En dat is opvallend, want juist deze eigenschappen worden gezien als typisch vrouwelijk én als positief aangemerkt bij het type leider dat na de kredietcrisis nodig is. Vrouwen in de top gedragen zich in praktijk juist heel mannelijk: te veel gericht op status, competitie en een snel resultaat.
Top 200
Dit blijkt uit een onderzoek van reputatieonderzoeksbureau Hofkes in
samenwerking met de Volkskrant. De onderzoekers hebben veertig bestuurders
uit de Volkskrant Top
200 van meest invloedrijke Nederlanders anoniem geënquêteerd zodat
sociaal wenselijke antwoorden worden vermeden. In de Volkskrant Top 200
staan onder meer coryfeeën als Alexander Rinnooy Kan, Agnes Jongerius en
Elco Brinkman.
Volgens de ondervraagden heeft de ideale bestuurder de volgende eigenschappen: het vermogen tot zelfreflectie, het bewustzijn van signalen uit de omgeving, het vermogen om makkelijk verbinding te maken met mensen, besluitvaardigheid en het hebben van een duidelijke, heldere visie.
Zowel de mannelijke als vrouwelijke topbestuurders zeggen dat ze niemand kennen die al deze eigenschappen bezit. Maar opvallend is dat de ervaringen met vrouwen in de top aanzienlijk slechter zijn dan verwacht. Dit leidt er volgens het onderzoeksbureau toe dat zowel mannelijke als vrouwelijke bestuurders terughoudend worden in het benoemen van nieuwe topvrouwen. Zo antwoordde een mannelijke ondervraagde: ‘Er wordt door bestuurders zoals mijzelf actief gezocht naar competente vrouwen, echter niet gevonden. Ik wil geen concessies doen aan kwaliteit.’ Een andere mannelijke ondervraagde: ‘Ik heb gezien dat een bedrijf zich als vrouwvriendelijk wil profileren en vrouwen expliciet benoemde op topposities(...) Die waren daar niet geschikt voor(...) Dat leidt altijd tot teleurstellingen.’
Mismatch
Volgens onderzoeker Mildred Hofkes is er sprake van een duidelijke ‘mismatch’
tussen de verwachtingen ten aanzien van vrouwelijk leiderschap en de
ervaringen met vrouwen aan de top. ‘Het lijkt erop dat de verwachtingen van
topvrouwen onrealistisch hoog zijn, deze moeten worden bijgesteld.’ Hofkes
sluit niet uit dat vrouwen in de top zich ‘mannelijk’ gedragen omdat ze
denken dat dit van hen wordt verwacht. ‘Omdat ze in de top nog steeds als
buitenstaanders worden gezien, hebben de vrouwen de neiging zich aan te
passen. Dit pakt negatief uit: ze doen te erg hun best en worden gezien als
bestuurders die zichzelf overschreeuwen. Dit is niet zozeer de schuld van de
vrouwen, maar het ligt aan de setting waarin ze zich moeten handhaven.’
Lees verder: 'Vrouwen in top maken leiderschap niet waar'