Op nummer 1: John Maynard Keynes. Hij stond op plek 2 in 1995.
Op nummer 1: John Maynard Keynes. Hij stond op plek 2 in 1995. © Getty Images

Na crisis oogst econoom Keynes meeste lof

Geen marktwerking en deregulering, maar een meer activistische houding van de overheid om uit de crisis te raken: economen hebben de meeste sympathie voor John Maynard Keynes.

De Britse econoom John Maynard Keynes is weer de meest gerespecteerde econoom onder de Nederlandse vakgenoten. Maar hij is geen voorbeeld dat zij ook daadwerkelijk volgen.

'Economen hebben niet meer zoals vroeger grootse en meeslepende ideeën en wekken - denk aan de media-economen - alleen maar irritatie op', zegt econoom Harry van Dalen. Hij deed met zijn collega's Arjen Klamer en Kees Koedijk onderzoek naar wat economen in Nederland beweegt. 'In commentariërende zin wordt er veel geroepen, maar er zijn weinig nieuwe inzichten', aldus Van Dalen.

Volgens het onderzoek hebben de hedendaagse economen vooral aandacht voor deelbelangen in plaats van het landsbelang. Van Dalen: 'Men beperkt zich liever tot het eigen deelgebied. Een overkoepelende visie op economie en samenleving durft men niet meer aan.'

400 Economen

Afgezien van schreeuwers op tv tonen economen vooral deemoed

Het onderzoek heeft plaatsgevonden onder vierhonderd economen die bij de Nederlandse universiteiten werken en vierhonderd leden van de Koninklijke Vereniging van Staatshuishoudkunde, vooral economen die bij overheidsorganisaties als het Centraal Planbureau werken.

In vergelijking met 1995, toen hetzelfde onderzoek werd gehouden, zijn grote verschillen opgetreden. Niet alleen klom Keynes van de tweede naar de eerste plaats ten koste van de Nederlander Jan Tinbergen; Karl Marx, de vorige keer nummer 8, en de Nederlandse volkseconoom Jan Pen, vorige keer 7, verdwenen uit de toptien. De enige Nederlander die er nog in staat is Tinbergen, in 1969 winnaar van de Nobelprijs voor de Economie. Het onderzoek wordt vandaag gepubliceerd op de website Me Judice.

De economen Harry van Dalen, Kees Koedijk en Arjo Klamer, die het onderzoek hielden, noemen de crisis 'een waterscheiding' voor het vakgebied. Het heeft bij veel economen de ogen geopend voor wat fout is gegaan.

Vorig onderzoek

Bij het vorige onderzoek in 1995 vierden marktwerking en deregulering hoogtij. Maar de hoge verwachtingen daarvan zijn niet ingelost. 'Zelfregulering is een mooi theoretisch principe maar in de praktijk is het een recept voor uitvretersgedrag', aldus de samenstellers van de lijst. Nu geven economen toe dat 'het op afstand plaatsen van publieke organisaties van de rijksoverheid is mislukt, net als marktwerking in de bancaire sector'.

Deze beleidsmislukkingen en het misplaatste vertrouwen in zelfregulering hebben ertoe geleid dat economen de hoogmoed van zich hebben afgeschud en nu vooral deemoed tonen - 'als we dan degenen met de grote mond op de televisie even vergeten', aldus Van Dalen.

Jan Tinbergen

Twintig jaar geleden herkenden Nederlandse economen zich nog het meest in de principes en gedachten van Jan Tinbergen. Tinbergen is twintig jaar later niet vergeten, maar Keynes steekt daar met kop en schouders boven uit. Ook zijn volgelingen Krugman en Stiglitz kunnen onder het Nederlandse economenvolk op veel waardering rekenen.

Van Dalen: 'Dat is opvallend omdat het keynesiaanse gedachtengoed jarenlang werd verguisd. Keynes kan men toch beschouwen als de laatste politieke econoom van formaat. Hij pleitte met veel overtuigingskracht voor een meer activistische houding van de overheid om uit een crisis te geraken.' Maar de hernieuwde waardering voor de persoon Keynes betekent volgens hem niet dat de Nederlandse economen zich ook keynesiaans gedragen.

Keynes en ook iemand als Jan Tinbergen stelden de wetenschap in dienst van verhoging van de welvaart voor alle burgers: het landsbelang. Daarvoor zijn geen grote nieuwe ideeën, al hebben economen wel duidelijke visies op deelgebieden, zoals Lans Bovenberg op pensioenen.

Moderne universiteit

De moderne universiteit is volgens de samenstellers van de lijst vooral een bolwerk dat zich richt op het applaus van de eigen collega's. 'Om dat te bereiken richt men zich op het eigen subspecialisme omdat daar, net als in de speldenfabriek van Smith, de arbeidsproductiviteit kan worden verhoogd', aldus Van Dalen.

Als illustratie daarvoor wordt een uitspraak van Geert Mak geciteerd: 'Wat nu telt, zijn vooral de zogenaamd éígen keuzen en prestaties, de eigen show, ook al bouwt men in werkelijkheid eindeloos voort op de inspanningen van anderen.'

Opvallende verschijningen

Opvallende verschijningen in de toptien zijn de namen van de Israëlische psycholoog en gedragseconoom Daniel Kahneman (bekend van het boek Thinking, Fast and Slow) en de Turks-Amerikaanse econoom Daron Acemoglu (bekend van Why Nations Fail).

Met uitzondering van Tinbergen worden Nederlandse economen op de universiteit nauwelijks meer gelezen. De in 1995 nog zo gewaardeerde Jan Pen en ook Piet Hennipman zijn ver teruggezakt. 'Maar dat geldt ook voor iemand als John Kenneth Galbraith', stelt Van Dalen.