Thomas Piketty
Thomas Piketty © BELGA

Franse 'stereconoom' Piketty komt naar de Tweede Kamer

De Franse econoom Thomas Piketty komt op 5 november naar de Tweede Kamer om te spreken over ongelijkheid in bezit en vermogen. Hij geeft gehoor aan een uitnodiging van de Kamercommissie Financiën, die Piketty op initiatief van GroenLinks-Tweede Kamerlid Jesse Klaver uitnodigde.

Klaver is blij dat Piketty komt. 'Piketty is een absolute topeconoom. Zijn boek zorgt voor veel opschudding omdat het aantoont dat economische groei niet vanzelf zorgt voor meer welvaart voor iedereen en dat de ongelijkheid toeneemt.'

Piketty baart veel opzien onder economen in de hele wereld met zijn boek 'Capital in the Twenty-First Century'. Hij opent daarin een frontale aanval op de allerrijksten, die vaak helemaal niet hard gewerkt hebben voor hun geld. In Frankrijk is 70 procent van de grote vermogens geërfd. Wat ernstiger is: kapitaal groeit sneller dan de rest van de economie. Daardoor worden de rijken steeds rijker en dreigen zij een vrijwel onaantastbare machtspositie op te bouwen. Als we zo doorgaan, keren we terug naar de wereld van Jane Austen en Honoré de Balzac, toen het trouwen van een rijke erfgename aanzienlijk meer opleverde dan een leven lang hard werken.

Piketty is in korte tijd een intellectuele wereldster geworden. 'Dit is een boek dat niet alleen ons denken over de samenleving zal veranderen, maar ook de manier waarop we de economische wetenschap bedrijven', schreef topeconoom Paul Krugman in The New York Review of Books.

De duivel schijt op de grote hoop
Het bijna zevenhonderd pagina's tellende boek is een wetenschappelijke onderbouwing van de populaire vaststelling dat de duivel op de grote hoop schijt. Aan de basis van Piketty's denken ligt een simpel mechanisme. Wie kapitaal heeft, maakt daar al snel 4 tot 5 procent rendement per jaar op. In normale tijden bedraagt de economische groei ongeveer 1,5 procent. Zo groeit de kloof tussen kapitaalbezitters en gewone stervelingen.

Dit mechanisme is van alle tijden, aldus Piketty, met één belangrijke uitzondering. Het grootste deel van de 20ste eeuw was onvriendelijk voor de rijken. Crisis en oorlogen sloegen een gat in hun kapitaal. Na de Tweede Wereldoorlog was de gewone werknemer heel even beter af dan de kapitalist, omdat de uitzonderlijke groei hoger was dan het rendement op kapitaal.

Zo schetst Piketty de recente geschiedenis als een U-curve. Tussen 1910 en 1980 neemt de ongelijkheid sterk af, om daarna weer fors te stijgen.