1463363
Het Werkplein van het UWV in Den Haag. © ANP

'De racistische werkgever bestaat helemaal niet'

Opinie Allochtone werkzoekenden hebben geen last van racisme maar van een negatief groepsbeeld, schrijven Anouar El Haji en Mohamed Aadroun. 'De aanpak hiervan begint niet bij de werkgever, maar bij de groep.'

Het is opvallend hoe het publieke debat over discriminatie op de arbeidsmarkt een standaardscenario volgt. Eerst verschijnt een bericht hierover groots in de media, waarna reacties volgen die eenduidig zijn in de afkeuring ervan. Zo ook deze week, waar uit een onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau blijkt dat uitzend­bureaus discrimineren. Niet-westerse sollicitanten wordt minder vaak een baan aangeboden dan autochtone sollicitanten. Oppervlakkig bezien is dit hét bewijs dat uitzendbureaus etnische minderheden benadelen.  

Carlijne Vos becommentarieerde in deze krant het onderzoek en stelde dat werkgevers zich bewust moeten worden 'van de neiging om sollicitanten te beoordelen met de eigen culturele 'witte' bril op'. En Jetta Klijnsma, staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, stelde verder dat 'elke vorm van discriminatie op de arbeidsmarkt (...) onacceptabel is en met kracht moet worden bestreden'. Vos en Klijnsma uiten een mening die naar alle waarschijnlijkheid breed wordt gedeeld maar frappant genoeg niet door de auteurs van het SCP-onderzoek.

In dit laatste onderzoeksrapport wordt een samenvatting gegeven van het project 'Discriminatiemonitor' dat in 2007 begon. In dit rapport wordt benadrukt dat de aard van discriminatie op de arbeidsmarkt niet racistisch is, maar statistisch. Statistische discriminatie betekent dat de werkgever op basis van beperkte informatie een keuze moet maken en etniciteit is slechts een stukje informatie. Een sollicitant van een etnische groep met een slecht groepsbeeld heeft dus een kleinere kans om aangenomen te worden. De werkgever heeft niets tegen zijn etniciteit, maar heeft wel het beeld dat gemiddeld genomen een niet-westerse sollicitant ondergemiddeld presteert. Werkgevers discrimineren dus niet omdat zij kijken met een 'culturele 'witte' bril op' maar omdat dit financieel voordelig is.

Het is jammer dat geschikte niet-westerse kandidaten worden benadeeld door het negatieve groepsbeeld. Feit is wel dat werkgevers niet verantwoordelijk zijn voor dit negatieve groepsbeeld. Voorstellen om werkgevers harder aan te pakken, kunnen geen effect hebben als het groepsbeeld niet wordt verbeterd. De auteurs van het SCP-onderzoek schrijven: 'De - helaas al jarenlange - hoge criminaliteitscijfers moeten omlaag, de onderwijsprestaties moeten omhoog en aan de houding en het gedrag van met name de jongens uit die groepen valt ook nog wel het een en ander te verbeteren.'

De discussie over discriminatie op de arbeidsmarkt heeft dringend behoefte aan een update. Er is geen bewijs voor racisme en dat is goed nieuws. Discriminatie bestaat vanwege negatieve groepsbeelden. Vooral niet-westerse sollicitanten hebben dus baat bij een verbetering van het groepsbeeld. Dat begint niet bij de werkgever, maar bij de groep.

Fatsoenlijk gedrag vertonen en zichtbaar je best doen verkleinen niet alleen de kans op discriminatie, maar dragen ook indirect bij aan een positiever groepsbeeld.

Anouar El Haji is promovendus Amsterdam Business School (UvA).
Mohamed Aadroun is docent bedrijfskunde Hogeschool Amsterdam.