Schoonmakers voeren actie bij het ING-hoofdkantoor tegen misstanden bij het schoonmaakbedrijf. Baanzekerheid is een belangrijke factor in de nieuwe welvaartsindex.
Schoonmakers voeren actie bij het ING-hoofdkantoor tegen misstanden bij het schoonmaakbedrijf. Baanzekerheid is een belangrijke factor in de nieuwe welvaartsindex. © ANP

Weg met het bbp? Nieuwe 'welvaartsindex' verklaart de onvrede wél

De hoera-stemming is onterecht

Het sluimerende onbehagen heeft sinds donderdag een cijfer. De nieuwe Brede Welvaartsindicator (BWI) moet een alternatief bieden voor die andere, veel bekendere afkorting: Bruto Binnenlands Product (BBP). Waar de laatste suggereert dat de Nederlandse economie groeit en bloeit, toont de BWI dat de crisis harder nadreunt dan gedacht.

De hoera-stemming is onterecht. Er is heel wat minder reden tot optimisme dan het BBP doet lijken.

Hoogleraar economische geschiedenis Jan Luiten van Zanden

'De hoera-stemming is onterecht. Er is heel wat minder reden tot optimisme dan het BBP doet lijken', zegt hoogleraar economische geschiedenis Jan Luiten van Zanden. Hij heeft de nieuwe meetlat ontwikkeld samen met collega's van de Universiteit Utrecht en onderzoekers van de Rabobank. Hun conclusie: de daling van de 'brede welvaart' zette later in dan de economische recessie. Maar deze dip houdt langer aan. Van Zanden ziet in hierin een belangrijke verklaring voor de politieke onvrede in Nederland.

Terwijl het BBP enkel kijkt naar de totale binnenlandse productie, zijn in de BWI veel meer factoren verwerkt die van invloed zijn op het welzijn. Die scores worden vergeleken met andere landen in Noordwest-Europa, en daaruit rolt een cijfer tussen 0 en 1. Op een aantal gebieden betekent dat louter goed nieuws. Sinds 2003, het eerste jaar van de meting, leeft de gemiddelde Nederlander steeds langer. Het milieu wordt schoner, bijvoorbeeld door minder uitstoot van fijnstof. De criminaliteit daalt.

Revolutie in statistiekland

Lees ook

Geluk en welzijn leken lang niet meetbaar, zodat toch maar naar geld werd gekeken. Maar tegenwoordig komen economische instellingen behalve met ranglijsten van het bbp, de inflatie en de werkgelegenheid, ook massaal met indices van geluk en welzijn. Soms staat Nederland zelfs helemaal aan de top.

De mythe van de zelfredzame mens zorgt voor een hoop onzekerheid, schrijft Sheila Sitalsing in haar column. 'De scheidslijnen tussen mensen die zich kunnen redden en de mensen die dat niet langer kunnen worden almaar scherper. Het ongenoegen bloeit. Een nieuw kabinet zou het anders kunnen doen.'

Waar het de laatste jaren misgaat, is op de eerste plaats de arbeidsmarkt. De BWI houdt daarbij naast werkloosheid en besteedbaar inkomen ook rekening met de kwaliteit van banen. 'Kijk naar de mensen die ontslagen zijn bij V&D', verklaart mede-initiatiefnemer Hans Stegeman, hoofdeconoom Nederland bij Rabobank. 'Een groot deel van deze mensen heeft inmiddels nieuw werk gevonden. Maar de kwaliteit daarvan is fors verslechterd. Vaste banen zijn vervangen door flexibele, tijdelijke en dus onzekere contracten. Uit de wetenschappelijke literatuur weten we dat dat een negatief effect heeft op hoe gelukkig mensen zijn.'

De BWI is de laatste ontwikkeling in wat niets minder is dan een revolutie in statistiekland. Het BBP 'meet alles, behalve datgene wat de moeite waard is', zei Robert F. Kennedy al in 1968. Die kritiek is de laatste jaren opgelaaid. Van alle kanten wordt gewezen op tekortkomingen.

Zo zou een een terroristische aanslag in Nederland positief kunnen uitvallen voor het BBP. Verzekeraars moeten schade uitkeren, kapotte spullen worden vervangen, de uitgaven aan wapentuig nemen toe. Maar met meer welvaart heeft dat niets te maken.

Wildgroei aan alternatieve maatstaven

Om een serieuze concurrent te worden van het bbp heb je één duidelijke indicator nodig waarmee je voorspellingen kunt doen.

Hans Stegeman, hoofdeconoom Nederland bij Rabobank

En er is meer kritiek. Mantelzorg, of een ouder die voor de kinderen kookt, blijft onzichtbaar in het BBP. Worden die activiteiten commercieel uitbesteed aan een huishoudelijke hulp, dan lijkt het plotseling alsof de economie groeit. Dat terwijl het welvaartsniveau gelijk blijft. En dan is er nog de vraag wie profiteert als het bbp stijgt. 'Dat kan ook betekenen dat 1 procent van de bevolking er gigantisch op vooruitgaat, terwijl de rest armer wordt', legt Van Zanden uit.

Over de alternatieven voor het bbp bestaat minder consensus onder economen en beleidsmakers. Critici spreken van een wildgroei aan alternatieve maatstaven. Appels zouden met peren worden vergeleken. Om dat te vermijden, heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gekozen voor een 'dashboard'. Dat biedt een overzicht van allerlei scores op het vlak van welvaart, maar zonder hier één cijfer van te maken. Een ander bezwaar: hoe meer indicatoren, hoe makkelijker politici kunnen 'shoppen' in de resultaten. De aanpak van het CPB, dat in zijn modellen sterk blijft leunen op het bbp, voorkomt dat.

De voorstanders van de BWI hebben andere overwegingen. 'Zo'n reeks getallen die het CBS publiceert, is te complex voor gewone burgers', vindt Stegeman van Rabobank. 'Om een serieuze concurrent te worden van het bbp heb je één duidelijke indicator nodig waarmee je voorspellingen kunt doen. Dan pas kun je kun je aan de slag met verkiezingsprogramma's en heb je invloed op beleid.'

Is meten weten als het gaat om geluk?

Economische instellingen komen behalve met ranglijsten van het bruto binnenlands product (bbp), de groei, de inflatie en de werkgelegenheid, tegenwoordig ook massaal met indices van geluk en welzijn. Doel is te kijken hoe de geldeconomie (het moet altijd maar meer) te transformeren in een tevredenheidseconomie (iets tragere groei, maar wel gelukkiger), waarbij de levenskwaliteit voorop staat.

De oudste geluksindex is van de Nederlandse professor Ruut Veenhoven, emeritus hoogleraar 'sociale condities voor menselijk geluk' van de Erasmus Universiteit. Hij lanceerde in 1980 zijn World Database of Happiness. Daarin verwerkte hij de uitkomsten van geluksmetingen per land en de verbanden met andere factoren, zoals bbp, criminaliteit en sociale cohesie.

Een andere geluksindicator is de Happy Planet Index van de New Economics Foundation, die sinds 2006 wordt gepubliceerd. Die meet het welzijnsgevoel van de inwoners, gecombineerd met de ecologische voetafdruk van een land. Costa Rica staat al jaren op de eerste plaats, gevolgd door Vietnam. Het straatarme Bangladesh staat nummer elf, ver voor het eerste Europese land (Noorwegen op nummer 28) en Nederland (66).

De Gallup Healthways Well-being Index houdt rekening met vijf factoren: fysieke gezondheid, financiële zekerheid, ambities, sociale kringen en leefomgeving. Hier rolt Panama als gelukkigste land ter wereld uit de bus. In deze lijst staat Nederland 13de, samen met de VS. In het zogenoemde World Happiness Report van de Verenigde Naties bestaat de top-10 uitsluitend uit westerse landen, waarvan acht uit Europa. Denemarken staat op 1 en Nederland op 4.

Groot bezwaar is dat de indices bijna allemaal arbitrair zijn, vooral wat betreft de afweging van factoren als milieu, corruptie en veiligheid. Nederland staat meestal hoog dankzij de criteria vertrouwen en gelijkheid. Ook dankzij goede toegang tot onderwijs en ziekenzorg scoort Nederland hoog. Bij onderzoek naar het geluk van jongeren staat Nederland soms zelfs helemaal aan de top.

Door: Peter de Waard