1515386
Bruce Willis in Die Hard: With a Vengeance (1995), de derde Die Hard-film. © anp

Waarom zijn de vervolgfilms zo populair?

Nog nooit kwamen er zo veel vervolgfilms uit als dit jaar. Waarom is de sequel zo populair en hoe maak je een goeie? Drie Nederlandse regisseurs leggen uit.

Hoe vaak kan een gewone New Yorkse politieagent op de verkeerde tijd op de verkeerde plek verschijnen? In Hollywood heel vaak. In de actiefilm Die Hard (1988) reist man-in-huwelijkscrisis John McLane (Bruce Willis) voor de feestdagen naar zijn gezin om zich te verzoenen met zijn echtgenote, die voor haar topfunctie (erg) bij een hypermodern Japans bedrijf (nog erger) is uitgeweken naar Californië (ergst). 'Fucking California', vat de homofobe held de situatie samen, als een man op de bedrijfskerstborrel hem ter begroeting op de wang zoent. Gelukkig worden de praatjesmakers - collega's van zijn vrouw - al snel gegijzeld door de Duitse ex-terrorist Hans Gruber (Alan Rickman) en zijn bende onverlaten. En mag McLane de rest van de film al vloekend en schietend de noodzakelijkheid van de masculiene Amerikaanse oerheld bekrachtigen, als eenmansleger in mouwloos hemdje.

Inmiddels zijn we vijfentwintig jaar verder en gaat volgende week het vijfde deel in de Die Hard-cyclus in wereldpremière. De film, A Good Day to Die Hard, voldoet aan de drie ijzeren sequelwetten.

1 Hetzelfde.
2 Maar meer.
3 Op een andere plek.

McLane spoedt zich dit maal naar Moskou, waar een van hem vervreemde zoon moet worden gered, wat gepaard gaat met veel ontploffingen. Kenmerkende quote van de Russische bad guy (met nucleair plan): 'Weet je wat ik aan Amerikanen haat? Alles.'

Lees verder in de digitale Volkskrant, nog t/m zaterdag 9 februari gratis te lezen.