André Szász.
André Szász. © ANP

André Szász was de architect van het 'harde guldenbeleid'

Postuum André Szász (1932-2016)

In 2000 was André Szász een roepende in de woestijn. De hoogleraar Europese integratie en voormalig directeur van De Nederlandsche Bank noemde in een interview met deze krant de deelname van Griekenland aan de eurozone 'een gevaarlijke ontwikkeling'.

'De staatsschuld van Griekenland is met 103 procent hoger dan het nationaal inkomen. Het Verdrag van Maastricht eist duidelijk dat de staatsschuld beneden de 60 procent van het bruto nationaal product moet zijn. Dat is hij niet en dus mag Griekenland niet meedoen.' Europese politici zoals toenmalig minister Zalm riepen echter dat Griekenland zijn schuld zou terugbrengen. Het tegendeel gebeurde. Het liep in de jaren daarna op en Griekenland sjoemelde daarbij ook nog met de statistieken.

Op 13 februari 2010 haalde Szász in deze krant zijn gelijk en riep de politici op Griekenland te laten vallen. 'De euro gaat niet ten onder door Griekenland. De euro gaat pas ten onder als de Duitse burgers zich belazerd gaan voelen door al die landen met tekorten waarvoor zij moeten opdraaien. Daar zou een populistische partij op kunnen inhaken en dat is het einde van de euro. Hopelijk komt het niet zo ver.'

Szasz, die eind vorig jaar overleed, werd in 1932 in Nederlands-Indië geboren. Na de oorlog studeerde hij economische wetenschappen in Amsterdam, waarna hij bij de Studiedienst van De Nederlandsche Bank ging werken. Op 1 januari 1973 werd hij directeur. In de jaren zeventig en tachtig was hij een van de nauwste vertrouwelingen van de presidenten Jelle Zijlstra en Wim Duisenberg. Hij was de architect van het zogenoemde 'harde guldenbeleid'. De gulden werd gekoppeld aan de Duitse mark. Als in Duitsland de rente omhoog ging, volgde Nederland. Vanaf 1973 was hij plaatsvervangend lid van het comité van centrale gouverneurs van de EU.

Op 1 juli 1994 ging hij met pensioen en werd hoogleraar Europese studies in Amsterdam. In 2001 verscheen zijn publicatie 'De euro, politieke achtergronden van de wording van de munt'.