Grote farmaceuten doen meer voor armen
© REUTERS

Grote farmaceuten doen meer voor armen

De Britse farmaceut GSK zet zich van alle medicijnfabrikanten het meest in voor ontwikkelingslanden, dit blijkt uit de Acces to Medicine-ranglijst. De meetlat trekt wereldwijd de aandacht en wordt inmiddels gesponsord door Nederlandse en Britse ministeries en de Gates Foundation.

Er lijkt, heel langzaam, iets te veranderen: Big Pharma, meestal weggezet als een nietsontziende, op geld beluste bedrijfstak, blijkt wel degelijk gemotiveerd om de allerarmsten van de nodige medicijnen te voorzien. Om onderzoek te doen naar ziektes die commercieel helemaal niet interessant zijn en die voor een lage prijs of soms gratis beschikbaar te stellen.

In een klein kantoor in een smal Haarlems straatje nemen veertien medewerkers met succes deze miljardenindustrie de maat. What gets measured gets done, dat was tien jaar geleden de gedachte achter de index. Bedacht door een Haarlemse ondernemer die ooit zelf directeur was van een farmaceutisch bedrijf. Natuurlijk is de vooruitgang niet louter te danken aan de ranglijst, erkent Jayasree Iyer, directeur van de Access to Medicine Foundation, maar dat de farmabedrijven open staan voor een persoonlijke briefing vanuit Haarlem, dat ze bij elkaar informeren naar projecten en dat ze beslist niet graag onderaan bungelen, zegt toch wel wat.

Twintigduizend pagina's aan data hebben de medewerkers de afgelopen twee jaar doorgeploegd, waarmee ze 87 indicatoren in zeven categorieën van punten hebben voorzien. Bedrijven scoren bijvoorbeeld als ze hun medicijnen registreren in de landen die er het hardste behoefte aan hebben en die daar betaalbaar maken voor de allerarmsten, als ze gratis medicijnen weggeven of toestemming geven om in ontwikkelingslanden van hun dure pillen een goedkope variant te maken.

Het Britse GSK voert voor de vijfde achtereenvolgende keer de ranglijst aan, gevolgd door Johnson & Johnson, Novartis en Merck. Elk jaar wordt de meetmethode strenger. Dit jaar is niet alleen gekeken hoeveel nieuwe medicijnen en vaccins farmaceuten ontwikkelen maar ook hoe belangrijk die zijn. De meetlat ligt langs de 51 meest belastende ziekten, van malaria en dengue tot de ziekte van Chagas en lepra. De twintig bedrijven hebben samen 850 producten op de markt voor die ziekten en nog eens 420 in ontwikkeling, 93 meer dan twee jaar geleden. De top 4 van bedrijven loopt voorop met investeringen in onderzoek naar medicijnen die het hardste nodig zijn in arme landen terwijl een commerciële markt ontbreekt.

Twintigduizend pagina's aan data hebben de medewerkers de afgelopen twee jaar doorgeploegd

Roche, een na laatste op de ranglijst

‘De Access to Medicines Index houdt geen rekening met de ziekte kanker, ook in ontwikkelingslanden een zware ziektelast. Terwijl onze inspanningen vooral in die hoek zitten. Daarom hebben wij besloten om niet actief deel te nemen aan de index. Wij blijven hierover in gesprek met de Access to Medicine Foundation in de hoop dat over twee jaar ook inspanningen op het gebied van de oncologie gaan meetellen.’

Vorige week maakte de wereldgezondheidsorganisatie WHO bekend dat de sterfte aan mazelen de afgelopen 15 jaar met 79 procent is gedaald. Het gaat op veel fronten goed, erkent Iyer: polio is bijna uitgeroeid, vaccins voor malaria en dengue zijn in de laatste fase van klinisch onderzoek. Bedrijven passen steeds vaker bestaande medicijnen of vaccins aan zodat ze makkelijker te gebruiken zijn in ontwikkelingslanden: ze voegen medicijnen samen in één pil of ze bedenken een manier om medicatie die eigenlijk gekoeld moet worden ook goed te houden zonder koelkast in de buurt.

De afgelopen twee jaar hebben zeven bedrijven de toezegging gedaan dat zij afzien van patentrechten voor medicijnen in bepaalde regio's. Het Amerikaanse Gilead (achtste op de lijst) kwam vorig jaar stevig onder vuur te liggen omdat het bedrijf een medicijn op de markt bracht dat hepatitis C kon genezen maar daarvoor wel 1000 dollar per pil vroeg. Dat bedrijf blijkt zich echter ook in te zetten om het geneesmiddel in arme landen op de markt te krijgen, door in die landen toestemming te geven voor de productie van goedkope generieke varianten. In Georgië, waar de ziekte erg veel voorkomt, wordt het medicijn zelfs gratis verstrekt. Dat gebeurt vaker: dit jaar doneren veertien van de twintig bedrijven structureel medicijnen aan ontwikkelingslanden.  

GSK, nummer 1 op de lijst

‘De prijs van onze geneesmiddelen en vaccins mag geen barrière zijn om ze bij de patiënt te krijgen. Daarom hanteren we een flexibele prijsstelling waarbij we rekening houden met het bruto nationaal product van een land en in sommige gevallen medicijnen en vaccins zelfs tegen kostprijs verkopen. Van de winst in deze landen wordt 20 procent geïnvesteerd in de infrastructuur van gezondheidszorg. Sinds kort vragen we in tientallen landen met de laagste inkomens geen patent meer aan. Andere producenten mogen daar onze merkgeneesmiddelen dan namaken, vaak tegen lagere kosten.’

Maar de vooruitgang gaat nog erg traag, zegt Iyer. Jaarlijks sterven meer dan zes miljoen mensen aan ziekten als tbc, malaria en slaapziekte. Er zijn zogeheten verwaarloosde ziekten, zo blijkt uit het rapport van Access to Medicine, waarvoor geen enkel initiatief wordt ontwikkeld. Zo zitten er in de pijplijn van de grote farmabedrijven 35 producten tegen malaria en 21 tegen tbc maar wordt bijvoorbeeld nog niets ondernomen voor de bestrijding van buruli ulcer, een ernstige huidinfectie die vooral kinderen treft en tot ernstige misvormingen kan leiden.

Nog een kritiekpunt: bedrijven laten hun medicijnen slechts registreren in een kwart van de landen met de hoogste nood. En betaalbaar zijn ze lang niet overal: slechts bij een derde van de medicijnen wordt een prijsstrategie gebruikt die gericht is op betaalbaarheid.

Hoe bedrijven de juiste kant op te bewegen? Iyer zegt dat ze allemaal de verantwoordelijkheid voelen om ook met sociale onderwerpen bezig te zijn. Dat is goed voor hun imago, maar op den duur ook voor hun inkomsten, benadrukt ze. 'Als ze basale medicijnen als antibiotica beschikbaar maken, blijven er veel meer mensen in leven en al die mensen vormen later de afzetmarkt voor weer andere medicijnen.'