorspiegelen eigenlijk wel bestaat.

U bent echt een emotionele eter. U verlangt ernaar om te eten als u neerslachtig of ontmoedigd bent. Na een verhitte ruzie eet u meer. Als u zich angstig voelt, merkt u soms opeens dat u zit te eten.

Als u zich in dergelijke stellingen herkent, is er in elk geval één lichtpuntje: alle kans dat u zichzelf voor de gek houdt. Want vragenlijsten of niet, de klassieke 'emotionele eter', die bij neerslachtigheid meteen grijpt naar snacks, zoetigheid en ander troostvoedsel, blijkt vooral een fabel. Een halve eeuw wetenschappelijk onderzoek heeft nauwelijks overtuigend bewijs geleverd dat er echt mensen zijn die structureel hun zorgen weg-eten, stellen de Maastrichtse psychologen Peggy Bongers en Anita Jansen in een overzichtsstudie van 25 eerdere onderzoeken.

Excuus achteraf

Prikkel = eten

Wellicht wordt de overgewicht-epidemie veroorzaakt doordat mensen van alle kanten worden gekieteld met geuren, beelden en reclames van eten, is een van de heersende ideeën. 'Hoewel ik denk dat emoties als eetprikkel bij minder mensen voorkomt dan vaak gedacht, geldt dat niet voor prikkels in het algemeen', zegt Peggy Bongers daarover. 'Ik denk dat bij best veel mensen die kampen met overgewicht of obesitas het probleem juist is dat ze snel geprikkeld worden tot eten door zulke seintjes uit de omgeving.'

Laat staan of stellingen zoals die hierboven - ze komen uit bestaande tests - er iets zinnigs over zeggen. 'Emotieschalen van eten missen voorspellende en onderscheidende waarde', zoals de twee dat verwoorden in het vakblad Frontiers in Psychology. 'We kunnen niet aannemen dat ze meten wat ze zeggen te meten, namelijk toegenomen voedselinname in reactie op negatieve emoties.'

De 'emotie-eter', folklore. 'Het voelt als iets logisch', zegt Bongers. 'Maar als je het onderzoekt, blijkt dat mensen die zichzelf een emotie-eter noemen bijvoorbeeld ook te veel eten als ze zich juist goed voelen. En omgekeerd: in laboratoriumexperimenten waarbij emotie-eters verdrietig werden gemaakt met een droevige film of herinnering, gaan ze doorgaans niet méér eten.'

Eerder lijkt het erop dat mensen het modewoord 'emotie-eten' aangrijpen als excuus achteraf: ik heb te veel gegeten, maar ja, ik voelde me ook zó ellendig. In studies waarbij zelfverklaarde emotie-eters hun stemming én hun eetgedrag bijhielden in een dagboekje, zag men van dergelijke vreetbuien in elk geval weinig terug, noteren Bongers en Jansen in hun overzichtsartikel. 'Emoties kunnen wel degelijk eetgedrag uitlokken', zegt Bongers. 'Maar dat het alleen gebeurt als je je rot voelt, is moeilijk vol te houden.'

Wat mensen over zichzelf vertellen, is niet altijd wat je wilt meten

Eetstoornisonderzoekster Klaske Glashouwer

De 'emotie-eter' dook in de jaren zestig van de vorige eeuw op als mogelijke verklaring van obesitas. Zwaarlijvigen zouden negatieve gevoelens niet goed kunnen onderscheiden van honger, dacht men destijds. Of ze zouden als kind zijn geconditioneerd om verdriet weg te eten met snoep en ander voedsel. Intussen verrees er rond emotie-eten een complete industrie, met websites, televisieshows, hulpprogramma's en vragenlijsten. Die lijken de mythische status van emo-eten vooral te bevestigen: kunt u bij heftige emoties óók niet afblijven van de koektrommel?

'Ik lees in hun artikel niet eens zozeer dat emotie-eten helemaal niet zou bestaan', reageert Klaske Glashouwer, eetstoornisonderzoekster in Groningen en niet betrokken. 'Maar vooral een pleidooi: pas op met de vragenlijsten en zelfrapportages. Wat mensen over zichzelf vertellen, is niet altijd wat je wilt meten. En het zou zomaar kunnen dat emoties er bij overeten niet zoveel toe doen.'

Iemand die dat nadrukkelijk anders ziet is Tatjana van Strien van de Radboud Universiteit Nijmegen, opsteller van de 'Dutch Eating Behavior Questionnaire', auteur van het boek Afvallen op maat en hoogleraar psychologie van eetstijlen aan de VU. Dat er wel degelijk zoiets bestaat als emotie-eten, leidt voor haar geen twijfel: je moet er alleen wél met de juiste experimenten naar zoeken.

Verkeerde been

'Mensen gaan echt niet opeens heel veel eten als je ze in een laboratorium een droevig filmpje laat zien', zegt Van Strien. 'Maar experimenteel bewijs is er wél. Bijvoorbeeld als je een krachtige stress-opwekker gebruikt, zoals proefpersonen een toespraak laten houden voor een publiek. Dan gaan emotionele eters echt heel veel eten. Dat is in laboratoria aangetoond.'

Het overzichtsartikel van Bongers en Jansen 'zet de lezer op het verkeerde been', vindt Van Strien dan ook. De Maastrichtenaren zouden selectief hebben gewinkeld in de literatuur. 'Bovendien verwarren ze positieve met negatieve emoties. Emotie-eters vallen op doordat ze atypisch reageren op stress. Ze houden bij stress niet op met eten, wat de normale stressreactie is, maar vertonen de afwijking dat ze juist wél gaan eten.' En dat is een stoornis die gewichtstoename kan geven, legt Van Strien uit.

Als je mijn studentes, jonge vrouwen die er fantastisch uitzien, een vragenlijst geeft, blijkt driekwart opeens een emotie-eter met een probleem

Emotie onderzoeker Catherine Evers

Maar dat schiet in elk geval emotieonderzoeker Catharine Evers van de Universiteit Utrecht in het verkeerde keelgat. 'We grijpen allemaal weleens naar een zak M&M's als we ons een beetje vervelend voelen. Is dat een stoornis?', vraagt ze zich retorisch af. Evers begint over haar studentes, 'allemaal jonge vrouwen die er fantastisch uitzien. Maar als je ze een vragenlijst geeft, blijkt driekwart opeens een emotie-eter met een probleem. Dat vind ik heel ver gaan.'

Van Strien heeft bovendien belangen, merkt Evers op. 'Ze heeft het onderwerp op de kaart gezet en belangrijk pionierswerk verricht, maar ze heeft ook auteursrecht op die vragenlijst', zegt ze, doelend op de prominente meetlijst van eetstijlen die Van Strien in 1986 ontwikkelde. 'Aan iedere persoon die hem invult, verdient ze iets.'

'Ja, ik heb inderdaad financiële belangen bij de vragenlijst, dat meld ik bij al mijn publicaties', reageert Van Strien. 'Maar dat betekent niet dat mijn publicaties gekleurd zouden zijn of dat ik niet wetenschappelijk integer ben.' Ze wijst erop dat haar vragenlijst in meer dan duizend wetenschapsartikelen wordt aangehaald, in vijftien talen is vertaald en is goedgekeurd door het Nederlands Instituut voor Psychologen. De vragenlijst zou wel degelijk de voedselinname voorspellen - als je je maar richt op de invullers met de extreemste antwoorden.

Bongers en Jansen zien dat anders: wat moet je nou met een vragenlijst die meestal niet werkt? 'Dit kan erop duiden dat emotioneel eten geen robuust fenomeen is en niet zo alomtegenwoordig als de media en de volkswijsheid ons laten geloven', schrijven ze.

Hoe bewuster je eetgedrag, des te gemakkelijker om eventuele problemen aan te pakken

Psychologe Peggy Bongers

Glashouwer bekijkt het van een afstandje: 'Ik zou teruggaan naar de theorie. Wat wilden we ook alweer verklaren, overeten? Spelen emoties daarbij een rol? En is emotioneel eten onderscheidend?'

Een begin met het beantwoorden van die vragen heeft Evers al gemaakt: ze werkt aan een nieuwe heranalyse van alle eerdere onderzoeken, rond de startvraag in hoeverre emoties eetgedrag opwekken. 'Wat ons al wel opvalt', zegt ze, 'is hoe weinig onderzoek voldoet aan de kwaliteitseisen die je redelijkerwijs zou stellen.'

+
En de argeloze eter, die toch zou zweren dat hij (of zij) een emotie-eter is? Die hoeft zich niet miskend of afgewezen te voelen, benadrukt Bongers. 'Ik zou zulke mensen aanraden nog eens wat kritischer naar zichzelf en hun eetgedrag te kijken. Ze hebben misschien het idee dat ze overeten als ze zich rot voelen - maar houd het eens bij. Hoe bewuster je met je eetgedrag bezig bent, des te gemakkelijker wordt het ook om eventuele problemen aan te pakken.'

Bent u een emotie-eter?

Kruis aan in welke van deze stellingen u zich herkent:

0 Ik denk de hele dag door aan eten.

0 Als ik een conflict heb gehad, verlang ik extra sterk naar eten.

0 Ik gebruik vaak excuses, zoals: deze koekjes moeten toch op.

0 Eindelijk tijd voor mijzelf! Verdiend! Daar horen chocola of wijn met hapjes bij.

0 Ik heb vaak trek in iets heel specifieks, zoals moorkoppen of kaasstengels.

0 Als ik kritiek op mijn werk heb gekregen of baal van mijn spiegelbeeld, is het eerste wat ik doe als ik thuis ben mijn tanden zetten in iets lekkers.

0 Ik wil een traktatie aan het einde van een werkdag of stressvolle week.

0 Ik eet wel eens zonder dat ik het door heb.

0 Ik eet om mij op mijn gemak te voelen.

0 Ik eet vaak automatisch en snel. Pas later zie ik hoeveel ik gegeten heb.

0 Als ik moe ben, dan laad ik mijn lege batterij op met troost-eten.

0 Ik schaam mij dat ik steeds weer ga snoepen, terwijl ik weet hoe slecht ik me dan voel.

Hoe meer u heeft aangekruist, des te groter de kans dat u een 'emotie-eter' bent, beweren althans de (echt bestaande) zelftests waaruit bovenstaande vragenlijst is samengesteld. De kritiek op dergelijke tests is dat ze invullers een probleem zouden aanpraten. De vragen zijn ontleend aan diverse dieetwebsites en damesbladen.