CPB-onderdirecteur Casper van Ewijk benadrukt dat de kosten van de vergrijzing in Nederland veel hoger zullen zijn dan tot dusver werd aangenomen. ‘Het is niet de vraag óf er iets moet gebeuren, er moet iets gebeuren. Anders explodeert de staatsschuld.’ Het CPB houdt daarbij ook rekening met de ontvolking waar Nederland straks mee te maken krijgt, zoals deze week bleek uit het rapport-Derks.
Willen de volgende generaties evenveel van overheidsvoorzieningen profiteren, dan moet er vanaf 2011 structureel een financieringsoverschot zijn van ten minste 3 procent van het nationaal inkomen, ofwel ruim 15 miljard euro. Nu weet minister Zalm (Financiën) de overheidsfinanciën maar net uit de rode cijfers houden. Voorgaande jaren waren tekorten van 2 procent of meer geen uitzondering.
Het CPB ziet een geleidelijke verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar als een mogelijke (deel)oplossing. Ook het ‘fiscaliseren’ van de AOW is volgens het CPB een idee. Dat betekent dat gepensioneerden meer gaan meebetalen aan het ouderdomspensioen. Doet de politiek niets, dan verviervoudigt de staatsschuld. Toekomstige generaties kunnen dan minder profiteren van de overheid dan de huidige generatie, terwijl ze evenveel belasting betalen.
Het beeld dat het CPB schetst, is aanzienlijk verslechterd ten opzichte van eerdere studies. In 2000, toen de eerste versie van de studie Ageing in the Netherlands verscheen, berekende het Planbureau dat een financieringsoverschot van 1,25 procent in 2011 zou volstaan.
Die verslechtering heeft een aantal oorzaken. De belangrijkste is dat de rente flink is gedaald. Dat betekent dat pensioenfondsen minder rendement halen en verzekerden meer premie moeten betalen. Daarnaast neemt de arbeidsparticipatie van vrouwen minder toe dan verwacht, en kost de gezondheidszorg meer.