Zzp'ers aan het werk in de Coffee Company in Utrecht.
Zzp'ers aan het werk in de Coffee Company in Utrecht. © Gabriel Eisenmeier

Twintigers zijn de pineut: alle werkenden zijn meer gaan verdienen, behalve zij

Twintigers zijn de pineut. Zij zagen het inkomen van hun huishouden het afgelopen decennium met 800 euro kelderen, naar gemiddeld 23.100 euro op jaarbasis. Alle andere werkenden gingen er in doorsnee juist 1.200 euro (gecorrigeerd voor inflatie) op vooruit.

Dat blijkt uit onderzoek naar de financiën van werkende twintigers en dertigers dat het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vandaag publiceert. Waar tijdens de afgelopen verkiezingscampagne veel aandacht uitging naar de positie van ouderen met hun hardnekkige werkloosheid en onzekere pensioenen, tonen deze cijfers dat 'jong' minstens zoveel reden tot klagen heeft.

De rekenmeesters van het CBS hebben weinig goed nieuws voor deze groep. In 1990 verdiende een huishouden met een twintiger als voornaamste kostwinner nog vrijwel hetzelfde als andere leeftijdsgroepen. Sindsdien zijn zij steeds meer uit de pas gaan lopen. Vooral in de laatst gemeten tien jaar - tussen 2004 en 2014 - is de kloof hard gegroeid.

De groep van werkende twintigers bestaat uit 890 duizend Nederlanders. Hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen ziet meerdere verklaringen voor hun verslechterde inkomen. De crisis is er een van. 'Zeker de oudere twintigers van nu hebben hun eerste schreden op de arbeidsmarkt gezet toen de crisis op een hoogtepunt was', zegt hij. 'Voor veel schoolverlaters was het moeilijk werk te vinden. En als ze dat al vonden, dan regelmatig onder hun niveau of met een lager salaris.'

Velen hebben een bijbaan, maar daar verdienen ze toch minder mee dan het werk dat ze na hun studie vinden.

De crisis is ook een van de redenen dat jongeren langer blijven doorleren. 'De twintiger van nu zit vaker nog in de school- of collegebanken dan die van tien, twintig jaar geleden', zegt Van Mulligen. 'Velen hebben een bijbaan, maar daar verdienen ze toch minder mee dan met het werk dat ze na hun studie vinden.'

Ook de flexibilisering kan volgens hem een rol spelen. Van de jonge twintigers die geen onderwijs volgen, heeft maar liefst de helft een flexibel dienstverband. Dat blijkt uit eerder gepubliceerde CBS-cijfers. Tien jaar terug was dat nog 29 procent. Flexwerkers kampen niet alleen met meer onzekerheid, maar verdienen gemiddeld ook minder dan collega's met vaste contracten.

Deze ontwikkeling is nog lang niet is gestopt

De grote vraag is in hoeverre deze twintigers, nu de crisis achter de rug is, hun achterstand zullen inlopen. Vaststaat dat hoe ouder werkenden worden, hoe vaker zij een vast contract hebben en hoe meer zij verdienen. Maar kenners van de arbeidsmarkt betwijfelen of dat genoeg is om de kloof met vorige generaties te dichten. De eerste cijfers duiden erop dat het tempo van de flexibilisering wat omlaaggaat, maar dat deze ontwikkeling nog lang niet is gestopt.

De huidige generatie kampt met nog een ander probleem: studieschulden. Voor 20-jarigen zijn die relatief laag. Gemiddeld gaat het om 3.000 euro, blijkt uit het CBS-onderzoek. De piek ligt met 14 duizend euro bij de 29-jarigen. Daarna neemt de schuld weer af. Althans, dat deel dat verband houdt met de studielening: de gemiddelde hypotheekschuld groeit nog jarenlang door.