Eindelijk: land in zicht
Eindelijk: land in zicht © Ronald Veldhuizen

Lees terug: de reis van Jan Berend Stuut naar het woestijnstof

Volkskrant-verslaggever Ronald Veldhuizen volgt het onderzoeksteam van Jan Berend Stuut terwijl ze op expeditie zijn op de open oceaan, ter hoogte van Afrika. Een live kijkje in de keuken van het veldwerk. Het team jaagt op Saharazand middenop de Atlantische Oceaan. Om klimaatverandering beter te begrijpen.

Vrijdag 6 december 8:30
Insecten vliegen voorbij. Het zijn vooral vlinders en vliegjes - die leken de afgelopen maand niet te bestaan. Geiten lopen op de heuvel, die begroeid is met kleine bomen en cactussen. Tussen het dek van de Pelagia en de heuvel ligt de havenkade van Sint Maarten, waar een lokale agent na een korte paspoortcontrole de bemanning ontvangt.  

De expeditie is officieel geëindigd. Het team splitst zich op: sommigen, zoals uw verslaggever en enkele technici, vliegen dezelfde dag naar huis. Anderen plakken een weekje vakantie op het tropische eiland erachteraan. De Pelagia, die in zijn onderbuik bodem-, plankton- en watermonsters draagt van de afgelopen weken, zal nog twee maanden op zee vertoeven voor andere wetenschapsexpedities, om eind januari terug te keren naar Texel.  

In oktober 2014 zal Stuuts team opnieuw de Atlantische Oceaan oversteken: dan hebben de drie nieuwe onderzoeksboeien een klein jaar overwaaiend Saharazand gevangen en zal langzaamaan duidelijk worden welke rol de Afrikaanse woestenij speelt in klimaatverandering. 

Donderdag 5 december
9:30
Een bijzonder moment: land in zicht. De Pelagia, nu onderweg naar de haven van Sint Maarten, vaart zo dicht langs de Caribische eilanden dat nu één ervan te bewonderen is: Guadelope.  

De ervaring van vaste grond onder de voeten belooft een vreemde te worden. 'Als je aanmeert, kun je het land ruiken', vertelt Stuut. Gekker is dat het menselijk lichaam zich heeft aangepast aan het altijd bewegende schip. 'In de badkamer op het vasteland heb je het gevoel dat alles draait. Als je dat heftig genoeg ervaart kun je zelfs landziek worden.'  

Woensdag 4 december
13:10
Na de lunch roept Stuut het wetenschapsteam bijeen voor de laatste bespreking. Na een aantal huishoudelijke taken te verduidelijken - iedereen moet zijn steentje bijdragen aan het expeditierapport en zijn eigen hut schoonmaken - zegt de marien geoloog blij te zijn met de resultaten van de afgelopen maand. Alledrie de onderzoeksboeien zijn met succes uitgezet: die gaan nu een heel jaar woestijnstof verzamelen.  
En ondanks veel pech bij de diepzeetrechters, die naast woestijnstof ook plankton en ander zinkend materiaal verzamelen, heeft Stuut op vijf van de zes locaties in de oceaan de trechters van vorig jaar opgehaald en weer nieuwe uit kunnen zetten.  

Dinsdag 3 december
22:00
Het is nog één keer alles of niets voor het team. De tweede lassopoging is al ruim negen uur onderweg en de tijd begint te dringen. Om twaalf uur 's nachts móét het schip vertrekken zodat het twee dagen later in de haven van Sint Maarten kan aanmeren. Het is nog niet duidelijk of de grijpankers van de lasso beet hebben of niet. En dus ook of Stuuts team de diepzeetrechter zal terugkrijgen en een heel jaar aan onderzoek is gered.

Dan slaat technicus Bob Koster zijn pingkoffer open en legt hij met piepende geluiden contact met de verloren diepzeetrechter. Hij schrijft een getal op: 4689 meter. Een halve minuut later nog een. Dit keer 4673 meter. 'Hij komt dichterbij!', roept hij. 'Met dezelfde snelheid als de kabel. We hebben 'm!'  

Het wordt pas echt wanneer de eerste grijphaak opduikt. Geert-Jan Brummer klopt met zijn hand op Stuuts schouder: het onmogelijke lijkt te zijn gelukt. Door met de Pelagia gigantische cirkels te varen terwijl ze een lijn op ruim twee kilometer diepte achter zich aan sleept, heeft de haak aan die lijn een kabel van slechts één centimeter doorsnee gevangen. En daaraan zit de hoofdprijs vast: de diepzeetrechter.

Stuut bedankt de technici met diepe buigingen voor de geslaagde operatie. 'Sommige collega's vonden ze me pessimistisch toen ze hoorden dat Geert-Jan en ik grijpankers wilden meenemen', zegt Stuut met een grijns. 'Dregoperaties worden als hopeloos gezien. Maar wij zien dat precies andersom: ze bieden juist dat laatste beetje optimisme.'

8:40

Stuut en Witte bespreken plannen om een tweede lassopoging te ondernemen. 'We gaan nu de kabel laten vieren vanaf het achterdek', zegt Stuut. Dat is een verschil met de aanpak van gisteren: toen kwam de lasso van het zijdek, waardoor hij soms iets te dichtbij de schroef van het schip kwam.

Maandag 2 december
20:30
 Na uren langzaam cirkelen maakt het schip de lassomanoeuvre af. Witte en zijn technici takelen de grijphaken naar boven. Bob Koster vermoedt dat ze mis hebben gegrepen: 'Er is geen extra spanning op de kabel gekomen, dus geen extra gewicht.' Alsof door een of ander wonder toch nog iets boven water zal komen, blijven de ogen van het wetenschapsteam gevestigd op het dek. Maar de grijphaken zijn helaas leeg.

10:30
Hoe haal je iets op dat op 2600 meter diepte zweeft en niet verder naar boven wil komen drijven? Antwoord: hang er een kabel met grijphaken naast en draai er steeds kleinere rondjes omheen. Uiteindelijk heb je beet. Met deze lasso-manoeuvre die zo uit het Wilde Westen lijkt te komen, hopen de NIOZ-technici een diepzeetrechter te redden. Want alweer brak  zo'n trechter van de kabel af, en ook nog op hetzelfde punt als voorheen: een titaanstaaf die immense krachten zou moeten kunnen hebben.  

Of de lasso-manoeuvre een succes wordt, blijft afwachten. Technici Bob Koster en Roald van der Heijden stellen een ideale draaicirkel vast voor de lassoknoop vast: 750 meter. Yvo Witte komt met een uitdraai van het plan, dat ze van een Japans team hebben overgenomen. Die hebben er in het verleden redelijk succes mee gehad: 7 van de 8 keer haalden ze ermee verloren instrumenten op.

Zondag 1 december
16:30
De laatste halte voor onderzoek. De Caribische eilanden liggen enkele honderden kilometers verderop. Met ruim 4000 meter diepte is de oceaan is hier nog altijd interessant genoeg voor diepzeetrechters, sedimentboringen en diepzeewatermetingen. Om op dezelfde plek te blijven drijven, draait het schip zoals gewoonlijk met de neus tegen de wind in. 

Zaterdag 30 november
7:30
Hij werd gisteren verplicht naar bed gestuurd omdat hij te weinig slaapt. De promovendus Brett Metcalfe heeft tot nu toe alle 22 dagen van de expeditie vier keer per dag een planktonmonster genomen: om zes uur 's ochtends, twaalf uur 's middags, zes uur 's avonds en twaalf uur 's nachts.  

Metcalfe wil met deze bemonstering aansluiten bij een methode die al jaren in de scheepvaart wordt gebruikt. Alle schepen pompen sowieso al zeewater rond om altijd water paraat te hebben in het geval van bijvoorbeeld een uitslaande brand.

Normaal gesproken dumpen ze het niet gebruikte zeewater weer in zee. Maar je kan het ook door fijnmazig vangnet laten stromen en daarmee al het plankton gedurende de hele vaarroute opvangen. Hij vangt plankton op een ongekende schaal over de dwarsdoorsnede van de Atlantische Oceaan.  

Na een flinke nachtrust begint Metcalfe deze ochtend iets later. Dat hij niet precies om zes uur het plankton uit het vangnet spoelt, is geen ramp. 'Het gaat in de eerste plaats om hoe planktonsoorten van oost naar west verschillen', zegt hij. 'De tijdstippen zijn bedoeld om onderscheid in dag- en nachtritme te maken.  

7:00
Een onverwacht bezoek: Sinterklaas is vannacht langsgeweest in de vorm van Jan-Berend Stuut. In de werkschoenen die iedereen elke dag in de kleedkamer achterlaat, liggen chocoladeletters met een briefje, geschreven in het handschrift van de expeditieleider. Er is ook strooigoed, waarvan vrijwel iedereen een handje neemt. Over de structuur van taaitaaitjes verbazen de niet-Nederlandse promovendi en onderzoekers zich het meest.

Vrijdag 29 november
10:00
Gieten, gieten en nog eens gieten. Promovenda Laura Korte en Carmen Friese verwerken samen met microbioloog Chris Munday het zeewater dat gisteravond aan dek kwam. Ze schenken alle flessen en jerrycans leeg over een klein filter, dat tergend langzaam de vele liters aan zeewater doorlaat.

Alles wat in in één fles van ronddrijft - plankton, eiwitten, woestijnstof - blijft achter op het filter en geeft de onderzoekers een indicatie van hoeveel materiaal er per liter oceaanwater naar beneden zinkt.  

Munday, op zoek naar bijzondere bacteriën die samen met woestijnstof in zee waaien, neemt zoals gebruikelijk zijn eigen monsters op speciale filters.

Donderdag 28 november
21:30
'Even de koe melken', grapt Stuut. Het beeld van routinematig melk tappen uit koeienuiers misstaat zeker niet. Een 24-tal cilinders staat op het dek, gevuld met zeewater van verschillende dieptes, tot wel 5 kilometer. Onderaan elke cilinder spuit een dun maar fel straaltje zeewater uit ventieltjes, die het wetenschapsteam opvangt met plastic flessen en jerrycans.  

Deze klus herhaalt zich op vrijwel elk onderzoeksstation. Uit het zeewater zijn belangrijke gegevens te halen, zoals sporen van voedingsstoffen, zoutgehalte, dichtheid en temperatuur.   Vanavond blijken de resultaten bijzonder.

In de laatste 30 meter onder het wateroppervlak onthult het watermonster een zoetwaterlens, ingeklemd tussen zoute zeewaterlagen. Hoe die daar is gekomen, weet het team niet. 'Misschien is het regenwater, misschien is het Amazonewater', zegt Geert-Jan Brummer. 

17:45

Weer een applaus. De derde onderzoeksboei - met de bijnaam Laura, naar de gelijknamige promovenda Laura Korte - raakt het wateroppervlak. De veiligheidshelmen gaan af en er heerst een losse, gelukkige sfeer op het achterdek. Tegen de ondergaande zon kijkt het wetenschapsteam naar de gele boei, die ze pas volgend jaar weer terugzien.  

13:30
'Dat ding is toch niet te zien, man', moppert Geert-Jan Brummer. Opnieuw blijkt het vinden van een knaloranje drijver - de smartie, waaraan straks de derde onderzoeksboei wordt verbonden - een haast onmogelijke taak. Vanaf de brug van de Pelagia koekeloeren de kapitein, zijn officieren en het wetenschapsteam naar buiten. Of het beter is om volgende keer een duidelijk herkenbare mast erop te planten, is nu de discussie.   Dan, wanneer technicus Bob Koster de zoektocht opgeeft, tegen een raam aanleunt en een marsreep eet, veert hij opeens op: 'Jongens, we gaan er zowat overheen.' En inderdaad: het schip passeert de smartie op nog geen drie meter afstand. Er wordt opgelucht gelachen, terwijl de kapitein het schip keert.  

8:30
Het schip arriveert op de een-na-laatste onderzoekslocatie op zee, zo'n duizend kilometer ten noorden van de Amazonedelta. Het plan: de derde en laatste onderzoeksboei uitzetten, zeewatermonsters nemen en opnieuw diepzeetrechters plaatsen.

Woensdag 27 november
13.30
Twee jonge jan-van-genten scheren langs het schip, op zoek naar vliegende vissen. Af en toe blijven ze naar één punt in zee staren en lijken ze naar een prooi in het water te willen duiken, maar zien er dan het laatste moment weer vanaf.  

12.20
Geen dag is hetzelfde. Maar 's woensdags kan de bemanning altijd op één zekerheid rekenen: blauwe hap. De traditie, die scheepskok Iwan den Breejen rechtstreeks heeft overgenomen uit zijn ervaring bij de Koninklijke Marine, bestaat uit een flinke Indonesische rijsttafel. Saté, bami, nasi, pindasaus en loempia's behoren tot de vaste gerechten.

Dinsdag 26 november
15.00
Het klotst en er passen pakweg tien mensen in. Terwijl de Pelagia over de mid-Atlantische rug vaart, hebben de technici op het achtersteven ruimte gemaakt voor een geïmproviseerd zwembad. Het is niet meer dan een plastic zeil, ingebed in een metalen kooi van twee bij twee meter. Een brandslang - die toch al de hele dag zeewater rondpompt - houdt het kuipje vol.

Maandag 25 november
21.00
Eindelijk ontspanning voor zowel de wetenschappers als de technici, na enkele dagen hectiek. Tafelvoetbal wordt uit de kast getrokken en ja hoor: ook hier houdt gele tape de boel bij elkaar.

20.15

Voor het team is er nog één klus op dit stukje open oceaan, tussen de twee continenten in: het verankeren van een sedimentval. Het anker is een blok staal van 1000 kilo en gaat - misschien wat tegenintuïtief - pas als laatste erin. Na de plons begint een ruim twee dagen durende tocht naar het volgende onderzoeksstation.

9.45

Met twee en een halve ton valt niet te sollen. Terwijl de tweede onderzoeksboei omhoog wordt getakeld, mag niemand het achterdek van de Pelagia op. Er zijn altijd momenten waarop het immense onderzoeksinstrument over de helmen van de technici slingert; levensgevaarlijk. Na twee uur voorzichtig gehijs, kabels losmaken en opnieuw verbinden, kan de boei eindelijk te water. Een belangrijk succes voor Stuut: dit is de eerste keer ooit dat wetenschappers een heel jaar lang gaan meten wat voor woestijnstof middenop de Atlantische Oceaan valt.

Terwijl het schip langzaam van de boei wegvaart, krijgt deze speciale aandacht van promovenda Michèlle van der Does, naar wie Stuut het gele instrument heeft vernoemd.

Zondag 24 november
16.30
Het begint keihard te regenen. Binnen de kortste keren is iedereen binnen. Alleen het technische team, gehuld in zwarte regenpakken, blijft doorgaan met het voorwerk voor morgen.  

13.30
Bij de voorbereiding van de lancering van de tweede onderzoeksboei ligt er iets bijzonders op het achterdek: een 45 meter lang rubber elastiek. 'Als je de boei via een staalkabel zou verankeren, zou 'ie gewoon met het anker gaan wandelen', legt NIOZ-technicus Yvo Witte uit. Het rubber geeft de boei en zijn anker - als er bijvoorbeeld stevige stroming staat - letterlijk wat flexibiliteit.   

11.30
Het vervolg op gele tape: de snelbinder. Houdt laboratoriumapparatuur bij elkaar en voorkomt openslaande deuren.

Zaterdag 23 november
19.50
Zelfs midden op de Atlantische Oceaan komen we nog vogels tegen. Terwijl een deel van de wetenschappers een bodemmonster verwerkt, vliegt een stormvogeltje het schip in. Eerst ramt het diertje de TL-balken, daarna ploft het in de gootsteen. In de handen van scheepskok Iwan den Breejen komt langzaam bij: eerst ligt het op zijn rug, daarna zit het rechtop. Den Breejen laat het dier weer los boven de stikdonkere zee.

12.30

Het team wil een nieuwe sedimentval uitzetten, maar de oceaan is op de meeste plekken dieper dan de meetinstrumenten aankunnen. Gelukkig ligt het schip nu redelijk dichtbij de mid-Atlantische rug: de langste bergketen ter wereld, waarvan een groot deel onder het wateroppervlak ligt. Met hulp van een krachtige sonar vindt de stuurman tussen de krochten van zowat zes kilometer diep een geschikte heuvel van 'slechts' 4800 meter. Precies goed.

Vrijdag 22 november
16.15
Pech slaat toe. Het technische team takelt voorzichtig de zojuist voorbereide sedimentvallen het water in, maar plotseling knapt een stalen kabel. En daarna nog een. Enkele meetinstrumenten - waaronder één diepzeetrechter - lagen op dat moment al in zee en zinken.   

En het is vreemd, want de kabels zijn spiksplinternieuw. Het team besluit verder te werken met de oude staalkabels. 'Die kunnen we beter vertrouwen, als we ze tijdens het afrollen volledig controleren op schade', zegt Yvo Witte. Net als bij de tegenslagen vorige week, blijft Stuut optimistisch. 'We kunnen nog steeds veel gegevens verzamelen.'  

11.30
Een succes: beide diepzeetrechters zijn boven. Heel het jaar door hebben ze wekelijks zinkend plankton en woestijnstof opgevangen in kleine flesjes. 'Met deze gegevens kunnen we vaststellen of een stofstorm daadwerkelijk leidt tot de groei van plankton', legt Stuut uit.   Intussen bereiden promovenda Michelle van der Does, Chris Munday en tweede onderzoeksleider Geert-Jan Brummer in het brandschone giflab een nieuwe serie flesjes voor. Het gif - kwikchloride - is nodig om ervoor te zorgen dat de samenstelling van het zinkend plankton dat in de sedimentval terechtkomt als een momentopname van een bepaalde week wordt vastgelegd. Alleen dan valt een vergelijking te maken met stofstormseizoenen. 
 
De met gif en zeewater gevulde flesjes stoppen ze terug in de zojuist opgeviste diepzeetrechters, welke dan op hun beurt terug in zee gaan om opnieuw een heel jaar zinkend spul te verzamelen.

8.30

Een nieuwe plek in de oceaan, nieuwe kansen: de technici takelen diepzeetrechters vlakbij de mid-Atlantische rug naar boven. 'De eerste is er al en ziet er goed uit', zegt een enthousiaste Stuut 's ochtends. Vergeleken met de vorige keer dat het team de trechters ophaalden, is het buitengewoon kalm op zee. De kans dat de tweede, diepere trechter ditmaal wél op het droge komt, is daarom een stuk groter.

Donderdag 21 november
17.00
Miele, Dyson en Nilfisk zijn weer aan de beurt. Vernoemd naar stofzuigermerken doen ze dienst als verzamelaars voor al het woestijnzand dat gedurende de expeditie over het schip waait. Microbioloog Chris Munday en promovenda Laura Korte maken elke twee dagen de klim naar het bovendek om de volgezogen filters uit de blauwe kastjes te trekken en op te slaan voor verdere analyse.

Munday, die wil weten of er vreemde bacteriesporen vanuit de woestijn of opgedroogde Afrikaanse meren in zee vallen en daar het planktonleven of algenbloei beïnvloeden, neemt delen van de stoffilters voor zijn eigen analyse. De filters aanraken mag niet: de bacteriën die hij op zijn eigen huid draagt, kunnen zijn onderzoeksresultaten vertekenen.

Woensdag 20 november
7.45
'Goud uit de diepzee', zegt promovenda Michèlle van der Does over de modder die net naar boven is getakeld, van maar liefst 6000 meter diepte. Diep in de buidel tasten voor een gezichtsmaskertje met diepzeeklei is in Nederland best mogelijk, maar voor het NIOZ-team ligt het spul letterlijk binnen handbereik.  

Om precies te zijn nemen de wetenschappers een zogenaamd multicore-monster: een soort kleine maanlander daalt in de vroege ochtend af naar de bodem, bewapend met 12 zuigcilinders die elk de eerste 30 centimeter van de diepzeebodem bemonsteren. 'Zo kunnen we dezelfde laag op verschillende manieren bestuderen, zoals woestijnstof, bacteriën, noem maar op', zegt Stuut.

Intussen stalt promovendus Brett Metcalfe het resultaat van een schoolklasproject uit: middelbare schoolkinderen hebben piepschuimbekers met stiften beklad. Vervolgens zijn de bekers met de multicore-maanlander helemaal naar de diepzeebodem meegereisd. Op die diepte drukt het water met 600 keer de kracht op de bekers vergeleken bij boven water - daarvan krimpen de bekertjes tot miniatuurtjes.

Dinsdag 19 november
10.35
Het werk ligt nooit stil. Terwijl het schip nog altijd onderweg is naar het volgende onderzoeksstation op zee, is er tijd om de cilinders vol diepzeebodem te analyseren. Masterstudent aardwetenschappen Esmee Geerken zaagt de cilinders in twee helften en schuift ze in een forse röntgenscanner, die zich op het benedendek in een scheepscontainer bevindt.

De machine onthult vervolgens in welke verhouding elementen zoals ijzer, zink en kalium in de diepzeebodem opgestapeld zijn. Handig als je wil weten of schommelingen in zinkend woestijnstof overeenstemmen met klimaatschommelingen.
 
9:05
Stuut roept het wetenschapsteam bij elkaar voor een bijeenkomst. De tegenvallers van afgelopen zondag, zo laat hij weten, vormen geen spelbrekers voor de expeditie. Zo heeft Geert-Jan Brummer de gegevens van de ene diepzeetrechter die níét gezonken is, verwerkt.

En de resultaten zijn positief, zegt Stuut: 'Je kan zien dat er na maanden met zandstormen er meer stof naar beneden is gezonken.'   Bovendien wordt het de komende dagen nog druk voor de onderzoekers: het schip gaat nog op veel plekken stoppen om boeien uit te zetten, bodemmonsters te nemen en sedimentvallen binnen te halen.

Maandag 18 november
11:30
Op het dek monteert het technische team cilinders in elkaar. Zo is de gisteren verbogen 'piston core' op de volgende onderzoekslocatie weer gebruiksklaar en kan Stuuts team weer bodemmonsters nemen.  

10:10
We varen westwaards. Vliegende vissen die het doordenderende schip willen ontwijken, springen het water uit en vormen zo een relatief makkelijke hap voor een jan-van-gent, een vogel die probleemloos maandenlang op de open oceaan vertoeft.

Zondag 17 november
14:35
Inmiddels wordt er gemopperd over Murphy's wet. De enorme cilinder waarmee het team diepe sedimentmonsters neemt - de piston core - is onverwacht op een ietwat hardere bodem terecht gekomen en opzij gevallen. Het resultaat: de stalen cilinder keert verbogen terug, evenals het gewicht dat het geheel helpt afdalen.  

Stuut bereidt zich voor op een teleurstellend bodemmonster, maar gaat goedgehumeurd een weddenschap met zijn collega's aan: hoeveel meter aan fatsoenlijk sediment zou de cilinder ondanks zijn klap hebben opgezogen? De schattingen lopen uiteen van een optimistische 9 meter tot een pessimistische 1 meter. Stuut draait de cilinder open. Meteen stroomt er bakken water uit. 'Dertig centimeter sediment zit er nog in', constateert Stuut. 'Meer niet.'

11:45
Een tegenslag voor Stuut en zijn team. De technici hebben tot dusver één van twee reusachtige diepzeetrechters uit zee getakeld, die bedoeld zijn om naar de zeebodem zinkende stofdeeltjes en plankton te vangen. De trechters hangen samen aan één kabel: de een op 1200 meter en de ander op 3500 meter diepte.

Maar met een luide knal knapt de verbinding van de diepste trechter met die van de kabel. De technici weten alleen nog een stompje titanium boven te vissen. De diepe trechter ligt op de zeebodem. 'Die vind je nooit meer terug', zegt Stuut. 'Twee jaar aan gegevens kwijt.'

Zaterdag 16 november
9:00
De piston heeft in zijn cilinder flink wat sediment opgezogen: ruim 9 meter. Nadat Geert-Jan Brummer samen met enkele teamleden de cilinder in handzame stukken heeft gesneden - een hectische klus die volgens Brummer ditmaal 'verrassend vlot' ging - inspecteert hij het diepste stukje bodemmonster. Daarmee kan hij achterhalen hoe oud het sediment is. Dat gebeurt op een ouderwetse manier: hij zoekt met een microscoop naar fossiele eencellige diertjes die in het kleizand zitten. Bepaalde soorten horen bij een bepaalde prehistorische periode, maar Brummer zit met een raadsel: 'Ik heb nog nooit een monster als dit gezien. Toch maar even in de boeken duiken.'

6:50
Nu de cilinder aan boord is gehesen, blijkt er een verrassing in te zitten: een stukje koraal. Meteen ontstaat een discussie tussen de wetenschappers of de herkomst ervan. Groeit het op die ontzagwekkende diepte of is het er ooit neergedwarreld? 'Zo diep zijn we koudwaterkoraal in ieder geval niet eerder tegengekomen,' stelt tweede onderzoeksleider Geert-Jan Brummer.

6:45
Om tijd te besparen heeft het team 's nachts bodemmonsters genomen. Het laatste bodemmonster komt nu boven: de zogenaamde 'piston core'. Het is een stalen gevaarte dat, eenmaal aangekomen op een diepte van 4700 meter, zoveel mogelijk zeebodem in een cilinder opzuigt. De cilinder kan zo'n tien meter diepzeebodem opslurpen - goed genoeg om grofweg een miljoen jaar aan klimaat- en stofgeschiedenis in kaart te brengen.

Vrijdag 15 november
9:30
Als er iets is naast een hoog moraal en een goed werkende motor dat het schip bij elkaar houdt, dan is het wel dit: gele tape. 'Het is echt een wondermiddel, nothing short of a miracle', zegt Geert-Jan Brummer, met een rol in zijn handen. 'Het laat echt nooit los, ook niet als er zout water op komt.' En dus zit de tape werkelijk overal op: onderzoeksapparatuur dat in de diepzee afdaalt, pijpleidingen in de openlucht, maar ook op huishoudelijk spul zoals stofzuigers.

Woensdag 13 november
15:00
Inpakken en wegwezen: de Pelagia gaat in volle vaart verder richting evenaar. Met een maximumsnelheid van twintig kilometer per uur duurt het twee dagen voordat het team bij het volgende onderzoeksstation arriveert.  

8:05
Voor een klein uur verandert het laboratorium aan de waterzijde in een Koude Oorlog-thriller: een paneel met cryptische draaiknoppen verschijnt, inclusief briefjes met geheimzinnige codes. De codes worden vertaald naar pinggeluiden die de zee rondom het schip vullen. Een instrument in de diepzee dat vorig jaar is uitgezet, zou daarop moeten reageren met zijn eigen pings en weer boven komen drijven.

Opnieuw is er enige spanning: eerst reageert het instrument niet, daarna accepteert het toch de bovendrijfopdracht, maar dan blijkt het weer spoorloos. Technicus Bob Koster zet weer zijn hoofdtelefoon op en pingt nogmaals. Het moet nabij liggen. Na een hoop getuur door verrekijkers - een procedure die voor iedereen sinds gisteren gesneden koek is - worden de drijvers na een uur dan toch gevonden.

Dinsdag 12 november
15:59
'Tijd om Carmen in zee te gooien', grapte Stuut tijdens de voorbereiding van de expeditie. Hij sprak toen niet over de meereizende promovenda Carmen Friese, maar over de boei die naar haar vernoemd is. Nu is het moment daar: de smartie gaat de zee uit, de gele onderzoeksboei erin. Niets wordt gegooid, overigens. De hele procedure heeft meer iets weg van een voorzichtig uitgekiende maanlanding, waarbij elke stap dubbel gecontroleerd wordt. Wanneer de boei eenmaal vastzit aan het anker en langzaam in het water zakt, bedankt het wetenschapsteam de techneuten met een luid applaus. De boei zal de rest van het jaar woestijnstof vangen.

13:45
Je zou toch denken, dat een drijver die eruit ziet als een knaloranje smartie van twee meter doorsnee, makkelijk te vinden is. Maar nee dus.

De 'smartie' is een tijdelijke boei, bevestigd aan het anker en de kilometerslange kabel waaraan straks de echte onderzoeksboei komt te zitten. En het team is de oranje smartie kwijt. Officieel is dat de bedoeling: de drijver gaat tijdelijk kopje onder, omdat het zinkende anker alles met zich mee trekt.

Maar inmiddels zou het weer boven moeten zijn. En in de buurt. Iedereen zoekt mee. Hoewel de bemanning de drijver met verrekijkers hoopt te spotten, ziet uiteindelijk technicus Roald van der Heide met slechts een hand boven zijn ogen de smartie tussen de schittering van de zonverlichte golven drijven.

7:30
De bemanning heeft een extra stevige nachtrust genomen voor de klus van vandaag: het uitzetten van de eerste van drie onderzoeksboeien die het komende jaar woestijnstof gaan opzuigen. 'We proberen overal rekening mee te houden, maar voor ons is deze uitzetmethode ook nieuw', vertelt Yvo Witte, de technicus die de operatie overziet. Als alles goed gaat, ligt de boei 's middags in zee.

Maandag 11 november  
13:10
Een verstekeling schuilt aan boord. 'Die heb je elke expeditie', vertelt Brummer, die de vogel net heeft gezien. 'We hebben zelfs een keer een uil aan boord gehad.' Ditmaal is het een zandkleurige tortelduif, waarschijnlijk verdwaald vanaf Gran Canaria of de Marrokaanse kust. De vermagerde duif schrikt van zijn toeschouwers, vliegt naar open zee en verdwijnt tussen de golven. Waarschijnlijk de laatste vlucht.  

8:00
Een oud instructiefilmpje wordt afgestoft. Paleo-oceanograaf Geert-Jan Brummer wil met een fijnmazig sleepnet op plankton vissen, maar het apparaat is al dertien jaar niet meer gebruikt. Naast de vijf netten is de machine een warboel van schroefjes, draadjes, elektronica en stalen balken. Ook zijn er enkele verrassend low-tech-aanpassingen: de staart van het sleepnet, die de constructie moet stabiliseren zodat het horizontaal in het water blijft liggen, is een leeg frisdrankkratje. 'Ook een emmer met een gat in de bodem zou werken', vertelt Brummer. 'Maar we zijn nu aan onze kratjes gehecht.'

Zondag 10 november
14:45
En dat mag natuurlijk niet ontbreken: spelende dolfijnen voor de boeg van het schip.

10:05

De scheepsbemanning van de Pelagia krijgt van Stuut (links op de foto) uitleg over het doel van de expeditie. Hij begint met een korte intro klimaatgeschiedenis: telkens wanneer de planeet koel was, bleek er veel stof in zee te vallen. Vermoedelijk omdat algen, die de zandmineralen als voedsel gebruiken, meer CO2 uit de atmosfeer plukten. De vraag is of dat opnieuw met Saharazand kan gebeuren. 'Wat wij doen is uniek', zegt Stuut. 'We weten dat het zand de Atlantische Oceaan in waait en Amerika bereikt. Maar wat er precies middenop de oceaan afspeelt weten we niet. Heel de klimaatwetenschap kijkt naar wat wij hier gaan vinden.'

9:30
Een klusje dient zich aan voor de promovendi Carmen Friese en Laura Korte: de vangbekers voor Saharazand moeten worden voorbereid. Het zand dat de onderzoeksboeien straks heel het jaar uit de lucht opzuigen, komt niet in één grote stofzuigzak terecht. Om een beeld te krijgen van wanneer het bepaalde hoeveelheden stof in de Atlantische Oceaan vallen, heeft Stuut elke boei voorzien van een carroussel met 24 bekertjes die elk twee weken lang stof vangen. De klus: elk bekertje moet zijn eigen stoffilter krijgen.

Zaterdag 9 november
12:05

Het schip vaart uit. Voor de scheepsbemanning business-as-usual, maar een deel van het dertienkoppige wetenschappelijke team wordt zeeziek. Een paar pillen en wat bedrust blijken veel goeds te doen. Wat volgt: twee dagen nonstop varen naar het eerste onderzoeksstation ten noorden van de Kaapverdische eilanden. Maandagochtend komen we aan.   Personeel van de Spaanse haven begeleidt de Pelagia de oceaan op.

11:34
Op het hoogste dek staan stofzuigers die gedurende de hele reis overwaaiend Saharazand opzuigen. 'We hopen op een zandstorm', legt Jan-Berend Stuut uit. 'In een zo'n storm dwarrelt 10 of 20 miljoen ton zand.' Met zulke ongelofelijke hoeveelheden pakken de metingen over de samenstelling van het zand veel preciezer uit. 'Net als bij een camera met een hogere resolutie', voegt Stuut eraan toe. Dat is belangrijk, want het zand dient als voedsel voor algen. Die op hun beurt het klimaat op grote schaal beïnvloeden.

11:22
De bemanning bevestigt de laatste materialen op het dek. De felgele onderzoeksboeien, die op verschillende plekken in de Atlantische Oceaan worden uitgezet, vormen de ruggengraat van de expeditie: deze zullen heel het jaar door woestijnstof vangen. Om te voorkomen dat de zware boeien - elk zo'n 2.500 kilo - van het dek af rollen, heeft de bemanning deze vrij onorthodox aan het dek gelast.

Vrijdag 8 november
20.30
Wanneer de avond valt, is het team gearriveerd bij de haven waar de Pelagia ligt. Morgen vaart het schip uit naar het zuiden, voor de westkust van Afrika. 

12:40

Krapper had het niet gekund. Het expeditieschip ligt te wachten in de haven van Las Palmas de Gran Canaria. Maar een onmisbaar gedeelte van het onderzoeksmateriaal ligt nog in Nederland. Nu, op Schiphol, neemt het team dat naar Gran Canaria vliegt de laatste loodjes mee. Vrij letterlijk: promovenda Michèlle van der Does verdeelt over ieders koffer van het onderzoeksteam een set loodzware stalen platen: die moeten ervoor zorgen dat de onderzoeksstations die het team straks op vier kilometer diepte verankert, volgend jaar weer boven komen drijven.