ALBERT PLESMAN Een hemelbestormer die op de kleintjes lette

Geboren: 7 september 1889 in Den Haag. Bleef z'n hele leven worstelen met: de Engelse taal. Zei dan ook dingen als: Who binds the cat the bell on?...

NET ALS Hendrik Colijn was hij van huis uit beroepsmilitair. Colijn verwierf zijn roem als politicus, Albert Plesman als oprichter en eerste directeur van de Koninklijke Luchtvaart Maatschappij. Twee oud-officieren die op verschillende plaatsen in de burgermaatschappij een onuitwisbaar stempel drukten: met de tragikomische affaires rond de generaals Couzy en Brinkman nog vers in het geheugen is zoiets vandaag de dag bijna onvoorstelbaar.Deze tegenstelling tussen toen en nu roept om historisch onderzoek. Waarom leverden de Nederlandse strijdkrachten in de eerste helft van deze eeuw wel succesvolle civiele leiders? Hadden de langdurige koloniale oorlogen de militairen soms geharder gemaakt? Of bood het tijdperk eenvoudigweg een betere voedingsbodem voor het militaire denken en doen? Bleef de militaire achtergrond zichtbaar in het latere civiele succes? En heeft die op langere termijn een gunstige of een remmende invloed gehad?Voor die laatste vraag is Albert Plesman bijna nog interessanter dan Hendrik Colijn. De anti-revolutionairen zijn goeddeels vergeten, Colijns politieke erfenis is opgegaan in een groter geheel. Daarentegen is de KLM nog steeds een factor van internationale betekenis - en dat terwijl Nederland bepaald geen vanzelfsprekende thuisbasis is voor een wereldwijd opererende luchtvaartmaatschappij. Evenmin was Plesman een vanzelfsprekende luchtvaartpionier. Het maakt zijn prestatie des te indrukwekkender.'Appie', zoals hij thuis heette, werd geboren boven de Haagse levensmiddelenwinkel van zijn ouders. Volgens een latere uitspraak van zijn vader, een devote Nederlands-hervormde driftkop, was hij 'uit de hel gekropen toen de duivel sliep'. Zo vader, zo zoon: de jonge Albert bewerkte opponenten op straat en op school bij voorkeur met zijn vuisten. Woorden vond hij meestal niet: hij stotterde hevig, een gebrek dat hij later met veel doorzettingsvermogen wist te overwinnen. Het liefst dwaalde hij alleen door de duinen, langs het strand en de zee. De HBS doorliep hij nog wel, maar hij blonk alleen uit in sport en rekenen.Parades in de buurt van zijn ouderlijk huis inspireerden hem tot een militaire opleiding. Ook daar vocht hij met deftiger cadetten wanneer die het waagden hem aan zijn nederige komaf te herinneren. In de zomer van 1910 zag Albert voor het eerst 'een grote vogel in de lucht, waarvan ik begreep dat het een vliegtuig moest zijn'. Hij was meteen verkocht, maar moest zeven jaar wachten tot hij eindelijk vliegenier mocht worden. Die tijd bracht hij door bij het korps wielrijders in Gouda, waar hij de dochter van een lokale kaashandelaar leerde kennen. Tegen de wil van haar vader trouwde hij met haar voor de kantonrechter in Zeist.Eenmaal op Soesterberg, de bakermat van de Nederlandse militaire luchtvaart, haalde hij wel zijn brevet, maar hij bleek de befaamde 'gouden vliegershandjes' te ontberen. Berichten over de eerste oorlogsgruwelen vanuit de lucht - het was 1917 - deden de rest. 'In vrede dienen' werd Plesmans nieuwe obsessie. 'Dit vliegen, dat een hel was, kan een hemel worden.'De volstrekt onbekende luitenant Plesman wist de minister van Oorlog en een handvol topondernemers te ronselen voor zijn eerste visioen: een vliegshow om 'de Nederlandsche bevolking luchtvaartgezind te maken en voor te bereiden op de grootsche ontwikkeling die de luchtvaart zonder enige twijfel tegemoet ging'. De Eerste Luchtverkeer Tentoonstelling Amsterdam, gehouden in augustus en september 1919, werd een doorslaand succes. Vierduizend van de vijfhonderdduizend bezoekers ondergingen voor 41 gulden, een klein vermogen in die tijd, hun luchtdoop tijdens een rondvlucht boven IJ en Amstel.Zijn geldschieters lieten daarop hun eigen plannen varen en fourneerden vijf miljoen gulden voor de oprichting van de KLM. Plesman zelf bracht geen cent in en werd slechts 'administrateur' tegen een bescheiden salaris, nauw op de vingers gekeken door zwaargewichten als reder Anton Kröller en steenkolenhandelaar Frits Fentener van Vlissingen. Ook met hen ging Plesman van meet af aan op de vuist, dit keer in overdrachtelijke zin. Hij was niet in het minst onder de indruk van die geborneerde krenten, die 'zijn' KLM beletten de vleugels uit te slaan.Bij de zojuist uit Duitsland teruggekeerde Anthony Fokker bestelde Plesman de eerste echte passagiersvliegtuigen ter wereld. Ook maakte hij graag en veel reclame. 'De zakenman reist, verzendt, ontvangt per Lucht Expres K.L.M.', beweerden landelijk verspreide affiches. Hoogstpersoonlijk monteerde Plesman koperen naamplaatjes in openbare telefooncellen en op draaideuren van banken, cafés en restaurants. Het transport van de eerste kievitseieren of van de laatste Parijse mode naar Nirsch & Co in Amsterdam - in alles zag Plesman een damned good sales proposition, zoals hij het zelf noemde.Na twee jaar had de KLM een miljoen kilometer gevlogen, met de PTT als voornaamste klant, maar nog geen cent verdiend. Overheidssubsidies en het geduld van de aandeelhouders van het eerste uur hielden de maatschappij in de lucht. Wel bestelden de wantrouwige commissarissen tot grote woede van Plesman een organisatie-adviesbureau. Dat keerde met lege handen terug: het personeel werkte op tweedehands meubels en moest een stompje inleveren om een nieuw potlood te kunnen krijgen. De karige lonen voor de piloten, gerecruteerd op Soesterberg, bezorgden de KLM de bijnaam Kleine Lonen Maatschappij. Wel vlogen zij in de nieuwste toestellen en overnachtten zij onderweg in de beste hotels. Maar, zo hield 'de Baas' hen voor: geen druppel drank onder het vliegen 'en geen avonturen met vreemde vrouwen!!'Zelf was Plesman volstrekt onbaatzuchtig. Ondanks zijn harde werken nam hij jarenlang genoegen met een karig salaris, en hij woonde tot 1936 in een bescheiden bovenhuis. Amerikaanse sigaretten waren zijn enige luxe. Tegen zijn personeel vloekte en tierde hij ook als hij niet kwaad was. 'Lazer op', was zijn favoriete manier om een gesprek met een ondergeschikte te beëindigen.Intussen breidde de KLM zijn netwerk van lijndiensten gestaag uit. Plesman verruilde de Fokkers voor de geheel metalen Douglas-vliegtuigen. Een van die toestellen, de Uiver, schreef geschiedenis door als tweede te eindigen in een luchtrace naar Australië, met betalende passagiers aan boord. Een jaar later was de KLM weer zum Tode betrübt, toen binnen één week drie toestellen neerstortten. Nu scandeerde de menigte buiten het hoofdkantoor 'Plesman moordenaar'Soms speelden Plesmans visioenen hem parten. Vóór en tijdens de Tweede Wereldoorlog ondernam hij enkele bemiddelingspogingen tussen de Britten en de nazi's, door Lou de Jong later als naïef gekwalificeerd. Hij belandde uiteindelijk zelf in het Scheveningse Oranje-hotel, waar hij de tijd doodde met lezenen plannen maken voor de toekomst.Meteen na de bevrijding vloog hij naar de VS, waar hij het klaarspeelde veertien nieuwe viermotorige Douglas-transportvliegtuigen los te peuteren. Toen president Truman hem hooguit een kwartier wilde gunnen, zei hij: 'Dit is me te weinig, dan kan ik m'n tijd wel beter besteden.'Pas toen werd hij president-directeur van de KLM en eredoctor in Delft. 'Uw proefschrift', zei zijn promotor, 'bestaat uit drie letters: KLM.'In 1953 maakte de KLM tien miljoen gulden winst met dertienduizend medewerkers en 84 vliegtuigen. Plesmans rol was toen al uitgespeeld. Eind dat jaar overleed hij, uitgeput en lichamelijk sterk verzwakt.Ondanks een meer rationele aanpak bleef de KLM een bedrijf in zijn geest: stoutmoedig en moeilijk controleerbaar. Perioden van voorspoed en diepe ellende wisselen elkaar tot op de dag van vandaag af. Plesman was eerst en vooral ondernemer; het geld werd dan later vanzelf verdiend, zo was zijn overtuiging.Het is een verfrissende filosofie in deze tijd van eenzijdige financiële concepten. Te hopen valt dat de KLM die nooit zal verleren.Joost RamaerDit is de 30ste aflevering van een serie over honderd belangrijke Nederlanders van deze eeuw. De volgorde is chronologisch (op basis van geboortedatum).