Bekijk meer content op tablet of desktop

‘Liefde is als een Twitter-vogeltje’ begint zanger Stromae zijn nieuwste track Carmen. ‘Een paar dagen lang is de lucht blauw. Eerst ontmoeten we elkaar, dan volgen we, dan barsten we, dan eindigen we alleen.’ In de videoclip die bij het nummer hoort, waarschuwt Stromae voor de gevaren van Twitter. We zien hoe het leven van een geanimeerde versie van de Vlaamse zanger wordt verzwolgen door een almaar groter, dominanter en agressiever wordend Twitter-vogeltje. Uiteindelijk laat de, inmiddels reusachtige, blauwe vogel Stromae, zijn vrienden en liefdes, letterlijk in de afgrond storten.

Overdreven? Dat zou je zeggen. Maar kijk eens naar Harriët Duurvoort, Ewald Engelen, Bert Brussen, Jan Bennink of Jasper Klapwijk. Net als veel andere journalisten, columnisten, reclamemensen, communicatiestrategen begonnen ze te twitteren. Eerst een beetje, toen steeds meer, tot ze werden opgeschrokt door het op het oog zo vriendelijke blauwe vogeltje. Groots kondigden ze hun afscheid aan. Als rokers die de wereld meedelen dat ze er nu echt klaar mee zijn. Maar stuk voor stuk leerden ze dat je wel klaar kan zijn met Twitter, maar Twitter niet zomaar met jou.

Cabaretier Johan Fretz wilde in stilte gaan. En dat lukte nog best, een week lang. Maar toen vond Fretz het toch nodig om in zijn Volkskrant-column tekst en uitleg te geven. Zo lichtvoetig als hij vier jaar eerder was begonnen met Twitteren, zo verbeten en gefrustreerd voerde hij nu een dagelijkse strijd, telkens in niet meer dan die verdomde 140 tekens. ‘Langzaamaan werd ik in een orkaan gezogen die niks meer te maken had met het voeren van geinige terloopse gesprekken met onbekenden’ schreef Fretz in zijn column, mei 2013. ‘Elke dag probeerde ik wel weer een hater te overtuigen dat ik heus open sta voor dialoog en best een aardige kerel ben. Als ik weer te gast was in een talkshow, keek ik na afloop meteen op mijn smartphone naar de Twitter-reacties. Tussen allervriendelijkste berichten vond ik dan ook veel ongecensureerde haat: (…) ‘Kan DWDD ophouden met deze sneue zelfingenomen pinda-engnek? Dank!’’

Dus trok Fretz de stekker uit zijn Twitter-account. ‘Kan ik alle tijd die ik hier spendeer niet beter gebruiken om mooie boeken en voorstellingen te schrijven? Het antwoord daarop was volmondig ja. Om er geen dramatisch moment van te maken, vertrok ik toen in stilte. Ik deactiveerde mijn account en verdween.’

Maar het werd wel een dramatisch moment, juist doordat Fretz die column schreef. Des te lulliger was het dat hij een kleine maand later – met het schaamrood op de kaken – zijn Twitter-leven weer oppakte. ‘Wat dus echt niet kan is: in stilte (lees: via Volkskrantcolumn) stoppen met Twitter en dan na een maand bezinning je account heractiveren’, schreef de herrezen @JohanFretz. Gevolgd door: ‘Maar ja: hoi. Met staart tussen benen. Hier ben ik weer. Maar wel met mate.’ Een week later was Fretz honderd tweets verder.

Fretz noemt de twitterstop nu, anderhalf jaar later, gênant. ‘Ik heb dat toen nogal pathetisch aangepakt’, mailt hij. ‘Het had voor mij vooral te maken met het feit dat ik in een mediastorm zat en een veel te sensitief iemand ben om al die meningen die men dan over je vormt maar op je af te laten vuren. Maar ik had er nooit zo’n punt van moeten maken of een column over moeten schrijven.’ Verder wil hij er ook niet meer over praten.

Inmiddels verkeert hij in goed – en omvangrijk – gezelschap. Om de haverklap probeert wel een bekende of minder bekende Twitteraar het binaire nest te ontvluchten. Een enkele keer gaat dat goed, maar meestal sterven de pogingen – niet zelden groots aangekondigd – in schoonheid. Het doet denken aan het voetballertje dat, na ruzie met zijn teamgenootjes, boos en onbegrepen van het voetbalveld stapt om even later weer opgewekt over het gras te dartelen alsof er niets is gebeurd.

Twitter wordt regelmatig geroemd om zijn snelheid, diversiteit, rijkdom en toegankelijkheid. Via één overzichtelijk portaal toegang tot miljoenen bronnen aan nieuws, informatie en vermaak. Sporters, acteurs, popsterren, politici; je kunt direct tegen ze praten en met een beetje geluk krijg je antwoord. De lijntjes waren nog nooit zo kort. Trein vertraging? Twitter vermaakt je. Breaking news? Twitter informeert je. Alleen thuis voor de televisie? Twitter houdt je gezelschap.

Waarom zou je er dan mee stoppen? En, net zo belangrijk, waarom besluit je dan toch weer terug te komen?

Voor Volkskrant-columnist Harriët Duurvoort was de maat vol toen haar, tijdens een verhitte discussie rondom het Zwarte Pietendebat, door een anonieme Twitteraar ‘een ziekte in de linkertiet’ werd toegewenst. Ook zij schreef er in de Volkskrant een column over. ‘Twitter is als drank: verslavend en het maakt vaak meer kapot dan u lief is. Tweets, die u stuurde omdat u boos was, uit de tent gelokt, melig of te openhartig, worden uit hun context gerukt, van nuance ontdaan en gaan een eigen leven leiden. U verwordt als het tegenzit tot een boze, radicale karikatuur van uzelf.’ Duurvoort zegde van het ene op het andere moment haar account op. ‘Vrijwel direct daalde er een serene rust neer, als had ik een hele avond op een leeg tropisch strand gemediteerd.’

Het duurde nog geen twee weken. Een verslaving, zo geeft ze onmiddellijk toe. ‘Aan het gesprek van alledag’, legt Duurvoort uit. Als freelance schrijver is Twitter haar surrogaatkoffieautomaat. ‘Heel veel Twitteraars zijn van die vereenzaamde journalisten, we zitten als freelancers een beetje te verkluizen thuis. Omdat je erg met nieuws bezig bent, wil je graag die debatten, die reflectie.’ Voor Duurvoort gaat het nog een stapje verder dan dat. ‘Mijn kroegtijgerij heeft zich verplaatst naar Twitter. Je bouwt een heel nieuw sociaal leven op, waar de helft van de mensen die je kent niet meer dan een plaatje is met een maffe naam erbij. Maar daar heb ik dan wel hele diepe gesprekken mee. Dat is natuurlijk hartstikke absurd.’

De Twitter-verslaving van Duurvoort kent meer dimensies. Ze is ook een beetje verslaafd aan het conflict: ‘Soms wil je gewoon je gelijk halen.’ Of aan erkenning. ‘Als ik een stukje heb geschreven, ben ik toch weer benieuwd hoe er op Twitter op gereageerd wordt. Als niemand er daar op reageert, dan is kennelijk die column slecht.’

Duurvoort vergelijkt de dynamiek op Twitter – zien, gezien worden, erkenning, aandacht, stoerdoenerij, kliekjesvorming – met die van een schoolplein. ‘Ben ik in beeld? Daar gaat het om.’

Dat woord, ‘schoolplein’, valt elke keer weer. Johan Fretz noemde het in zijn afscheidsbrief en iedere (ex)-Twitteraar die aan dit verhaal meewerkte, trekt die vergelijking ook.

De naam Jasper Klapwijk zal bij mensen die niet op Twitter zitten geen belletjes doen rinkelen. In het dagelijks leven is hij campagneleider bij de bewustwordingscampagne over wonen, zorg en pensioen Doen & Later, maar op Twitter had Klapwijk een druk tweede leven als @klapster met duizenden volgers en meer dan 200 duizend tweets sinds de zomer van 2008, toen Twitter werd bevolkt door een nog veel kleiner groepje mensen. Zijn stroom tweets leverde hem twee keer een plek in de GeenStijl Twitter Top 50 op. ‘Ik kwam er al vrij snel achter dat een groot deel van die community daarvoor op GeenStijl zat als reaguurder. Eigenlijk waren er aan het begin drie grote blogs die alle drie op Twitter vertegenwoordigd waren: Sargasso, GeenStijl en ReteCool. Het was een clubje dat veel lol met elkaar maakte en het internet met elkaar besprak. Dat ging heel informeel en heel direct, dat vond ik er leuk aan.’

Maar eind november vorig jaar had Klapwijk er genoeg van. ‘Het was niet leuk meer.’ De druppel was een discussie die Klapwijk voerde over zijn geloofsovertuiging – hij is protestants. Zijn gesprekspartner vond dat geloof maar verboden moest worden. ‘Morons die anderen hun overtuiging niet gunnen, dat is waarom’, verklaarde @klapster zijn twexit aan zijn volgers. ‘Het waren zeven heerlijke jaren’, besloot hij.

Een schokgolfje ging door de servers van Twitter. Er waren steunbetuigingen (‘Doodzonde. Het ga je goed en dat meen ik oprecht’), postuumpjes (‘Je gaat vaak missen wat blijft hangen. Want hij prikkelde, irriteerde, en zei zinnige dingen.’), mensen die daar wat ver in gingen (‘een zwarte dag voor het vrije woord’) , prominenten die hem op andere gedachten probeerden te zetten (‘zeg, Klappie. Doe ’s ‘ohmmm’ en blijf gezellig. Ik ben fan’, twitterde politica Myrthe Hilkens, die bijval kreeg van presentator Tijs van den Brink) en zelfs een bescheiden hashtag: #KLAPSTERMOETBLIJVEN.

Het afscheid was definitief. Zo definitief als de ware verslaafde afscheid nemen kan. Het account @klapster was weg, maar een dag later – één dag – pakte hij de draad weer op met @jasperklapwijk, een account die hij in 2008 ook had aangemaakt en die lag te verstoffen. ‘Om jullie direct even teleur te stellen’, waarschuwde Klapwijk snel, ‘dit account is louter gericht op personal branding. Tweetlimiet van driemaal daags.’ Als een alcoholist die claimt dat hij het bij drie wijntjes kan houden. ‘Ik wilde dat in eerste instantie’, zegt Klapwijk nu, ‘maar dat werkte natuurlijk niet zo.’ 37 tweets waren het die eerste dag van zijn comeback, inmiddels zit hij op zijn oude gemiddelde van 70 per dag.

Klapwijk noemt het een ‘sociale verslaving’. ‘Bij licht autistische types zoals ikzelf werkt Twitter heel erg prettig. Je kunt namelijk makkelijk communiceren zonder non-verbale communicatie en je hebt ook geen plicht om je gesprekspartner aan te kijken en dat soort ingewikkelde dingen.’ Bovendien, zegt Klapwijk, werkt het sociale netwerk nogal ‘verneukeratief’. ‘Je krijgt elke keer een beloninkje. Elke keer wordt een tweet van jou weer geretweet en dat is aandacht en erkenning. Aandacht vertaalt zich op een verslavende manier, want je kan het tellen. Tellen hoe vaak iets geretweet is, hoe vaak iets leidt tot een discussie. Elke keer als ik kijk, krijg ik weer die impuls van Twitter die laat zien hoe belangrijk ik eigenlijk ben.’

Uit een studie van de Chicago University’s Booth Business School uit 2012 kwam naar voren dat Twitter (evenals het checken van mail) moeilijker is te weerstaan dan alcohol en sigaretten. Dat komt volgens een van de onderzoekers door de hoge beschikbaarheid van sociale media en ook omdat het voelt alsof het niet veel kost om aan die activiteiten deel te nemen, ook al wil je liever niet. ‘Aan sigaretten en alcohol zijn meer kosten verbonden – zowel lange termijn als financieel – en de gelegenheid is niet altijd even goed’, zei onderzoeker Wilhelm Hoffman destijds tegen de Britse krant The Guardian. ‘Ook al zijn er aan het toegeven aan media-verlangens zeker minder consequenties verbonden, de frequentie ervan kan heel veel tijd van mensen ‘stelen’.’

Net als bij sigaretten en drank, kan ook stoppen met Twitter voor ontwenningsverschijnselen zorgen, zo blijkt uit een ander onderzoek. De Universiteit van Winchester vroeg tien fanatieke gebruikers van Twitter en Facebook om vier weken hun account niet meer te gebruiken. Veel van de respondenten voelden zich geïsoleerd van vrienden, familie en informatie; afgesneden van de wereld. Zoals Harriët Duurvoort in een tweet aan een mede-Twitteraar schreef: ‘Ik miste… jou, ik miste het slappe ouwehoeren, zelfs de trollen op een gegeven moment! Ik miste… een leven.’

Afscheid nemen van dat leven gaat niet zelden gepaard met de nodige dramatiek. Sociaal geograaf Ewald Engelen: ‘Twitter is voor mij steeds minder een nieuwsmedium geworden en steeds meer een klankkast van eigen gelijk en voortreffelijkheid.’ Of Twitter-persoonlijkheid Jan ‘@Superjan’ Bennink, die dankzij zijn aanwezigheid op Twitter ooit een column kreeg op de Volkskrantsite: ‘Superjan vrat woorden en ideeën die ik beter en lucratiever had kunnen gebruiken op een andere manier. Twitter kreeg daarnaast ook een steeds grotere duistere kant. Ik riep steeds vaker dingen op, waar ik niet tegen kon vechten. Ik ging steeds harder met woorden om me heen slaan en las soms dingen van mezelf terug die ik liever niet had geschreven.’

Die zware woorden komen ook omdat Twitter iets aantrekkelijks heeft dat andere middelen zoals drank of drugs missen: de suggestie dat het ertoe doet.

Wie de hele dag op Twitter zit, loopt het gevaar dat platform groter te maken dan het is; het te verwarren met de rest van de wereld. Andere media helpen daarbij, die gebruiken Twitter als barometer van de maatschappij. Ophef op Twitter staat al gauw gelijk aan ophef op straat. Televisieprogramma’s peilen er de stemming, kranten citeren gretig en relletjes worden nieuws. Het is als met van die gemanipuleerde foto’s van demonstraties waarbij een ogenschijnlijk woedende menigte in werkelijkheid een handjevol, van dichtbij gefotografeerde boze mensen blijkt te zijn. ‘Er zitten volgens mij nog maar 100 Nederlanders op dat hele Twitter, anders wordt zo’n ophef van likmevessie nooit trending’, twitterde schrijver Barry Smit vorige week over een bescheiden relletje.

Uit het Nationale Social Media Onderzoek 2015, uitgevoerd door Newcom blijkt dat het aantal mensen dat Twitter dagelijks gebruikt in één jaar tijd met 33 procent is afgenomen van 1,5 miljoen naar 1 miljoen gebruikers. Terwijl het gebruik van andere platformen juist toenam.

Het valt dus misschien een beetje tegen hoe groot en belangrijk Twitter eigenlijk is. ‘Het is ontzettend onbelangrijk’, zegt Bennink, ‘dat maakt het extra koddig. Ik had nooit zo groots afscheid moeten nemen, want wat boeit het eigenlijk?’

Toch klinkt in veel afscheidsboodschappen ook weemoed door. Uit het onderzoek van Newcom blijkt dat veel mensen Twitter vroeger leuker vonden. ‘Ik voel me er niet meer thuis’, gaven ze op als de derde belangrijke reden om te stoppen. Mensen als Bennink, Duurvoort, Fretz en Klapwijk keerden niet alleen het Twitter van nu de rug toe, ze namen ook afscheid van wat Twitter ooit was.

‘Het mooie aan de twitterbiotoop was dat iedereen bereikbaar was’ zegt columnist Bert Brussen over de beginjaren van Twitter.‘Politici, beroemdheden, wereldleiders, journalisten. Maxime Verhagen was toen minister van Buitenlandse Zaken. Hij reageerde altijd netjes terug op al zijn @reply’s. Dat was nieuw: voor het eerst kon je iedereen persoonlijk benaderen. Van Youp van ’t Hek tot Paul de Leeuw; van politici tot hoofdredaceuren tot BN’ers. En dus ook journalisten, waarmee je voor het eerst een nieuw netwerk kon uitrollen. Ik heb veel opdrachten en vrienden te danken aan Twitter.’

Bijna twee jaar geleden nam ook Brussen afscheid van Twitter. ‘Het is verstikkend en hatelijk geworden en wordt overspoeld met meningen die echt niemand wil weten. Als je een beetje bekend bent wil je absoluut niet al je @reply’s lezen omdat je gewoon niet wilt weten hoe ontzettend je wordt gehaat.’ Het is als met die leuke kroeg waar je zo graag kwam, maar die werd overgenomen door lallende corpsballen met een kwade dronk.

De liefde op het eerste gezicht van weleer is verworden tot een grimmig verstandshuwelijk. ‘We houden het met z’n allen nog wel een beetje vol’, zegt Jasper Klapwijk. ‘Maar het is vooral wat harder debatteren, elkaar belachelijk maken en vetes uitvechten’. Toch kan Klapwijk zich nog prima vermaken. ‘Als ik met een computerprobleem zit, bel ik geen helpdesk, maar stel ik de vraag op Twitter. En ik heb honderden euro’s, schoenen, laptops en kleren geregeld voor de vluchtelingenbeweging We Are Here.’

Die aantrekkingskracht van Twitter maakt ook dat een echtscheiding makkelijker gezegd is dan gedaan. Ja, Bert Brussen nam definitief afscheid van Twitter en inderdaad: zijn oude account @bertbrussen stuurt alleen nog maar geautomatiseerde tweets rond. ‘Ik ga nooit meer twitteren, en zal ook nooit meer afscheid nemen’, zegt hij ook beslist. Echt niet? Ook niet via de account van The Post Online, waar Brussen hoofdredacteur is? ‘Ja, die moet uiteraard worden bediend en niemand kan dat zo intensief en gericht als ik, als ex-verslaafde. Het resultaat is uiteindelijk dat ik me soms inderdaad niet kan inhouden en wel eens een tweet erbij gooi die er niet hoort. Maar het laatste jaar gebeurt dat eigenlijk hooguit een keer per week.’