'Kabinet hecht te veel belang aan Schiphol en haven Rotterdam'
© ANP

'Kabinet hecht te veel belang aan Schiphol en haven Rotterdam'

Hoewel dat vaak wordt beweerd, zijn Schiphol en de Rotterdamse haven niet dé groeimotoren van de Nederlandse economie. Om het vestigingsklimaat in Nederland te versterken moet de overheid niet vanzelfsprekend vooral in die twee mainports investeren.  Alleen maar mikken op volumegroei van Schiphol en de haven is niet wat 'de economie van morgen' vraagt.

Dat zegt de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (RLI) in een advies dat vrijdag aan het kabinet is aangeboden. Onder de veelzeggende titel 'Mainports voorbij' plaatst het adviesorgaan  kanttekeningen bij de permanente groeiambities van Schiphol en de Rotterdamse haven.  Hun bijdrage aan de groei van de Nederlandse economie is geringer dan kabinetten vaak denken, concludeert de raad.

'Het vestigingsklimaat in Nederland wordt door veel meer bepaald dan alleen maar Schiphol en de haven van Rotterdam

Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur

Zo was de indirecte toegevoegde waarde van Schiphol aan de Nederlandse economie in 2015 zo'n negen miljard euro. Dat is 1,4 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Dat staat voor de productie van alle goederen en diensten binnen Nederland, inclusief die door buitenlandse bedrijven. De Rotterdamse haven droeg daar 3,1 procent aan toe, maar zit wel in een dalende tendens.

De RLI beklemtoont dat  Schiphol en de Rotterdamse haven nog steeds van grote betekenis zijn voor de Nederlandse economie en dat het beleid om de mainports te versterken de afgelopen decennia succesvol is geweest. Maar alleen maar aansturen op nog meer goederen- en personenstromen via die twee havens is onverstandig, zegt het adviesorgaan. 'Het vestigingsklimaat in Nederland wordt door veel meer bepaald dan alleen maar Schiphol en de haven van Rotterdam.'

Eindhoven

De Brainport Regio Eindhoven wordt bijvoorbeeld steeds belangrijker als economisch kerngebied en kan mooiere groeicijfers overleggen. Het kabinet zou er verstandig aan doen om de digitale infrastructuur van Nederland te versterken, interneteconomie te bevorderen en dat ook als een soort 'mainport' te beschouwen. 

Te meer omdat de Rotterdamse haven en Schiphol steeds grote concurrentie en bedreigingen wacht, zo stelt de RLI. Het verdienmodel van de Rotterdamse haven bijvoorbeeld is sterk afhankelijk van fossiele brand- en grondstoffen. Dat maakt de helft van de overslag in Rotterdam uit, terwijl vergroening van de economie en klimaatafspraken een andere richting ingaan. 

Schiphol ondervindt steeds meer concurrentie van luchthavens als Dubai en Istanbul en moet vrezen dat ontwikkelingen in de luchtvaartindustrie (kleine vliegtuigen met meer bereik) de betekenis als 'transferhaven' aantast. Om Nederland als distributieland en als aantrekkelijke vestigingplaats te versterken moet niet meer apart beleid voor de twee mainports worden gemaakt, zo concludeert de raad.