'Volstrekt malafide praktijken' op Nederlandse scheepswerven

Vakbond: schijnconstructies in de scheepsbouw drukken lonen

Door handig te winkelen in de wetgeving betaalt scheepswerf GS Yard nauwelijks premies en loonbelasting voor zijn Roemeense werklieden. Nederlands personeel belandt op straat.

Ze keken vreemd op, de scheepsbouwers van GS Yard uit het Groningse Waterhuizen, toen ze maandagochtend 15 februari bij de scheepswerf aan het Winschoterdiep arriveerden. Langs de rotonde bij frietkot De Kombuis stonden vier spandoeken tegen rood-witte schrikhekken. Sommige werknemers reden een extra rondje over de rotonde om de spandoeken goed te kunnen lezen. 'De zakkenvullers!' stond op een van de spandoeken, met daarboven de namen van de twee Duitse eigenaren van de scheepswerf, Daniel Gausch en Christian Hochbein. 'Roemenen aan het werk, prima, maar dan gelijke lonen en belasting als de Nederlanders!'

FNV: hongerloon voor Roemenen in Nederland

Honderden Roemenen werken op Nederlandse scheepswerven voor 1 euro bruto per uur. Dat benadeelt de schatkist en kost Nederlandse arbeiders hun baan omdat ze drie keer zo duur zijn, stelt de FNV. Het gaat volgens de vakbond om tientallen scheepswerven waar Roemenen werken die via een - volgens de bond achterhaalde - Europese regeling veel goedkoper zijn dan collega's om de hoek. Belastingen en sociale premies worden voor deze werknemers nauwelijks afgedragen, dankzij die zogenoemde A1-regeling. Die is volgens de bond ooit met de beste bedoelingen opgezet maar is inmiddels verworden tot een verdienmodel op de Europese arbeidsmarkt. De vakbond eist modernisering van de regeling, nabetaling én wil dat de Roemenen voortaan gewoon via de cao worden betaald.

De spandoeken waren de avond ervoor neergezet door ex-werknemer Marcel van Haaften. De bonkige kraanmachinist (56) was vijf maanden eerder 'buiten de poort gepleurd'. Hij raakte zijn baan kwijt omdat hij eigenaren Gausch en Hochbein twee keer zoveel geld kostte als zijn Roemeense collega's, is althans Van Haaftens eigen verklaring.

Niet dat Van Haaften nou zo'n riant salaris opstreek, met 2.400 euro netto in de maand. Maar door handig te winkelen in de wetgeving van de EU en Roemenië betalen zijn werkgevers nauwelijks loonbelasting en sociale premies voor de Roemeense kraanmachinisten, plaatwerkers, pijpfitters, lassers, steigerbouwers en schilders op de werf. Zelfs al zouden ze het willen, kunnen hun Nederlandse collega's daar onmogelijk tegenop concurreren zonder zo ongeveer het leeuwendeel van Boek 7, Titel 10 van het Burgerlijk Wetboek - waarin de belangrijkste regels van het Nederlandse arbeidsrecht staan - met voeten te treden.

En zo gaan de Nederlandse werklui op de werf in rap tempo de weg van de dodo en de wolharige mammoet. 'Hier buiten op het schip werken amper nog Nederlanders', wijst Van Haaften naar het 110 meter lange tankschip Tizian langs de kade van de scheepswerf. 'In de scheepshal ook niet meer, in de sectiebouw zijn het tegenwoordig allemaal Roemenen en in de lasstraat werkt nog één Nederlander, voor de rest zijn het Roemenen', somt Van Haaften op. 'Alleen de plasmasnijmachines in de voorbewerkingshal worden nog bediend door Nederlandse mensen.'

Grenzen

Het verhaal dat nu volgt, kan op twee diametraal verschillende manieren worden verteld: op de manier van vakbond FNV, of op de manier van de werkgevers, in casu GS Yard en het Sliedrechtse uitzendbureau Den Breejen, dat meer dan honderd Roemenen levert aan de Waterhuizense scheepswerf. Volgens de FNV handelen Den Breejen en GS Yard 'volstrekt malafide': ze ontduiken de Nederlandse cao, tillen de schatkist voor miljoenen euro's aan belastinggeld, knijpen de Roemenen uit en stoten Nederlandse blauweboordenwerkers het brood uit de mond. Deze praktijken zijn symptomatisch voor de hele Nederlandse scheepsbouw, stelt de vakbond: ook scheepswerven als Bodewes, Damen en Neptune gebruiken vergelijkbare trucs met Roemeense werknemers, ten koste van Nederlandse banen.

Maar de werkgevers ontkennen ook maar iets verkeerd te doen. Natuurlijk zoeken we de grenzen van de wet op om zo concurrerend mogelijk te zijn, zeggen bijvoorbeeld GS Yard-directeur Arend Bijlsma en mede-eigenaar Daniel Gausch, 'maar we doen alles in de legaliteit'. Bovendien, zeggen de werkgevers, zou de scheepsbouw zonder de goedkope Roemenen allang uit Nederland zijn verdwenen gezien de moordende concurrentie van werven uit China en Oost-Europa - inclusief de aanzienlijke Nederlandse werkgelegenheid die daar nog altijd mee gemoeid is.

Cruciaal is de vraag: schijn of geen schijn? Volgens de FNV maken Den Breejen en GS Yard voor hun Roemeense scheepsbouwers gebruik van een schijnconstructie, bedoeld om de Nederlandse cao te omzeilen. Ze gebruiken - of misbruiken, vindt de FNV - daarvoor een 45 jaar oude Europese regeling, de zogeheten A1-regeling. Deze regeling was ooit bedoeld om werknemers te beschermen die voor een korte periode in een ander land werden gedetacheerd. Een Belg of West-Duitser die voor een half jaar in Nederland bij Philips of Shell ging werken, kon dankzij de A1-regeling WW en pensioen blijven opbouwen in eigen land. Maar begin jaren zeventig bestond de Europese Economische Gemeenschap nog uit zes lidstaten met een vergelijkbare levensstandaard en verzorgingsstaat. Nu anno 2016 ook landen met een veel lagere levensstandaard tot de EU behoren, zoals Roemenië en Bulgarije, hebben werkgevers de A1-regeling ontdekt als verdienmodel, zegt FNV. Den Breejen gebruikt de A1-regeling bijvoorbeeld om via een aantal Roemeense dochterbedrijven sociale premies te betalen in Roemenië, ook al werken hun lassers, pijpfitters en plaatwerkers dikwijls al vijf of zelfs tien jaar in Nederland. En dat terwijl de A1-regeling alleen is bedoeld voor kortstondig gedetacheerde buitenlanders.

In totaal ontvangen de Roemenen een nettosalaris tussen de 1.600 en 2.200 euro per maand, waarvoor ze 56 uur per week moeten werken

Dik tevreden

Verschil: 5.813,45 euro

Rekenvoorbeeld van het loon van een Roemeense lasser met een 56-urige werkweek, vergeleken met het Nederlandse cao-loon dat hij zou krijgen als hij 56 uur zou werken.

Loonkosten werkgever per maand voor lasser bij 56-urige werkweek:

Vaste dienst GS Yard:
7.935,55 euro

Uitzendkracht:
7.254,52 euro

Roemeense lasser Den Breejen/GS Yard:
2.122,10 euro

Bronnen: FNV, loonstrookjes Den Breejen

Uit nieuw onderzoek van de arbeidsinspecteurs van het ministerie van Sociale Zaken, in handen van de Volkskrant, blijkt dat Den Breejen het loon van de Roemenen in twee delen heeft gesplitst, een Roemeens en een Nederlands deel. Hun Roemeense salaris bedraagt omgerekend slechts 95 eurocent bruto per uur, rekent Masja Zwart van de FNV voor op basis van loonstrookjes van Den Breejen. Met de 56-urige werkweek van de Roemenen komt dat neer op 228 euro per maand. Over dit ook voor Roemeense begrippen schamele loon bouwen de Roemenen pensioen op. Het bedrag is zelfs zo handig uitgekiend dat de Roemenen in eigen land in aanmerking komen voor een belastingaftrek voor armlastige mensen, waardoor ze nog goedkoper zijn voor hun werkgevers. Maar bovenop hun salaris in Roemenië krijgen de scheepsbouwers in Nederland voor elke werkdag 'leefgeld', blijkt uit verklaringen van de Roemenen aan de inspectie. In totaal ontvangen ze daardoor, afhankelijk van hun functie, een nettosalaris tussen de 1.600 en 2.200 euro per maand, waarvoor ze 56 uur per week moeten werken. Een salaris waarmee de meeste Roemenen dik tevreden zijn, erkent ook de FNV. Maar daarmee verdienen ze, uitgaande van hun 56-urige werkweek, wel grofweg de helft minder dan wanneer ze onder de Nederlandse cao zouden vallen, aldus de vakbond.

Hun werkgever is dankzij deze foefjes in Nederland slechts een schijntje kwijt aan loonbelasting en premies. Zwart haalt er een loonstrookje bij van een Roemeense lasser van GS Yard: op een nettosalaris van 1.792 euro betaalt Den Breejen voor hem 42 euro loonbelasting en 59 euro aan sociale premies. Voor de meer dan honderd Roemeense werklieden op de Waterhuizense scheepswerf bespaart Den Breejen daardoor meer dan een half miljoen euro ten opzichte van de Nederlandse cao, rekent Zwart voor. 'Let wel: per maand!'

De FNV gaat - en dat is een novum - Den Breejen en GS Yard aansprakelijk stellen voor de onderbetaling. De vakbond gaat ook andere onderaannemers uit de productieketen aansprakelijk stellen voor hun medeplichtigheid. De FNV kan dit doen dankzij de Wet aanpak schijnconstructies (WAS), waarmee minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken) vorig jaar de oorlog verklaarde aan het ondermijnen van de cao. Uiteindelijk zal de rechter moeten bepalen of de werkgevers zich inderdaad van schijnconstructies bedienen en dus voor vele miljoenen euro's aan achterstallig loon verschuldigd zijn aan de Roemenen.

Akkoord gegeven

Alex den Breejen maakt zich weinig zorgen. Hij is ervan overtuigd dat de constructie van Den Breejen aan alle wettelijke eisen voldoet. 'We hebben alles volledig getoetst met de Belastingdienst, en zij hebben akkoord gegeven. En er wordt bij ons absoluut niemand onderbetaald.' Volgens Den Breejen verdienen de Roemenen netto zelfs meer dan het Nederlandse cao-loon voorschrijft. Zwart betwist dit dan weer, omdat de Roemenen 56 uur per week werken. Omgerekend naar een normale werkweek duiken de Roemenen volgens haar onder het cao-loon.

Zwart vindt de praktijken van Den Breejen en GS Yard zo onkies dat ze ervoor pleit om de scheepswerf dan maar helemaal naar Roemenië te verhuizen. Een vakbond die pleit voor het verdwijnen van banen naar het buitenland, dat klinkt even tegennatuurlijk als een pleidooi van de VVD voor een grotere overheid, of als een lofzang op minaretten door Geert Wilders. Maar de Waterhuizense scheepswerf is eigenlijk al Roemenië, zegt Zwart. Ruim tweederde van de werknemers is Roemeens. Als rond kwart over vier 's middags de laatste sirene van de dag over de werf schalt en een exodus van Nederlandse kentekenplaten op gang komt, verandert GS Yard helemaal in Klein-Roemenië. De Roemeense werknemers, een uur eerder begonnen dan hun Nederlandse collega's, lassen en schilderen door tot zes of zeven uur, alvorens ze in bussen van Den Breejen terug naar hun bungalow op de camping in Scharmer worden gereden. Verplaats deze werf, die bestaat bij de gratie van laagbetaalde arbeid, naar Roemenië, zegt Zwart, opdat de Roemenen ten minste een fatsoenlijk pensioen opbouwen, en hun kinderen en kleinkinderen van dichtbij zien opgroeien. Het werk is immers allang verdwenen, nu neemt zo'n werf ook zijn concurrenten in Nederland mee in de prijsspiraal naar beneden.

Een onbegrijpelijk pleidooi, vindt Alex den Breejen. 'Er werken op de scheepswerven nog heel veel Nederlanders op de ontwerpafdeling, in het management, de boekhouding, noem maar op. En kijk eens naar alle toeleveranciers, daar zitten ik weet niet hoeveel Nederlandse bedrijven bij die interieurs leveren, motoren, elektrische installaties, staalpakketten, et cetera. Die werkgelegenheid zou allemaal verdwijnen.'