Een complimentje van de Nederlandse minister van Financiën heeft in Frankrijk kennelijk iets te betekenen. Minister Gerrit Zalm (VVD) prees zijn Franse collega Thierry Breton dinsdag met het feit dat het land niet langer op het strafbankje hoeft te zitten vanwege het schenden van het Stabiliteitspact, de Europese begrotingsafspraken om de euro te schragen. Maar, voegde Zalm er direct aan toe, het tempo van de economische hervormingen in Parijs mag nog wel wat hoger.
‘Breton vroeg me of hij mijn compliment mocht vermelden op zijn persconferentie’, zegt Zalm na afloop van waarschijnlijk zijn laatste Brusselse vergadering. ‘Natuurlijk, antwoordde ik, maar voeg je mijn kritische noot er ook aan toe? Ik geloof niet dat dat zijn bedoeling was.’
Gerrit Zalm ontpopte zich in twaalf jaar tijd – goed voor een slordige 120 bijeenkomsten – tot het geweten van de Ecofin, de invloedrijke vergadering van de EU-ministers van Financiën. Het leverde hem de geuzennaam ‘El Duro’ (de geharde) op.
Maar zijn Duitse collega Hans Eichel noemde hem ‘Stabiliteitspact-fetisjist’, omdat Zalm niets wilde weten van uitzonderlijke omstandigheden die het Duitse begrotingstekort van boven de 3 procent moesten rechtvaardigen.
U hebt het flink met Berlijn en Parijs aan de stok gehad.
’De donkerste tijden waren de vijf maanden in 1998 toen Oskar Lafontaine de Duitse minister van Financiën was en Duitsland ook nog eens EU-voorzitter. Die man had de wildste ideeën. Geen wonder dat hij tegenwoordig met de communisten optrekt. Ik was de enige op de Ecofin die tegen hem in ging. De andere ministers schoten me niet te hulp, al kreeg ik telkens na afloop wel veel schouderklopjes. Ik beleefde er weinig plezier aan, maar kijk er nu met enige trots op terug.
‘In de strijd tegen het Duitse en Franse begrotingstekort in de afgelopen jaren was ik de meest uitgesproken woordvoerder, maar wist ik gelukkig de Spanjaarden, Finnen en Oostenrijkers aan mijn zijde. De verhoudingen met Berlijn waren een tijdje gespannen. Tja, en Franse ministers van Financiën houden het nooit lang uit. Ik heb er in twaalf jaar tijd twaalf zien passeren.’
Bespeurde u leedvermaak toen u in 2005 zelf een tekort op de begroting had?
‘Nee. Het was trouwens maar een bescheiden overschrijding. Ik heb me principieel niet beroepen op uitzonderingsbepalingen. Het tekort was snel weer weggewerkt.’
U hamerde in Brussel altijd op begrotingsdiscipline. Gaat met uw vertrek het grote potverteren in de EU-landen beginnen?
‘Het blijkt helaas moeilijker om in goede tijden de hand op de knip te houden om zo een financiële buffer op te bouwen, dan om in slechte tijden vervelende maatregelen te nemen. Er zijn landen die zelfs in vette jaren hun begrotingstekort nauwelijks onder de 3 procent weten te houden. Die raken in magere tijden al snel in de problemen.
‘Toch benadrukt de Europese Commissie dat 18 van de 27 EU-landen wel degelijk stevige hervormingen doorvoeren. Ik ben niet pessimistisch.’
De kritiek op u is dat u geen ‘grote Europeaan’ bent, maar vooral de nationale belangen in het oog hebt gehad, door 1 miljard euro korting op de EU-contributie los te praten.
‘Dat is flauwekul. Je kan loyaal lid zijn van een club en tegelijk ervoor ijveren dat er een eerlijke verdeling is van de contributielasten.
‘Ik heb me in de aanloop naar het referendum duidelijk voor de Europese grondwet uitgesproken en me hier in Brussel nooit ideologisch, maar altijd praktisch opgesteld. Dingen die je beter samen kan regelen, moet je ook samen doen. Maar wat elk land het beste zelfstandig doet, moet je niet in Brussel willen doen.’
Er is nu debat gaande over een Europese regering op economisch vlak. Brussel zou zo’n bestuur moeten coördineren.
‘Dat willen de Fransen. Maar altijd als we Europees iets afspreken, zoals het Stabiliteitspact, dan hielden zij zich er niet aan. Een economisch bestuur vanuit de Ecofin is onwaarschijnlijk en onwenselijk.’
Wat is uw advies aan Wouter Bos, mocht hij volgende keer naar de Ecofin-vergadering komen als uw opvolger?
‘Lekker stevig blijven.’