'Bedrijven sluiten ogen voor kinderarbeid en milieudelict'

Staatssecretaris onderzoekt aansprakelijkheid van bedrijven voor overtredingen door buitenlandse dochters...

DEN HAAG Nederlandse bedrijven sluiten hun ogen nog veel te vaak voor zaken als kinder- en dwangarbeid of milieudelicten bij toeleveranciers. Staatssecretaris Frank Heemskerk van Economische Zaken gaat daarom onderzoeken of Nederlandse bedrijven aansprakelijk kunnen worden gesteld voor schendingen van mensenrechten of het overtreden van internationale arbeids- en milieunormen door hun buitenlandse dochters. De staatssecretaris zal dat vandaag aankondigen. Nederlandse ondernemers maar ook vakorganisaties zetten zich volgens hem te weinig in voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. In een toespraak die hij vandaag zal houden voor een symposium over duurzame handel in Haarlem, zal Heemskerk hierop harde kritiek uiten. Een jaar geleden ondertekenden de werkgevers en bonden in de SER de zogeheten Verklaring voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen, maar sinds die tijd is er volgens Heemskerk niets gebeurd. ‘Een plan van aanpak en concrete doelen ontbreken. Dit betekent dat er geen vooruitgang wordt geboekt. Dat is een teleurstelling.’ Volgens de vorig jaar ondertekende verklaring zouden bedrijven in Nederland zich verantwoordelijk moeten voelen voor wat er gebeurt bij hun toeleveranciers, zoals sociale en ecologische arbeidsomstandigheden. ‘Nederlandse bedrijven scoren echter maar 1,7 op een schaal van 10 voor het leveren van informatie over hun toeleveringsketen. Dit betekent dat de bedrijven óf niet weten hoe het bij hun toeleveranciers toegaat óf de maatschappij daarover niet informeren. Dit moet echt beter’, zo vindt hij. Er zijn internationale richtlijnen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) voor hoe bedrijven zich moeten gedragen. De Nederlandse overheid wil zich daaraan houden en zou het liefst zien dat vanaf 2010 100 procent van de Nederlandse bedrijven duurzaam inkoopt. ‘Wij eisen van bedrijven die gebruik maken van exportgaranties dat ze zich houden aan de OESO-richtlijnen.’ Heemskerk laat nu uitzoeken hoe Nederland een Amerikaanse lijst met producten waarbij grote kans bestaat dat ze gemaakt zijn via dwang- of kinderarbeid, kan toepassen in de Nederlandse situatie. Hij hoopt dat de partijen in de SER op korte termijn met een plan van aanpak komen. Daarbij dienen Milieudefensie en Amnesty International te worden betrokken.