Bij ons in hollywood

Paul Verhoeven, Jan de Bont en Theo van de Sande maakten 26 jaar geleden samen 'Turks Fruit', die deze zomer werd uitgeroepen tot beste Nederlandse film van de eeuw....

'Ik maak helemaal niet de films die ik wil maken. Dat lijkt me duidelijk. Ik maak de films die ik kán maken. The Hollow Man gaat over de onzichtbare man. Ik ben gevraagd het project te doen. Het budget bedraagt 85 miljoen dollar - nou ja, dan probeer je daar het beste van te maken. Maar het is niet zo dat ik 's nachts in mijn bed lig en denk: Wow! Ik mag me morgen weer bezighouden met The Hollow Man. Natuurlijk niet. Geen seconde.'

Paul Verhoeven grijnst. Zijn mond, tot dat moment opererend in de hoogste versnelling, staat even stil. De ogen glimmen. Ook zelfspot is om te lachen.

Het Paul Verhoeven Office bevindt zich in het Fred Astaire Gebouw, dat aan de achterkant staat van de Sony Studio's in Culver City, Los Angeles. Bij de hoofdingang verdringen zich toeristen, hopend op toegang tot de publiekstribune van het televisieprogramma Wheel of Fortune. Fans van Don en Mary Osmond melden zich bij de bewakingsdienst. Ze willen weten of de voormalige popsterren al klaar zijn met de opnamen van hun talkshow.

'Ik kwam Sharon Stone hier laatst tegen', zegt Verhoeven, stevige passen makend over een van de studio-straten op het Sony-terrein, waar kantoren de voorgevels hebben van winkels of theaters en namen dragen als Garbo, Garland, Hepburn, Gable of Capra. 'Ze poseerde voor nieuwe publiciteitsfoto's. We hebben elkaar gekust.'

Gekust? Hebben de regisseur en de actrice dan geen ruzie? De beruchte scène uit Basic Instinct - Stone vouwt de benen over elkaar, en floep: midden in het kader verschijnt een schim van een vagina - was Stone toch door Verhoeven, 'die maniak', door de keel geduwd?

'Ik kan tijdens opnamen tekeergaan, maar dit verhaal is opgeklopt. Natuurlijk kust Sharon mij gedag. Ze weet wie zij was voor Basic Instinct. Ze weet ook wie zij nu is. We vonden elkaar leuk. Als je daar niets mee kan, ga je gekke dingen zeggen.'

Verhoeven heeft door an act of God gedwongen vrijaf. De opnamen van The Hollow Man liggen stil. Hoofd rol speel ster Elizabeth Shue moest afvallen. Tijdens ochtendgymnastiek, op het studioterrein, sprong ze naast de trampoline. Haar achillespees scheurde.

'Ik moet 22 weken draaien. Door Elizabeths ongeluk duurt die periode tien weken langer. De druk neemt niet af als de boel stil staat. 32 weken is te lang. Ik vreet mezelf op.' In mei 2000 moest The Hollow Man in première gaan. 'Dat wordt juli, later kan niet. Het is een film met special effects. Die moet er in de zomervakantie uit. Zo werkt dat hier.'

In 1985 vertrok Verhoeven naar Hollywood, murw gemaakt van wat hij indertijd 'de negatieve feedback ten opzichte van mijn werk' noemde. Hij ging op de vlucht voor het land waar het compromis tot kunst is verheven. Liever de ijzeren wetten van de markt, dacht Verhoeven, dan de prietpraat van de subsidiegevers. 'Ik verliet Nederland in de overtuiging dat iedereen blij was dat ik vertrok.' Hij kende niemand toen hij een kamer betrok in het Beverly Hills Hotel aan Sunset Boulevard. Niemand. Op zijn agent, een advocaat en Jan de Bont na.

De Bont, in Nederland Verhoevens vaste cameraman, was samen met zijn toenmalige echtgenote Monique van de Ven enkele jaren eerder naar Hollywood afgereisd. 'Ik kon hier meteen aan de slag', zegt De Bont, telg uit een slagersfamilie uit Eindhoven. 'Een cameraman heeft als voordeel dat iedereen kan zien waartoe hij in staat is. Mijn stijl viel met een goed in Hollywood. Zeker toen de studio's hoorden met wat voor mini-budgetten de Nederlandse films waren gedraaid. Ik was in hun ogen de man die films duurder kon laten lijken dan ze waren.'

De loopbaan van De Bont laat zich lezen als een toon beeld van carrièreplanning. Het succes in eigen land werd ingeruild voor de eerste divisie van Hollywood, waarna hij gestaag opklom naar de wereldtop. In 1981 draaide De Bont vooral nog klein werk. In 1988 was hij director of photography van Who's that girl (met Madonna), Die Hard (Bruce Willis) en Black Rain (Michael Douglas).

Speed, over een bus die niet kan remmen, was zijn eerste regie, in 1994. Een kaskraker. Evenals Twister (over wervelstormen), Speed 2: Cruise Control, en The Haunting, De Bonts pas uitgekomen horrorfilm die genadeloos is afgebrand in de dagbladen maar desondanks de kosten, 73 miljoen dollar, al aardig aan het terugverdienen is (de inkomsten uit de relea ses in Europa en Azië en uit de video- en DVD-markt liggen nog in het verschiet.)

Jan de Bont schuift ongedurig heen en weer op een bank in zijn kantoor in Santa Monica. Of er ook caffeïnevrije Diet Coke in huis is, vraagt hij aan zijn assistent. Kort na de première van The Haunting is hij 'behoorlijk afgedraaid'. De promotie vrat energie. Zo'n 170 journalisten stond hij te woord, in groepen van zeven. Hij voerde intensieve gesprekken met verslaggevers van belangwekkende dag- en weekbladen, verscheen in goed bekeken programma's als Dateline en The Today Show en verder was zijn hoofd, al was het soms maar voor even, te zien in vrijwel alle belangrijke programma's, van The Movie Channel tot en met CBS.

Het is bijna voorbij. Nog een stuk of dertig satelliet-interviews met regionale televisie-zenders. Vervolgens breekt de grote vakantie aan: De Bont heeft twaalf dagen achter elkaar vrij.

Na die quality time breken opnieuw wilde weken aan. De Bonts bedrijf Blue Tulip gaat The Paperboy produceren, de eer ste Amerikaanse film van de Spaanse regisseur Pedro Almodovar. Kort daarna begint Steven Spielberg aan de opnamen van Minority Report, die ook door Blue Tulip wordt geproduceerd. Minority Report is door De Bont in eigen huis, met een team van dramaturgen, ontwikkeld. Hij zou de film zelf regisseren. Totdat Tom Cruise liet weten interesse te hebben in de hoofdrol, daarbij opmerkend het script meer iets voor Spielberg te vinden dan voor De Bont. Spielberg wilde wel. En hij accepteerde Blue Tulip als producent. Onder één voorwaarde: De Bont moest dan wel voor zijn bedrijf, DreamWorks, The Haunting maken.

'In de vakbladen werd daar wat schamper over gedaan', zegt Theo van de Sande, op weg naar Les Deux Cafés, een modieus restaurant dat achter een schutting op een parkeerplaats ligt verscholen, onzichtbaar voor het toerisme op Hollywood Boulevard. De Bonts kostje is gekocht, weet Van de Sande. 'Hij doet als regisseur een stapje opzij, maar is daardoor wel de producent van de nieuwe Spielberg. Wie dat kan zeggen, is de koning te rijk.'

Zelf is Van de Sande niet zo'n carrière-type, zegt hij - al wekt zijn curriculum vitae een andere indruk. De cameraman (hij draaide in Nederland onder meer: Charlotte, Van de koele meren des doods, Schatjes!, De Illusionist en De aanslag) geldt in Holllywood als een garantie voor gloedvolle beelden. Onlangs nog kreeg Van de Sande in de vakbladen lof toegezwaaid voor de dynamische fotografie van Blade en het zwoele aangezicht van Cruel Intentions.

'Ik word veel gevraagd. Dat is in een stad met 2500 cameramannen zeker niet slecht. Maar ik denk niet, zoals de Amerikanen, in winning teams.' Mike Myers, die hij leerde kennen tijdens de opnamen van Wayne's World, vroeg Van de Sande Austin Powers: The Spy Who Shagged Me te draaien. 'Een Amerikaan zou denken: Myers is een succesnummer, daar sluit ik me bij aan. Maar ik had net toegezegd mee te werken aan de komedie Big Daddy. Twee komedies achter elkaar vind ik vervelend. Er valt voor een director of photography geen eer aan te behalen. Dus heb ik Myers verzoek met een glimlach naast me neergelegd.'

Van de Sande ging ook niet naar Hollywood, benadrukt hij, voor het grote geld. Hij had een persoonlijke reden. Zijn vrouw, de van oorsprong Marokkaanse documentairemaakster Michele Ohayon, kon niet aarden in Nederland. In Israël wonen, waar zijn echtgenote vandaan kwam, wilde hij niet. Los Angeles bleek een waardig alternatief.

Vijftien jaar nadat Van de Sande voor het eerst in Los Angeles poolshoogte ging nemen, woont hij met zijn vrouw en twee kinderen in een huis in de wijk Los Feliz, vlakbij de villa van Brad Pitt. De werkdag begint voor de geboren Tilburger om kwart over zes. Hij gaat dan, samen met de vader van Leonardo DiCaprio, wandelen en klimmen in het aanpalende Griffith Park.

Na een dag draven op de set ('ze vinden het hier gek dat ik zelf met lampen loop te sjouwen') komt Van de Sande tot rust in zijn tuin. Met vis op de barbecue. Of met een duik in het bubbelbad, van waaruit hij zicht heeft op het Sign, de houten, hoog op een heuvel staande letters die samen de naam Hollywood vormen.

The glamourous life - alleen de uitdrukking al doet hem lachen. Première-feestjes, daar komt hij weleens, 'omdat je in Hollywood zonder netwerk niet bestaat.' Maar verder: 'Na een draaidag ben ik bij mijn gezin, als ik tenminste in Los Angeles of omgeving draai. Dat is het hele verhaal: Hollywood werkt. Komt even bij. En gaat weer aan het werk.'

Braspartijen in de tuin van het gerestaureerde hotel Château Marmont of met champagne overgoten contractbesprekingen in restaurant Spago - ze vinden wel plaats, zegt Van de Sande, maar dan als uitzonderingen op de regel. 'De jaren zeventig zijn nu echt voorbij.'

Contact met zijn landgenoten, met Jan de Bont, Paul Verhoeven, cameraman Kees van Oostrum of scenarioschrijver Menno Meyes, heeft hij niet. 'Ik zie ze nooit, helemaal nooit. Het gekke is: ook de banden met de Nederlandse filmwereld zijn onmiddellijk na mijn vertrek uit Nederland verbroken. Ik word nooit door iemand gebeld.'

Op het terras van The Rose nuttigt filmproducent Leon de Winter een ontbijt. The Rose, gelegen op de grens tussen Venice en Santa Monica, is zo'n zaak waar iedereen water, vers fruit of gestoofde kip consumeert. Arnold Schwarzenegger komt hier vaak. Hij houdt van milkshakes. Low calories, dat wel.

De Winter, tijdelijk aan de Amerikaanse westkust wonend omdat hij een groot filmbedrijf aan het opzetten is, noemt de aantrekkingskracht van Hollywood onweerstaanbaar. 'Ik wil niet over dertig jaar denken: had ik het toen toch maar geprobeerd.'

In de stad van de studio's, van de sportscholen op het strand, van Sunset Boulevard en The Walk of Fame, in de stad ook waarin iedereen, taxi-chauffeur, gogo-danseres of badmeester, een scenario bij zich heeft om de eigenlijke ambitie te accentueren - in die stad leerde De Winter dat plannen en vondsten, hoe briljant ook, op de tweede plaats komen. 'Alles begint met de sleutelzin van ieder zakelijk overleg: Show me the money! Er is geen studio in je geïnteresseerd als je er niet bij vertelt al een financier te hebben die 20 miljoen neertelt. Show me the money! Dat is de filosofie. Want als je geld hebt, heb je de ster. Als je de ster hebt, heb je de film.'

De Winter werkt in Hollywood sinds enkele maanden samen met producent Eric Pleskow, een oude rot die meerdere Oscars in de wacht sleepte. Plotseling is hij overal welkom. 'Ik kom binnen op plekken waar ik eerder niet eens langs de receptie kwam.'

'De buitenkant, die telt,' zegt Van de Sande, die op filmsets verbazing wekt als hij, de director of photography nog wel, komt aanrijden in een doodgewone Saab 900. 'Helemaal fout. Mijn assistenten rijden in duurdere wagens.'

Wie maker is van films die veel geld opbrengen, zoals Jan de Bont, heeft een auto met chauffeur. Die blijft buiten als het moet urenlang wachten in de wagen, zodat de airconditioning de temperatuur aangenaam kan houden. 'Na Speed heb ik, zoals dat heet, een power position', zegt De Bont. 'Er is veel veranderd. Ik moet veel beslissingen nemen, vreselijk veel vergaderen.' De adviezen van De Bont zijn veel gevraagd. 'Hollywood is overzichtelijk, of liever: doorzichtig. Wie geld maakt, trekt nog meer geld aan. Wie geld nodig heeft, is een sukkel.'

Een buitenlander die ver wil komen, moet zich, stelt Paul Verhoeven, 'Amerikaanser gedragen dan de Amerikanen'. Go with the flow, is het devies. 'Europese filmmakers die zichzelf willen blijven in Hollywood? Vergeet het maar. Kijk naar de films die ik hier maak. Dat is het typisch het werk van iemand die zich heel erg aan het aanpassen is. Toch loop ik ver achter bij iemand van twintig die in deze cultuur en met deze taal is opgegroeid.' De culturele achterstand dreef hem in de hoek van de sciencefiction en de thrillers. 'Die genres staan buiten de werkelijkheid. Een vreemdeling kan zich daaraan geen buil vallen.'

Sinds Verhoeven tot die conclusie kwam, knaagt het bij hem. Hij denkt - 'veel te laat eigenlijk' - weer na over films die hij echt graag wil maken. 'Ik kan hier geen ding en doen die me aan het hart gaan, historische onderwerpen vooral. Films over de Europese cultuur. Munchen. Het fascisme in Italië. De Koude Oorlog. Ik ben 61 jaar. Hoe lang kan ik nog draaien?'

Met scenarioschrijver Gerard Soeteman, zijn oude maat die in dienst is bij Joop van den Ende, sleutelt Verhoeven aan twee scenario's, waarvan er een, gebaseerd op een verhaal van Guy de Maupassant, in het Engels wordt vertaald om de interesse van Amerikaanse financiers aan te wakkeren. 'Ik keer niet terug naar Nederland, maar ik hoop dat in de toekomst een situatie ontstaat waarbij ik zowel hier als daar verblijf.'

Ook met de Franse scenarist Jean-Claude Carrière werkt Verhoeven, financieel gesteund door Sony, aan een script. 'Die film speelt zich af rond het begin van de jaartelling. Een mooi project. Ik denk dat het doorgaat. Al weet je het nooit zeker. Aan mijn plan om de kruistochten te verfilmen was al 10 miljoen dollar uitgegeven toen de handel alsnog werd afgeblazen.'

Van de hernieuwde samenwerking met Soeteman verwacht Verhoeven veel. Met de nieuwe fiscale maatregelen in Nederland, die investeringen in film aantrekkelijk maken, moet het mogelijk zijn twintig, dertig miljoen gulden bin nen te halen. 'Als ik in Holland ga werken, is het wel zo handig een Amerikaanse distributeur te strikken. Sony, of Columbia, die de film dan in Amerika uitbrengt omdat ze de acteurs leuk vinden. Dan krijg je nog eens 30 miljoen dollar er bij. Wat het budget geschikt maakt voor een aardige film, een soort Sense of Sensibility, maar minder conventioneel, gepushter, meer míjn stijl.'

In de Guy de Maupassant-bewerking werd 'een Fransman die van ver komt' veranderd in een Amerikaan. 'Laat hem maar meteen van over de oceaan komen, dacht ik. Kan een Amerikaanse ster die rol spelen. Dat is belangrijk. Ameri kanen zijn niet geïnteresseerd in een film zonder Amerikanen. Europa interesseert Hollywood helemaal niks. Behalve als afzetmarkt. Wist je dat 33 procent van de opbrengst van een film uit Europa komt? Dat cijfer neemt alleen maar toe.'

Het deprimeert Verhoeven dat de eigenheid van de Europese film hevig onder druk staat. 'Een mondiger karakter zou Europa goed doen. Europa moet tegen Hollywood zeggen: "Rot op met die clichéverhaaltjes. Wij onthalen ons publiek wel op onze eigen geschiedenissen.'' Maar niks. Alleen de Fransen verzetten zich nog. De rest ligt als een bange hond achterover, met de buik in lucht en met zo'n blik van: bijt me maar. Moet je net de Amerikanen hebben. Als die ergens een markt ruiken, bijten ze onmiddellijk. En ze laten niet meer los.'

'De doelgroepen worden diverser. Er worden te veel films gemaakt. Bovendien verandert de smaak van het publiek razendsnel. Die optelsom maakt Hollywood zenuw achtig', zegt De Bont. 'Je ziet dat iedereen zich nu stort op de special effects. De animators van de computerafdeling zijn de artiesten van dit moment. Zij verdienen verschrikkelijk veel geld en kunnen van alle medewerkers de meeste tijd opeisen. Bij de post-productie van The Haunting moesten de editor en ik tegen een krankzinnige deadline vechten omdat de nerds zoveel tijd nodig hadden.'

Voor het werk van Van de Sande is de digitalisering van de film fnuikend. 'Film als zijnde een reeks gefotografeerde beelden op celluloid gaat verdwijnen. Over drie jaar zijn filmcamera's dinosaurussen. Iedereen draait dan met digitale camera's.' Dat hoeft niet per definitie een vermindering van beeldkwaliteit op te leveren, benadrukt Van de Sande. 'De ruimtevaart-industrie is in staat digitale camera's te maken die in niets onder doen voor de kwaliteit van filmcamera's. Maar in de filmsector dreigt Sony de slag te winnen met een systeem dat een belachelijke kwaliteit levert, een soort metalig beeld.'

De macht van het getal, zucht Van de Sande. 'Er is al voor zestigduizend dollar een digitale speelfilm-camera te koop. Het apparaat maakt belichters en lampen op de set overbodig. Economisch interessant, maar funest voor mensen als ik, die zich druk maken over het effect van kaatsend licht en de warmte van de kleuren. De director of photography is uitgepraat.'

Van de Sande probeert het einde van zijn ambacht voor te blijven. Hij voert gesprekken met wetenschappers, om te polsen of hij geen adviserende rol kan vervullen op het gebied van digitale, kwalitatief hoogstaande camera's. 'Ik zou graag de know-how van de ruimtevaart-industrie naar de film willen breng en. Maar of Hollywood luistert is de vraag. Diepte in het beeld vinden ze hier cinefiel geklets. De kostenplaatjes maken meer indruk.'

Desnoods zoekt Van de Sande op een andere manier zijn weg, als het maar in Californië is. 'Dit is mijn land geworden, omdat onze kinderen hier zijn geboren. Niet m'n voor geslacht maar m'n nageslacht gaf mij mijn roots.'

Wat vindt de Californiër Van de Sande er dan van dat Turks Fruit, waaraan hij als assistent van Jan de Bont mee werkte, tot Nederlandse film van de eeuw werd verkozen?

'Ik wist dat niet. Is dat echt zo? Nederland is ver weg, in mijn dagelijks bewustzijn bedoel ik. Maar zo'n mededeling veroorzaakt toch een tinteling. Een soort van trots.'

De Bont werd bij het horen van de uitverkiezing tot zijn eigen verbazing eveneens overvallen door 'een moment van tevredenheid'. Hij probeert nog elk jaar met zijn gezin op bezoek te gaan bij zijn talrijke familieleden in Brabant. Verder is het contact met het vaderland nihil. 'De kande laars in mijn kantoor hebben de vorm van een tulp, dat wel. Maar ik weet niks van de Nederlandse cultuur of de Nederlandse politiek, lees nooit Nederlandse kranten. Wat ik wel heb geprobeerd, is mijn kinderen Nederlandse kinderliedjes te leren. Niet gelukt. Ik ben te weinig thuis geweest om te oefenen.'

Ook op het Paul Verhoeven Office kwam een enquête-formulier binnen. Of Verhoeven zijn topvijf van Neder landse films wilde opsturen. Verhoeven: 'Meteen weggeflikkerd. Ik dacht: wegwezen. Ik krijg toch niks, en ik ga ook niet, als een echte Hollander, op mezelf stemmen.'

Twee maanden later klonk middenin de nacht, om vier uur, de telefoon. Jacques van Heijningen, directeur van het Nederlands Film Festival, aan de lijn. 'Ik zeg: "Godverdomme... bel me morgenochtend maar terug.'' Toen ik opstond lagen de eerste felicitaties op de fax. Ook voor de tweede plaats van Soldaat van Oranje.'

Erkenning? Dat vindt Verhoeven een groot woord. Hoewel. 'Als je het zo wilt zien. De hoofden van de bioscoopbezoekers zitten vol met beelden uit recente films. Toch kiezen ze voor Turks Fruit, een film van 26 jaar geleden. Dat is in het leven, dat doorgaans chaos en decepties brengt, iets lolligs. Nederland is veranderd. Er bestaan daar nu ook andere dan cynische krachten.'