Het meisje voorbij

Renée Soutendijk was jarenlang niet meer te zien in een Nederlandse film. Ze is er opeens weer, in twee films tegelijk, en blikt terug op een carrière van 25 jaar....

RENÉE Soutendijk houdt niet van haar eigen woorden. Ze is niet goed in 'verbale communicatie', zegt ze verontschuldigend. Daarna volgt een tastende blik. 'Ik werk wel met taal, maar ik denk in beelden. Een scenario is voor mij een goed scenario als ik het allemaal voor me zie.'

Ook het ouder worden is voor haar gekoppeld aan beelden en film. 'Tot tweemaal toe werkte ik met cameraman Joost van Gelder, die een generatie jonger is dan ik. Hij werkt graag met lange lenzen, waardoor de camera vaak ver weg is. Ik vind het fijn een concentratie op te bouwen tussen mijzelf en de cameraman, maar dat gaat niet als hij meters verderop staat. De klassieke fotografie waaraan ik hecht, is passé. Het is aan mij om me aan te passen.'

De karakterspeelster keert terug, na een afwezigheid in de Nederlandse bioscopen van vier jaar. Renée Soutendijk, gelauwerd in Seattle (tot tweemaal toe), Oxford en in Italië, is de komende maanden te zien in twee Nederlandse films: Dial 9 van Kees van Oostrum (budget: 12 miljoen gulden) en Met Grote Blijdschap van Lodewijk Crijns (budget: 1 miljoen).

Twee producties, twee werelden. 'Met Grote Blijdschap was low budget, of zeg maar: no budget. Maar wel een script dat ik in één adem uitlas.'

Samen met Jack Wouterse vormt Soutendijk in Met Grote Blijdschap een echtpaar, dat al vijftien jaar een geïsoleerd bestaan in de Ardennen leidt. Het was een productie zonder luxe, met conflicten die hoog konden oplopen. Toch zijn de draaidagen nu al een zoete herinnering. 'Het ging altijd om wat er uiteindelijk voor de camera gebeurde. De artistieke kwaliteit stond voorop. Alles en iedereen voor die ene zaak: de film waarin wij geloven.'

Dat is precies wat Soutendijk - 'een harmonie-mens ten top' - boeit aan haar vak: gezamenlijkheid. 'Het is de kern van mijn werk: met een club mensen gefixeerd zijn op hetzelfde doel. Niks manipulaties, maar loyaliteit.'

De twaalf draaidagen van Dial 9 vielen haar om die reden zwaar - al was de samenwerking met regisseur Van Oostrum 'erg prettig' en kan een Engelstalige productie bovendien geen kwaad voor een actrice die graag over de grenzen heen kijkt. Maar de aanwezigheid van buitenlandse acteurs - in Dial 9 spelen Liev Schreiber (Scream) en Jeanne Tripplehorn (The Firm, Waterworld) - 'leidde tot veel stress en kinderachtig gedoe'.

De Amerikaanse werkwijze botste op de Hollandse nuchterheid. 'Amerikaanse acteurs zijn gewend aan enorme contracten, boordevol eisen. Een Nederlandse producent denkt dan: het zal zo'n vaart niet lopen. Maar er hoeft niet zo heel veel te gebeuren en een Amerikaan gaat op zijn strepen staan, ook al zijn de eisen nog zo absurd.'

Op zo'n moment kruipt Soutendijk in haar schulp. Ze wordt ongelukkig als collega's spelletjes spelen. 'Werken wordt dan de tijd uitzitten, en proberen zo goed mogelijk te doen waarvoor je bent ingehuurd.' Intussen wel oppassen dat er iets van de rol overblijft. 'Scènes kunnen zomaar worden geschrapt omdat een hoofdrolspeelster het nut ervan niet meer inziet. Het is vechten voor je momenten, in een omgeving die vooral wil nemen.'

Zelf is Soutendijk ongeschikt voor sterallures. Na 25 jaar kan ze zichzelf nog altijd niet verkopen. 'Het is mijn eer te na om bij anderen aan te kloppen.' Dat was ook het probleem in Amerika, waar zij begin jaren negentig anderhalf jaar woonde, nadat ze de thriller Eve of Destruction had opgenomen. Dochter Caro - toen zes - ging mee, haar echtgenoot bleef in Amsterdam.

Aan dat avontuur refereert ze als 'een hoop gedoe'. Te vaak opgedraafd voor iets dat het best als 'kinderachtig genre' kan worden omschreven. 'Je komt in producties terecht die niet bepaald je artistieke kwaliteiten op de proef stellen. Uiteindelijk kon ik een zevenjarig contract tekenen voor een Star Trek-serie - dat was niet wat ik zocht.' Hollywood klinkt uit haar mond niet anders dan Assen. 'Ik ben gematigd, heb nooit zo'n last van grote gevoelens. Haatdragend ben ik niet. Verbitterd over gemiste kansen of gemaakte fouten evenmin. Dingen gaan zoals ze moeten gaan. Ik vond het na Eve of Destruction een goede beslissing om de overstap te wagen. Net zoals het mij na achttien maanden een goede beslissing leek weer uit Los Angeles te vertrekken. Het leven daar bood me te weinig, en een huwelijk werkt over zo'n afstand ook niet op den duur. Wegwezen, dus.'

Na haar terugkeer kon ze meteen met Frans Weisz aan de slag. Sindsdien werkt ze zo goed als onafgebroken. Toch is de jubelstemming rondom haar minder geworden, alsof de bewierookte actrice uit De vierde man, Het meisje met het rode haar en Van de koele meren des doods de belofte niet heeft ingelost.

'Er was even een tijd aangebroken waarin ik weinig goeds kon doen. De mensen kenden me meer dan goed en hadden moeite me in andere rollen te zien. Ik was voor velen de actrice geworden die zich er altijd helemaal in gooit - in dramatisch opzicht.'

Haar laatste Nederlandse film, De Flat (1996) van Ben Verbong, kreeg er hard van langs. Ook Soutendijk - zij speelde een naar seks hunkerende dokter - werd afgevallen. 'Mijn verschijning in een thriller botste met het verwachtingspatroon. Dat is een handicap als je in Nederland veel werkt. Het jonge bioscooppubliek heeft daar geen last van. Dat kent me alleen van de video van Eve of Destruction.' Het raakt haar wel, die kritiek. 'Je krijgt iets van een schild, maar als er op de persoon wordt gespeeld, komt het altijd aan.' Ze speelde in 1994 in Wittness van Paul Ruven. 'Klein filmpje, in mijn ogen waardevol. Dan staat er in een recensie: daar heb je La Soutendijk met zonnebril. Terwijl het dáar dus helemaal niet om gaat.'

DE laatste tijd werkt ze veel in Duitsland. De afgelopen twee jaar alleen al in zeven producties - televisie- en bioscoopfilms, al is het verschil daartussen diffuus. 'Ook bij televiefilms spreek je over budgetten van drie miljoen D-Mark. De arbeidsvoorwaarden zijn voortreffelijk: zoveel uur op en af, een eigen caravan op de set en tickets om af en toe naar huis te vliegen.' Ze kreeg in 1999 de prestigieuze Adolf Grimme Preis voor haar hoofdrol in Hauptsache Leben. 'Eervol, zeker.' Ze lacht. 'Het was zo'n chique prijs waaraan geen geldbedrag is verbonden. Dat heb ik dan weer.'

In Berlijn, Keulen en Hamburg wordt Soutendijk niet meer gecast als buitenlandse diplomatenvrouw, mysterieuze spion of als robot met ingebouwde atoombom (wat haar in Hollywood overkwam). Degelijke vrouwenrollen, met een kop en een staart, díe krijgt ze vooral. Zoals in Anna Wunder, waarin ze een gestrande alcoholiste speelt, niet in staat om voor haar kinderen te zorgen. 'Dat komt ook door mijn leeftijd', zegt de 42-jarige. 'Het meisjes-tijdperk is voorbij. Ik kan nu vrouwen met een geschiedenis spelen. Dat is een groot voordeel.'

Haar Duitse werk is in Nederland onzichtbaar - een verschijning in Tatort ('in Duitsland wel goed voor elf miljoen kijkers') uitgezonderd. 'Dat levert ook voordelen op. Anonimiteit heeft zo zijn aantrekkelijke kanten.' Ze denkt even na. 'Het stemt niet somber, nee. Het is hoogstens jammer. Ik snap het ook niet helemaal. Hauptsache Leben was wel te zien in Utrecht, tijdens het Nederlands Film Festival. Maar dan wordt er weer niet bijgezet wie erin speelt. Er kwamen zo'n twintig mensen op af.'

De regelaar in haar staat op. Met een knipoog: 'Hauptsache Leben, over een vrouw met borstkanker, moet toch iets zijn voor een thema-avond op Nederland 1, samen met een extra lange aflevering van Vinger aan de Pols?'

Zo'n opmerking mag gekscherend bedoeld zijn, initiëren is wel iets dat ze graag doet. Samen met Thed Lenssen, geroemd regisseur van reclamefilms en al 21 jaar haar man, runt ze een bedrijf. Soutendijk probeert een black comedy van de grond te krijgen, gebaseerd op Egg Dancing van Liz Jensen, over een wetenschapper die zijn vrouw als proefkonijn gebruikt. Samen met Emile Fallaux wordt gewerkt aan een script. Beraamde kosten: acht miljoen.

'Een eigen productie, zelf bedacht en opgezet, moet er nu echt eens van komen', stelt ze. De tijd dringt. Het plan, over genetische manipulatie, dreigt door de werkelijkheid te worden ingehaald. En de optierechten op het boek zijn ook al een keer verlengd. 'Natuurlijk is het een manier om mijn eigen voorwaarden te scheppen. Maar het is meer dan dat. Ik heb er echt lol in de juiste mensen bij elkaar te zoeken, om met initiatieven te komen en met geestverwanten daarover in de clinch te gaan.'

Op een draaidag van Dial 9, nabij het Amsterdamse Centraal Station in juli, oogt 'Nederlands nummer één' (Matthijs van Heijningen) naar binnen gekeerd. Ze doet, te midden van druk heen en weer lopende crewleden, denken aan een sportvrouw, vlak voordat ze op moet voor de finale. De actrice zit veelal in haar caravan, ook als er even paniek uitbreekt omdat een brug niet meer dicht wil, wat verdere opnamen onmogelijk zou maken.

'Ik ben op de set nooit zo aanwezig, nooit extravert. Je wordt als actrice geacht op aanvraag te pieken. Dat vereist concentratie, en ik kan me alleen in alle rust concentreren, op mijn eentje.' Die houding wordt ook wel geïnterpreteerd als kil. 'Dat moet dan maar. Ik ben niet het type dat wild rondrent. Nooit geweest ook. Maar ik ben ook niet van het soort dat zich helemaal afsluit om in mijn rol te blijven. Dat verhaal is op mij geplakt rondom Van de koele meren. Doet het altijd goed in de media, de mythe van de speler die helemaal verdwijnt in zijn rol. Mijn aanpak is toch technischer.' Daarbij is ze met de jaren zelfverzekerder geworden. 'Ik hoef niet meer van mezelf 24 uur per dag voor mijn rol te leven om de risico's van falen zo klein mogelijk te maken.'

De Nederlandse filmwereld is veranderd. Toen ze begon, was het adressenbestand van de casting directors overzichtelijk: je had Monique van de Ven, Willeke van Ammelrooy en Renée Soutendijk. 'Er werden veel films gemaakt, en bijna altijd zat een van ons erin. In die tijd kon je meer dan goed leven van dit werk. Dat is minder geworden. De markt is voller. Het is voor jonge actrices veel moeilijker een bepaalde continuïteit op te bouwen.'

De Nederlandse film doet haar zuchten. Het bekende verhaal. Slecht imago, ongeïnteresseerd publiek en te weinig geld voor een goede publiciteitscampagne. 'Op zich zijn er nu meer mogelijkheden, met de fiscale voordelen voor investeerders. Maar het publiek lijkt van de Nederlandse film vervreemd. Het is misschien tijd om eens echt internationaler te gaan denken.' Niet dat ze verwacht dat Nederlandse bioscoopbezoekers wel naar in Nederland gemaakte films gaan waarin Engels wordt gesproken. 'Dat geloof ik niet, maar dergelijke films zijn ook niet primair voor de Nederlandse markt gemaakt. Die markt is gewoon te klein.'

Niettemin volgt ze met 'moederogen' hoe haar oudste kind Caro - het echtpaar Lenssen-Soutendijk heeft ook een zoon van vier - het doet als actrice. De zestienjarige wekte vorig jaar indruk in de televisiefilm Zoenzucht. Ook was ze te zien als de dochter van kamerlid Eva van Tuyll in de VARA-komedie Oh Oh Den Haag. 'Ze doet het met plezier. Ze vindt de set gezellig en spannend.' Er is geen behoefte te zeggen: ga toch wat anders doen. 'De filmindustrie is professioneler en harder geworden. Maar Caro is een creatief doe-mens, net als ik. Momenteel volgt ze een cursus aan de New York Film Academy in Princeton, waar ze van de andere kanten van het filmvak iets kan oppikken. Ik probeer haar keuzemogelijkheden zo breed mogelijk te maken.'

Opmerkelijk is de professionele blik waarmee ze naar het spel van Caro kan kijken. Terwijl ze zichzelf 'absoluut' niet kan aanzien. 'Alle acteurs rennen tussen de opnamen door naar de monitor om te kijken wat ze gedaan hebben. Ik kan dat niet. Het leidt me af.'

Vijfentwintig jaar is ze nu actrice - van een boerenmeid met Betuws accent in Pastorale 43 van Wim Verstappen tot en met een zonderlinge vrouw in Crijns' Met Grote Blijdschap. Een kwart eeuw een verhouding met de camera, en nog altijd geen aandrang te gaan schrijven of les te gaan geven. 'Daarvoor ben ik niet geschikt. Ik ben veroordeeld tot het acteren. Vroeger had ik nog wel eens het idee een slachtoffer van mijn talent te zijn, maar dat is voorbij. Ik ben tevreden met wat ik doe. Ik vind ook dat ik best tevreden mag zijn.'