Klanten winkelen in de H&M in Amsterdam
Klanten winkelen in de H&M in Amsterdam © Joost van den Broek/ de Volkskrant

Misstanden bij spinnerijen H&M

'Kledingconcerns zien niet wat zich dieper in de productieketen afspeelt'

Het label 'made in Bangladesh' kan betekenen dat een kledingstuk mede is vervaardigd door uitgebuite meisjes in India. Het Zweedse kledingconcern H&M plaatst namelijk orders bij kledingfabrieken in Bangladesh die stof inkopen bij een Indiase spinnerij waar jonge werkneemsters van hun vrijheid worden beroofd.

Dit stelt de Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO) in een rapport dat vandaag verschijnt. H&M erkent de problemen. 'We overwegen de spinnerij op de zwarte lijst te zetten', zegt een woordvoerder. 'Dit betekent dat H&M eist dat onze producenten bij deze spinnerij geen stof meer inkopen voor H&M-kleding.'

Ook het Britse warenhuis Primark en de Nederlandse kledingketen C&A doen zaken met drie omstreden Indiase spinnerijen. Qua werkomstandigheden zijn daar 'gronden voor verbetering', bevestigt C&A.

Internationale inspanningen

Het onderzoek van SOMO illustreert dat het ondanks internationale inspanningen nauwelijks lukt om arbeidsomstandigheden in de kledingindustrie te verbeteren. Nadat vorig jaar kledingfabriek Rana Plaza in Bangladesh was ingestort- 1.128 doden - ging alle aandacht uit naar de werkomstandigheden in dit land, dat massaal kleding produceert voor de westerse consument die slechts de allerlaagste prijs wil betalen. Er kwam een akkoord over veiligheid en een hoger loon voor naaisters.

De schijnwerpers zijn alleen gericht op fabrieken waar de kleding uiteindelijk in elkaar wordt genaaid. Bij deze zogenoemde eindleveranciers zijn de arbeidsomstandigheden sinds Rana Plaza vermoedelijk iets verbeterd. Kledingmerken hebben geen zicht op wat zich dieper in de productieketen afspeelt, zoals in katoenspinnerijen.

Zo kan het gebeuren dat twee fabrieken in de Bengaalse hoofdstad Dhaka hun textiel inslaan bij een spinnerij in het buurland India, waar de werkomstandigheden beneden de maat zijn. De fabrieken zelf behandelen volgens H&M als 'eerstelijnsleveranciers' hun naaisters zo goed als je maar kunt eisen in een land waar alles draait om zo goedkoop mogelijk produceren.

Interviews

Cultureel is het niet geaccepteerd als we ze naar buiten laten gaan

Directie spinnerij Best Corporation

Op basis van interviews met 30 werkneemsters stelt SOMO dat de spinnerij in kwestie, Super Spinning Mills in Zuid-India, meisjes vanaf 15 jaar aan het werk zet zonder arbeidscontract, dwingt tot overwerk en verhindert dat ze lid worden van een vakbond. Het is onduidelijk of deze omstandigheden in strijd zijn met de regionale wetten. Zeker illegaal is de vrijheidsberoving van de werkneemsters: buiten werktijd zitten ze 'effectief opgesloten' in een hostel op het omheinde fabrieksterrein.

De spinnerij, met een omzet van 54 miljoen euro in 2013, wilde de afgelopen dagen niet op deze aantijgingen reageren. Twee andere spinnerijen ontkennen dat er sprake is van illegaal overwerk, maar geven toe dat ze de meisjes na werktijd op het fabrieksterrein vasthouden. 'Cultureel is het niet geaccepteerd als we ze naar buiten laten gaan', zegt een directielid van spinnerij Best Corporation.

Goede gedrag

Ironisch genoeg betaalt H&M met deze kwestie de prijs voor zijn eigen goede gedrag. Het Zweedse modeconcern maakt sinds vorig jaar namelijk openbaar bij welke fabrieken het kleding laat maken. Dit is een revolutionaire stap in de kledingindustrie, waar men traditioneel geheimzinnig is over de bedrijven die ver weg koopjes vervaardigen voor de westerse markt.

Minister Ploumen (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA) zou graag zien dat Nederlandse kledingbedrijven net zo transparant worden, maar die verzetten zich daartegen. Opgelegde openbaarheid zal niet leiden tot 'duurzame verbeteringen', staat in een convenant dat de Nederlandse branche-organisatie Modint deze week evalueert. Ploumen, zo laat haar woordvoerder weten, gelooft vooralsnog in 'goed overleg'.

Tussenschakels

In deze ondoorzichtige wereld blijft vaak onduidelijk in hoeverre kledingbedrijven weet hebben van de arbeidsomstandigheden op de bodem van hun eigen productieketen. Primark, dat via allerlei tussenschakels inkoopt bij een spinnerij waar SOMO misstanden bespeurt, laat aanvankelijk weten: 'We hebben geen enkel bewijs dat de omschreven omstandigheden zich voordoen.'

De spinnerij in kwestie erkent tegenover de Volkskrant dat daar sprake is van vrijheidsberoving. Jonge werkneemsters slapen op het fabrieksterrein en komen slechts buiten het hek onder begeleiding, 'met het oog op hun eigen veiligheid als jonge en ongetrouwde vrouwen'. Primark zegt hierover nooit signalen te hebben ontvangen, maar stelt toch een onderzoek in.