Broccoli is van ons allemaal: wat betekent beperking octrooiregels voor kwekers?

Octrooirecht

Minder waterige tomaat gekweekt? Paarse radijsjes in elkaar geknutseld? Leuk, maar een kweker krijgt daar geen octrooi op als die nieuwe eigenschap tot stand kwam via klassieke veredeling, hebben de EU-landen maandag besloten. Vier vragen over een brandende kwestie.

Wat stond er in Brussel op het spel?

In 1998 stelden de lidstaten van de Europese Unie nieuwe spelregels op over de octrooien op gewassen. De aanleiding: steeds meer verbeteringen aan onze groente en fruit zijn de uitkomst van onderzoek waarbij de genetische kaart van een gewas wordt herschreven. Door erfelijke eigenschappen in het laboratorium te manipuleren raken gewassen beter bestand tegen ziekten, smaken ze beter of kan een boer meer oogsten van hetzelfde lapje grond.

Bedrijven doen grote investeringen in die gentovenarij: dat geld willen ze kunnen terugverdienen. De ontwikkeling van een nieuw gewas, op de klassieke of de moderne manier, kan overigens zo tien tot vijftien jaar in beslag nemen.

De laatste jaren zijn honderden octrooien aangevraagd voor nieuwe soorten paprika en tomaat die door kruising van bestaande soorten tot stand zijn gekomen. Dat botst, vinden tegenstanders, met het kwekersrecht. Dat bepaalt dat degene die een nieuw ras heeft ontwikkeld dat als enige mag verkopen, maar andere kwekers mogen die nieuwe soort wel gebruiken om het ras verder te veredelen.

Octrooibureaus negeerden dat kwekersrecht bij de toekenning van sommige patenten, waardoor kweker die gepatenteerde groente- en fruitvariëteiten niet konden gebruiken voor de ontwikkeling van nieuwe rassen, tenzij ze ervoor betaalden. 

Waarom hebben kwekers daar bezwaar tegen gemaakt?

Broccoli is, net als de rest van de natuur, van iedereen

Als kwekers niet mogen voortborduren op het werk van hun concurrenten zullen er minder nieuwe gewassen op de markt komen. Dat gaat ten koste van de biodiversiteit en kan uiteindelijk de voedselvoorziening in gevaar brengen, omdat daardoor de verbetering van gewassen wordt vertraagd. Octrooien vallen doorgaans gunstiger uit voor grote multinationals.

Kleine veredelingsbedrijven hebben minder diepe zakken en kunnen patenten minder makkelijk aanvechten. Er is ook een principieel bezwaar: broccoli is, net als de rest van de natuur, van iedereen. Niemand kan de 'uitvinding' claimen van een eigenschap die weliswaar nog niemand had ontdekt, maar die al wel van nature in een gewas zit, vinden de tegenstanders.

Waarom heeft Nederland zo sterk geijverd voor beperking van dit octrooirecht?

Bijna 35 procent van de wereldhandel in groentezaden is afkomstig uit Nederland

Nederland heeft wereldwijd een vooraanstaande positie in zaadveredeling. Die sector is in Nederland goed voor een omzet van 2 miljard euro per jaar. Bijna 35 procent van de wereldhandel in groentezaden is afkomstig uit Nederland. Voor pootaardappelen is dat aandeel bijna 60 procent. Staatssecretaris Martijn van Dam van Landbouw roemde de gewasveredelingsbranche vorig jaar dan ook als 'een belangrijke kennisintensieve en innovatieve exporteur'.

Kunnen biotechbedrijven dit Europese besluit nog aanvechten?

Nee. Brussel heeft gisteren alleen bepaald dat het Europees Octrooibureau de richtlijnen uit 1998 anders moet interpreteren en toepassen dan het tot dusver deed. Aan de wettelijke regels verandert niets. Bedrijven konden en kunnen nu nog steeds een afwijzing van een octrooi aanvechten, dus ook als het om een patent op een variëteit gaat. De octrooien op gewassen die al zijn toegewezen blijven van kracht, al kunnen tegenstanders proberen die door de rechter ongedaan te laten maken.