Bos had het onderzoek toegezegd naar aanleiding van de gebeurtenissen op 11 en 12 oktober. Dat weekeinde werkten toezichthouder DNB, minister Bos en een aantal grote banken aan een poging om DSB te redden. Toen die poging strandde, vroeg DNB op zondagavond bij de rechtbank de noodregeling aan, een soort uitstel van betaling voor banken.
Diverse media, waaronder de Volkskrant, postten die zondagavond bij DNB. De volgende ochtend meldde deze krant dat ‘het voortbestaan van DSB aan een zijden draadje hing’. De rechtbank had de nacht daarvoor het verzoek om de noodregeling afgewezen. Maandag gebeurde dat rond het middaguur alsnog.
In de daaropvolgende dagen beschuldigde DSB-topman Dirk Scheringa het ministerie en DNB ervan doelbewust informatie te hebben gelekt. Daarmee zou zijn bank in de afgrond zijn geduwd.
Bos zei gisteren dat in dat weekeinde meer dan vijfhonderd mensen van de problemen bij DSB op de hoogte waren. Tien van hen werkten op het ministerie van Financiën. Later bleek dat ook DNB de zaak niet als een staatsgeheim beschouwde: een stagiaire van GroenLinks kreeg op de zondagmiddag een sms’je van een uitzendbureau om die week bij DNB te komen werken. De toezichthouder voorzag veel extra vragen vanwege het omvallen van de bank.
Bos heeft de Tweede Kamer een brief over de kwestie beloofd.