Wat betekent die koopkrachtprognose
nu écht voor u?

Het Centraal Planbureau (CPB) berekende voor tienduizenden huishoudens de verwachte koopkrachtverandering in 2016. Dat leverde onderstaande 'puntenwolken' op, met voor elk huishouden één punt. De spreiding van de wolk duidt erop dat de mediane koopkrachtstijging van +1,4 procent, die het CPB vandaag presenteerde, in de praktijk voor de één een plus en voor de ander een min betekent.

Toelichting: mediane koopkracht, wat heeft u eraan?

Waar zweeft u in de puntenwolk?

Selecteer het type van uw huishouden en versleep de rode inkomstenmeter naar uw jaarinkomen. Een exacte koopkrachtverandering voor uw situatie kunnen we niet geven (zie toelichting hierboven), maar u ziet in de puntenwolk wel wat huishoudens met uw inkomen (plusminus 2000 euro) volgend jaar kunnen verwachten.

Of u in 2016 meer of minder te besteden heeft is van nogal wat factoren afhankelijk, bovenal van uzelf. Het financiële overheidsbeleid, waar we het in deze presentatie over hebben, speelt daarin een beperkte rol. Toch presenteert het Centraal Planbureau bij de Miljoenennota (de overheidsbegroting voor volgend jaar) een tabel met koopkrachtcijfers en een aantal puntenwolken. Met de toekomstvoorspellingen van het CPB in de hand poneren politici stellingen als: iedereen gaat er volgend jaar op vooruit. Of, vanuit een ander perspectief: de ouderen worden weer gepakt.

Het CPB publiceert elk jaar een lijst van gemiddelde koopkrachtontwikkelingen: dit jaar is de verwachting dat de mediane koopkracht -de middelste waarneming, wanneer alle koopkrachtvoorspellingen in een oplopende reeks geordend worden- zal toenemen met 1,4 procent. Dit hoopvolle en verraderlijk absolute cijfer gaat echter gepaard met allerlei uitschieters naar boven en beneden. Ter nuancering biedt het CPB daarbij de puntenwolken voor verschillende typen huishoudens. Zo’n wolk is een grafische weergave van de koopkrachtverandering van zo’n 10.000 inkomens. Die inkomens zijn uit het leven gegrepen, ze komen uit de database van het Centraal Bureau voor de Statistiek en vormen een representatieve steekproef.

De rekenmeesters van het CPB onderscheiden drie typen inkomen – uit werk, uitkering of pensioen – en drie typen kostwinner – alleenstaand, alleenverdiener en tweeverdiener. Deze gecombineerd leveren zes puntenwolken op die u hier terugziet. Het CPB berekent de verandering van de koopkracht door op die tienduizenden inkomens het geplande overheidsbeleid en de economische prognoses voor volgend jaar los te laten. Het resultaat is een zwerm van verwachte plussen en minnen.

In de woorden van het CPB: ‘Koopkrachtverandering treedt op als gevolg van wijzigingen in belastingen, premies en ander overheidsbeleid en als gevolg van de CAO-loonstijging, de indexatie van uitkeringen en pensioenen en de inflatie.’ Die cocktail van factoren pakt voor iedere Nederlander anders uit. Iemand kan evenveel verdienen als zijn buurvrouw, maar aanspraak maken op andere overheidstoeslagen of onder een andere CAO vallen. Misschien heeft zijn buurvrouw kinderen, maar hij niet. Of heeft zij veel vermogen, maar hij niet. De verschillen zijn groot, met in sommige gevallen (de uitzonderingen) flinke uitschieters naar boven en beneden, zo laten de puntenwolken zien.

De zes typen huishouden bieden enige houvast. Nederland is door het CPB onderverdeeld in zes zwermen. Buurman en buurvrouw delen in een puntenwolk een aantal eigenschappen. Bijvoorbeeld: ze werken en zijn in hun gezin de enige kostwinner. Of: ze zijn gepensioneerd en hebben een partner met pensioen. Zodoende kunnen we grofweg aanwijzen waar u staat in de koopkrachtplaatjes. Binnen een marge van plus en min 2.000 euro rond uw inkomen geeft de grafiek aan hoe groot uw kans is op koopkrachtstijging of daling.

Tekst: Joost de Vries Datavisualisatie: Mirjam Leunissen


Bruto jaarinkomen van mijn huishouden: