In 2000 hebben de Europese regeringsleiders in Lissabon afgesproken dat de Europese Unie in 2010 de meest dynamische en concurrerende kenniseconomie van de wereld moet zijn. De lidstaten spraken daarom een reeks meetbare doelstellingen af over overheidsfinanciën, economische groei, kenniseconomie en innovatie, volledige werkgelegenheid en behoud van het milieu.
Nederland is volgens het CER-rapport, dat elk jaar de voortgang van de Lissabon-agenda meet, ‘het enige land dat hoge werkgelegenheid combineert met hoge productiviteit. Dat is wat alle landen moeten zien te bereiken willen ze het productiviteitsgat met de Verenigde Staten dichten’, zegt Simon Tilford, hoofdeconoom van de CER.
Nederland scoort goed op het gebied van de informatiesamenleving. Het heeft met 70 procent van de bevolking na Denemarken (74 procent) het hoogste internetgebruik. Ook gooit Nederland hoge ogen wat betreft de Europese integratie van de financiële sector en de dienstenmarkten, de terugdringing van bureaucratie, de bevordering van marktcompetitie en investeringen in onderwijs.
Belangrijk zwak punt voor Nederland zijn de lage bestedingen aan onderzoek en ontwikkeling. Die zijn sinds 2000 sterk gedaald als percentage van het bruto nationaal product, aldus de CER.
Het is moeilijk vast te stellen wat de invloed is van de Lissabon-agenda op het economische herstel in Europa; de economische groei van de EU-27 was zowel in 2006 als 2007 hoger dan in Amerika, geeft de CER toe. De denktank ziet echter wel een ‘zichtbare indirecte bijdrage’.