Slimme software breekt internet open

Door Heleen van Lier op 19 juni '08, 09:46, bijgewerkt 20 juni '08, 14:43
Combinatie van Google Maps en Hotels (in Amsterdam)

AMSTERDAM - Tijdens een groot voetbaltoernooi als het EK maakt iedereen pooltjes. Op het werk, in de buurtkroeg of met familie strijden mensen tegen elkaar om zo goed mogelijk de uitslagen van de wedstrijden te voorspellen. Ook op internet zijn er talloze pools, maar er was er nog niet een zo groot als de EK-pool van Telesport op de vriendensite Hyves.

Met deze EK-pool, die ruim 170 duizend deelnemers heeft, kunnen ‘Hyvers’ direct hun voorspelling vergelijken met die van hun vrienden. Slimme software kijkt automatisch welke vrienden op Hyves meedoen, en laat direct zien op welke plaats iemand staat in de ranglijst van het eigen vriendennetwerk.

Dat iemand zijn voorspellingen invult op de website van De Telegraaf, en dat daar vervolgens automatisch de voorspellingen van vrienden bij worden gezocht, is nieuw. Deze ontwikkeling maakt het mogelijk dat (delen van) websites gecombineerd worden met de inhoud van andere websites. Hierdoor kunnen gegevens die gebruikers op de ene website hebben ingevuld, door een andere website gebruikt worden. Door deze informatie te delen, ontstaan nieuwe mogelijkheden, zoals de EK-pool bewijst. Daarvoor waren niet eens ingewikkelde berekeningen nodig, of zakken met geld.

Een API (Application Progamming Interface) vormt het poortje tot de databases van websites. Hiermee wordt toegang verschaft aan derden tot de inhoud van de website en de gebruikersgegevens, mits de eigenaar van de website daar toestemming voor heeft gegeven. OpenSocial is een eind 2007 gestart initiatief van Google, om dit opvragen van gegevens te standaardiseren en open te stellen. Een groot aantal (sociale) websites hebben zich bij het initiatief aangesloten, zodat het nu heel makkelijk is om informatie van verschillende sites te combineren en interactieve, voor gebruikers relevantie applicaties te ontwikkelen. OpenSocial is ontwikkeld vanuit de gedachte dat het web het platform is, en niet de individuele websites van bijvoorbeeld MySpace, YouTube of Hyves.

Hobby
Roeland Landegent (27) is een van de eerste ontwikkelaars die zich bezighouden met het maken van zulke combinatiesites. Hij maakte met anderen de Telesport EK-pool, maar een techneut is Landegent niet. Als afgestudeerde aan de Hogere Hotelschool kwam hij in de festivalwereld terecht, en begon te programmeren als hobby. Hij maakte een website voor Lowlands, waar van alles werd gecombineerd: video’s van VPRO-verslaggevers, berichtjes van bezoekers via Twitter (een website waar mensen in een paar zinnen schrijven wat ze bezighoudt), foto’s van Flickr (een populaire site om foto’s te delen), en Buienradar (die aangeeft waar het regent).

Deze site werd zo’n succes dat hij werd beloond met De Tegel, een prestigieuze journalistieke prijs voor multimediale verslaggeving.

Landegent heeft voor zichzelf een site gebouwd om te ‘Twitteren’ op mobiele telefoons. Zijn site combineert Twitter met de landkaarten van Google Maps en zoekprogramma’s. De site is volgens de gebruikers – zo’n tweeduizend – handiger dan de mobiele site van Twitter zelf.

Het voordeel voor Landegent is dat hij, behalve wat vrije tijd, niets hoeft te investeren in zijn site. Doordat sites hun inhoud voor iedereen beschikbaar stellen, hoeven afnemers zoals Landegent niets te betalen. Overeenkomsten hoeven evenmin te worden gesloten. Iedereen die een beetje handig is, kan daardoor iets nieuws creëren met de inhoud van andere websites.

Vooral gebruikers van sociale websites hebben daar baat bij. Gemiddeld zijn Nederlandse internetters lid van 1,8 netwerksite, aldus de Mediabarometer van Ernst & Young. Mensen zitten bij verschillende netwerksites omdat deze een andere rol vervullen. Netwerksite LinkedIn (wereldwijd meer dan 21 miljoen leden) wordt gebruikt voor zakelijke contacten, Facebook (meer dan 80 miljoen leden) ‘omdat mensen van over de hele wereld erbij zijn aangesloten’, en MySpace (het grootste sociale netwerk ter wereld met grofweg 200 miljoen leden) voor de muziekliefhebbers. Hyves is populair vanwege de schaalgrootte in Nederland (6,7 miljoen leden en het grootste netwerk van Nederland), aldus de Mediabarometer. Door de openstelling van deze websites kunnen sociale netwerken zoals ze zijn verdwijnen. De vraag is dan niet meer: zit jij bij Hyves, MySpace of LinkedIn? De tijd van het moeten kiezen voor één sociaal netwerk, omdat het gewoon te veel tijd kost verschillende netwerken bij te houden, is voorbij.

Ook voor de sites die de informatie aanbieden, zijn er belangrijke voordelen. Immers: hun inhoud wordt op meer plaatsen bekeken en hun bereik wordt dus aanzienlijk vergroot. Twitter is hier een goed voorbeeld van. Deze website heeft tien keer meer bereik via andere sites, dan via de eigen website Twitter.com.

Hier schuilt echter ook meteen een probleem. Want: alle informatie die de gebruikers posten, moeten zij opslaan op, en beschikbaar stellen via, hun servers. De gebruikers komen niet meer naar de site van Twitter toe, want ze nemen de informatie tot zich via tal van andere platforms. Bijvoorbeeld via een Hyvesprofiel of via een zelfde soort site, zoals Landegents mobiele Twitter-site. Die verdient vervolgens aan advertenties op zijn site. Dat de informatie van Twitter komt, valt niet te zien. Dit bedrijf heeft dus wel de lasten, maar niet de lusten.

Twitter raakt hierdoor in de problemen. De site is vaak onbereikbaar omdat de servers het dataverkeer niet meer aankunnen. Er wordt gespeculeerd dat Twitter hierdoor ten onder zal gaan, want het bedrijf verdient geen geld aan al dat internetverkeer, terwijl het wel nieuwe servers moet aanschaffen.

Volgens Landegent moet het verdienmodel van het delen van informatie nog uitkristalliseren. Anders dan bij Amazon, waar iemand uiteindelijk iets koopt in de online winkel, is er geen probleem. Google zegt: ‘Mocht een website of gadget een groot succes worden en de belasting van de databases van Google te veel worden, dan moet er voor betaald worden.’ Toch zal vooral het advertentieprogramma van Google er baat bij hebben. Als sociale netwerken de informatie over hun gebruikers openstellen, kunnen advertenties weer veel meer op de doelgroep worden toegespitst.

‘Uiteindelijk zullen alle websites eraan moeten geloven en hun inhoud moeten openstellen’, zegt onder anderen digitale marketeer Steve Rubel. Rubel voorspelt het einde van websites waar je naartoe surft: ‘Websites bieden in de toekomst verplaatsbare diensten, die overal geplaatst kunnen worden waar de consument wil.’

Zoals Google zegt: straks zijn niet de individuele websites het platform meer, maar is het web dat.

Stuur dit artikel door
Plaats artikel op MSN Reporter
Plaats artikel op Linkedin
Plaats artikel op Facebook
Plaats artikel op NuJIJ
Plaats artikel op Hyves
Bewaar op Delicious
Plaats artikel op Twitter
E-mail
Printversie
POPULAIR