Dat concludeert de Raad voor Werk en Inkomen (RWI) in een rapport dat donderdag is gepubliceerd. In 2006 volgden circa honderdduizend WAO’ers zonder werk, WW’ers en bijstandsgerechtigden zo’n hulptraject om door te stromen naar een baan. Slecht eenderde vond na afloop werk. De kosten per persoon variëren tussen tweeduizend en tienduizend euro.
In deze markt gaan vele honderden miljoenen euro’s om. Het is de vraag of het geld wel voldoende efficiënt wordt besteed, aldus de RWI.
Werkzoekenden met een uitkering die moeite hebben met het vinden van een baan, hebben recht op hulp van gemeenten of de uitkeringsinstantie UWV. Deze besteden dit vaak uit aan een commercieel reïntegratiebedrijf.
Volgens de RWI hebben de betrokken organisaties te weinig oog voor de oorzaken van het mislukken en het vervolg hierop. Bovendien constateert de Raad dat als tijdens de begeleiding al blijkt dat het geen succes zal worden, de werkzoekende het hulptraject toch afmaakt. Er wordt onvoldoende ingegrepen en dit werkt frustrerend voor de werkzoekenden, aldus de RWI.
Van de mensen met een bijstandsuitkering of WAO krijgt 15 procent binnen een jaar nieuwe begeleiding aangeboden. Bij WW’ers is dat 30 procent. Dit betekent niet dat de overigen helemaal geen hulp meer krijgen bij de banenjacht, aldus de Raad. Maar hierover is niet of nauwelijks informatie beschikbaar.
Als er wel nieuwe begeleiding wordt aangeboden, schakelen het UWV of de gemeenten meestal een nieuw bureau in. De nieuwe begeleiders willen vaak met een ‘frisse blik’ beginnen en willen daarom geen informatie over de eerste poging. Dan kan daar ook niet van worden geleerd, stelt de RWI.