.. laden ..


SCROLL
VERDER



SCROLL
TERUG


OPNIEUW

Kies een ziekte:

Kies een vaccinatiegraad:

De ziektegolf is voorbij, er zijn geen besmette mensen meer
(maak een nieuwe keuze linksboven of scroll verder)

Alle vatbare mensen zijn ziek geweest
(maak een nieuwe keuze linksboven of scroll verder)

Personen:
vatbaar
besmet
ziek & besmettelijk
hersteld
gevaccineerd
START
de simulatie
Stel je voor
Stel je een druk schoolplein voor. De kinderen op dat schoolplein zijn de stipjes in dit verhaal. Daarmee laten we zien hoe vaccinatie een dam opwerpt tegen grootschalige ziektegolven.

Waarom belangrijk?
In Nederland zijn veruit de meeste kinderen – zo'n 93% –
gevaccineerd
tegen ziekten als difterie en mazelen. Dat beschermt die kinderen zelf én zorgt ervoor dat een ziektegolf vaak al uitdooft voordat deze veel niet-ingeënte,
vatbare
mensen bereikt. Alleen al onder basisschoolkinderen zijn dat er namelijk nog altijd meer dan honderdduizend. Desondanks zijn er ook mensen die aan de noodzaak van vaccinatie twijfelen, de laatste jaren zelfs steeds meer.

Probeer het zelf
Je kunt in de virtuele wereld hieronder zelf bekijken hoe vaccinatie de verspreiding van verschillende ziekten remt. Voor elke ziekte in het keuzemenu linksboven is de kans dat je
besmet
raakt, wanneer je contact hebt met een
zieke
, anders. Voor mazelen is die kans het grootst: maar liefst 90%. Nadat je
hersteld
bent, ben je niet langer vatbaar.

Scroll verder naar de volgende stap wanneer je uitgekeken bent.

stap 1 van 6
SCROLL VERDER

Te weinig geprikt

Niet overal in Nederland wordt zoveel geprikt. Met name gemeenten in de biblebelt, zoals Staphorst, Ede en Tholen, kennen om geloofsredenen een lage vaccinatiegraad van minder dan 80 – 90%. Het beschermende groepseffect valt dan weg en ziekten blijven rondwaren onder de niet-gevaccineerden. Zo was er in 2013 en 2014 een mazelenepidemie onder orthodox-protestantse kinderen en in 2008 onder de antroposofische jeugd.


Klik weer op 'START' om te zien wat er gebeurt als de vaccinatiegraad nog maar 75% is. Scroll daarna verder naar de volgende stap.

stap 2 van 6
SCROLL VERDER

Kritieke vaccinatiegrens

Hoe besmettelijker een ziekte is, hoe meer mensen ingeënt moeten zijn om de ziekte in de hand te houden. De kritieke vaccinatiegraad voor het zeer besmettelijke mazelen is voor Nederland zo'n 85 – 95%. En voor de relatief langzame verspreiders bof en rode hond ligt de grens bij 80 – 85%.


Je zult deze waarden waarschijnlijk niet exact terugvinden in ons simpele model, omdat in werkelijkheid niet alle vaccins even werkzaam zijn en mensen op allerlei minder willekeurige manieren samenkomen. Maar het geeft wel een goede indruk van het verloop van 'snel' en 'langzaam' verspreidende infectieziekten bij verschillende vaccinatieniveaus (keuzemenu linksboven).


Verhoog zelf bijvoorbeeld eens in stappen de vaccinatiegraad totdat een ziektegolf vanzelf uitdooft, ruim voordat alle vatbare mensen besmet zijn. Scroll daarna door naar de volgende stap.

stap 3 van 6
SCROLL VERDER

Individuele keuze?

Deze virtuele wereld is natuurlijk slechts een benadering van de werkelijkheid, maar het laat wel zien dat de keuze om je kind al dan niet te vaccineren veel meer is dan een keuze voor individuele bescherming. Het is ook een keuze voor het in stand houden van collectieve bescherming, ofwel groepsimmuniteit, waardoor de mensen die niet gevaccineerd kunnen worden, toch beschermd zijn. Jonge baby's of mensen met een zwakke afweer, door aandoeningen of na chemotherapie.


Scroll verder om te zien welk deel van de kinderen in Nederland ingeënt is en om meer te lezen over de recente discussies rondom vaccinatie.

stap 4 van 6
SCROLL VERDER

De prikstand in Nederland

In 2016 kende de groep van 2-jarige kinderen een lage vaccinatiegraad – van minder dan 90% – in één op de elf gemeenten. Dat is na de eerste vaccinatierondes, die voor een basisbescherming bij zuigelingen zorgen. Op 11-jarige leeftijd, na de herhaalrondes die de bescherming volledig moeten maken, heeft één op de acht gemeenten een lage vaccinatiegraad. Met name in de biblebelt worden relatief weinig kinderen ingeënt.


Bekijk in onderstaande kaart de situatie voor de DKTP- (difterie, kinkhoest, tetanus, polio) en BMR- (bof, mazelen, rode hond) vaccins. Hoe donkerder de kleur van de gemeente, hoe minder mensen naar verhouding zijn ingeënt.

Vaccinatiegraad 11-jarigen

stap 5 van 6
SCROLL VERDER

Toelichting bij het model

We simuleren de verspreiding van de verschillende ziekten aan de hand van drie kenmerken:

  • de kans dat je besmet raakt wanneer je in contact komt met een zieke
  • het aantal dagen dat het duurt voordat je een ander kunt besmetten, vanaf het moment dat je zelf besmet bent geraakt (het 'besmettingsinterval' en de reden dat een epidemie opeenvolgende golven van zieken veroorzaakt)
  • het aantal dagen dat je besmettelijk voor anderen blijft, voordat je weer hersteld bent

Samen met het aantal sociale contacten dat je met anderen hebt, bepalen deze drie kenmerken hoeveel mensen je gedurende je ziekbed besmet (het 'reproductiegetal'). Voor het gemak nemen we aan dat je pas besmettelijk voor anderen bent wanneer je de eerste ziekteverschijnselen vertoont. In werkelijkheid is dit soms al een paar dagen eerder het geval. Verder gaan we ervan uit dat iedereen herstelt en laten we de kans op overlijden buiten beschouwing.

Alleen voor mazelen kennen we de besmettingskans vrij exact, evenals de andere kenmerken. Hiermee stellen we de bewegingssnelheid van de bolletjes zo in dat de simulatie voor mazelen gemiddeld genomen het juiste reproductiegetal genereert. Vervolgens stellen we bij dezelfde bewegingssnelheid de besmettingskans voor de andere ziekten in, zodat we ook daarvoor het juiste reproductiegetal verkrijgen. We kijken hierbij naar het gemiddelde van enkele tientallen simulaties, omdat het om besmettingskansen en willekeurig door elkaar bewegende mensen gaat. Daardoor zal voor iedere simulatie de uitkomst net iets anders zijn.

Omdat ons model een versimpelde benadering van het werkelijke verloop van een ziektegolf is, geven we geen exacte tijdsduur aan in de grafiek met besmette en zieke mensen. Het model is vooral geschikt om de dynamiek van snel en langzaam verspreidende infectieziekten onderling te vergelijken, niet om harde conclusies te trekken over het exacte verloop van één specifieke infectie.

Parameters gebruikt voor de simulatie
R: reproductie­getal, Int: besmettings­interval (dagen), BD: aantal dagen besmettelijk voor anderen, BK: besmettings­kans bij contact, *benadering van ons model
Bron: Washington Post

ziekte R Int BD BK
mazelen 15 12 9 0.90
waterpokken 10 15 7 0.77*
griep 4 4 7 0.13*
kinkhoest 15 24 21 0.20*
bof, rode hond 6 18 12 0.13*
difterie 6 26 14 0.10*