Maar afgezien daarvan: u heeft een bak geld en wilt graag een Britse activiteit kopen? Noem de juiste prijs en ze verkopen het aan u.
Gouden aandelen, protectionisme: het werkt in Groot-Brittannië nog net niet op de lachspieren. Lichtelijk geamuseerd en enigszins verbaasd nemen ze in Londen en omstreken kennis van de sentimenten die in continentaal Europa opspelen over het beschermen van ‘belangrijke’ bedrijven en sectoren.
Hoezo belangrijk? Neem de Britse vliegvelden, inclusief de nationale luchthaven Heathrow: eigendom van de Spanjaarden van Ferrovial. Het belangrijkste waterbedrijf, Thames Water (13 miljoen klanten): dat was Duits, maar is net doorverkocht aan Australiërs. De haventerminals: de aandelen zitten in Dubai en de VS. Er is weer eens een stroomkabel gebroken in Londen: u krijgt een excuusbriefje van het Franse EdF.
En zo kan het moeiteloos doorgaan. Wat er nog over is van de failliete Britse auto-industrie, neem luxemerken als Rolls-Royce, Jaguar en Aston Martin, is in buitenlandse handen. Bijna alle zakenbanken in de Londense City zijn opgeslokt door ‘vreemd’ kapitaal.
Kortom, geen land is zo open als Groot-Brittannië, waar het laissez-faire regeert. De grootste voetbalclubs zijn in buitenlandse handen en hebben vooral buitenlandse sterspelers onder contract. Niemand die klaagt, de Premier League is populairder dan ooit.
Op de effectenbeurs van Londen staan steeds meer Russische en Indiase bedrijven genoteerd. Want de regels zijn veel soepeler dan in bijvoorbeeld de VS; de Russen en Indiërs worden met open armen ontvangen. Niet voor niets maakt Wall Street zich grote zorgen over de opmars van de City.
Het is allemaal onderdeel van de Britse strategie maximaal te profiteren van de globalisering. Waarom zou je krampachtig aan de ‘UK plc’ (vergelijk: ‘BV Nederland’) vasthouden als anderen iets beter of efficiënter kunnen, of simpelweg rijker zijn?
Het is al de ‘Wimbledonisering’ van de Britse economie genoemd. Op tennisgebied slaan de Britten al jaren geen deuk meer in een pakje boter, maar ze hebben nog altijd het meest prestigieuze tennistoernooi van de wereld in huis, waarvoor buitenlandse toppers in de rij staan. Het land wil vooral een platform bieden waar vrijhandel kan floreren.
Natuurlijk wordt er soms gesputterd als een nationaal icoon in buitenlandse handen komt. Maar het belangrijkste tegenargument is steevast: kijk eens hoe vreselijk rijk we ervan zijn geworden.
Dat geluid is ook weer te horen nu het Aziatische kapitaal zich heeft ingekocht bij de Britse bank Barclays. Ook al zitten er staatsbelangen achter het buitenlandse geld.
Zo heeft China meer dan een biljoen dollar aan buitenlandse valuta in kas, dankzij het gigantische handelsoverschot van alle goedkope spullen die het Westen er inkoopt. Als ze dat gaan investeren, kun je maar beter zorgen dat het jouw kant op komt, is de Britse redenering. Het biedt bovendien extra kansen in China, zoals Barclays redeneert.
Alistair Darling, de nieuwe minister van Financiën, liet er tijdens zijn eerste toespraak deze week dan ook geen enkel misverstand over bestaan: van protectionisme of regulering kan geen sprake zijn; ‘onze toekomstige welvaart en vele honderdduizenden banen in het hele land’ hangen af van buitenlandse investeerders.
Hij herhaalde wel een oude Britse waarschuwing: er moet sprake zijn van wederkerigheid. De opkomende landen in kwestie dienen hun grenzen ook open te stellen voor Brits kapitaal. ‘Vrijhandel dient vrijhandel te zijn.’ Maar hij verbond hier, vooralsnog, geen consequenties aan.
In sommige reacties klinkt ook een morele component door. ‘Wij hebben eeuwenlang zaken gedaan in verre landen’, aldus een bankier. Hij zei er niet bij dat dit vaak gepaard is gegaan met slavernij, of het zaaien van dood en verderf, maar hij vervolgde: ‘Laat ze dan hierheen komen nu het hun beurt is hun kansen te grijpen.’
Het is overigens een misverstand dat er geen regulering is in Groot-Brittannië. Die is weliswaar minimaal, maar het ministerie van Handel kan bijvoorbeeld ingrijpen als een koper niet ‘fit and proper’ is. Ofwel: als er evident sprake is van crimineel geld of als de bieder – zeg – Bin-Laden heet.
Een uitzonderlijk geluid was vorig jaar te horen toen de energiereus Gazprom (lees: de Russische staat) zijn oog liet vallen op de beursgenoteerde Britse branchegenoot Centrica. De Labour-regering liet toen weten dat een eventueel bod van Gazprom, dat ervan wordt verdacht een potentieel verlengstuk te zijn van politieke ambities, ‘met een zeer kritische blik’ zou worden bekeken.
Niet uitgesloten is dat een dergelijke overname er in de toekomst alsnog komt. Maar reken maar dat, mochten de Russische eigenaren zich misdragen, de Britse regering een juridische noodrem uit de hoge hoed tovert.
Los van dit alles hebben veel Britten geen flauw idee van wie een bedrijf is, ook al is de merknaam Britser dan Brits. Het establishment laat nog steeds maatpakken snijden bij Gieves & Hawkes (sinds 1771), waar grootheden als admiraal Nelson en Winston Churchill al kind aan huis waren.
Ook het koningshuis is vaste klant bij dit Londense instituut op Savile Row 1, dat instapprijzen van rond de vijfduizend euro kent. Onlangs werd premier Gordon Brown er gesignaleerd. De beroemdste kleermaker van het land is al jaren in Chinese handen.