1507166
PSV-speler Mark van Bommel bedankt het publiek na de 5-1 overwinning op Heracles. © ANP

'PSV benut zijn kansen het beste - toeval of kwaliteit?'

De Zestien Het voetbalblog van Volkskrant.nl bekijkt deze keer welke eredivisieclubs hun kansen het beste benutten, en welke het slechtste. Sander IJtsma vraagt zich af: betekenen die percentages eigenlijk wel iets?

Afgelopen weekend won AZ met 4-1 in Venlo en NAC versloeg RKC in Waalwijk met maar liefst 4-0. Opvallend genoeg hadden in beide wedstrijden uit- en thuisploeg evenveel kansen. Het verschil was dat AZ en NAC hun kansen beter benutten kansen, en dat hun keepers een goede dag hadden. Dat is kwaliteit, zou je zeggen. Of toch niet?

In mijn vorige analyse hebben we het begrip Total Shots Ratio geïntroduceerd. Het aandeel kansen dat een team creëert blijkt (meer info) de beste voorspeller te zijn voor toekomstige prestaties, en voor kwaliteit. Maar met kansen win je geen wedstrijden. Uiteindelijk tellen de doelpunten. Dat werpt de vraag op wat de betekenis is van doeltreffendheid (benutten van kansen) en reddingen (verijdelen van kansen).

Cruciaal
Twee dingen zijn van cruciaal belang in het rekenen met schoten en doelpunten.

Ten eerste: schoten komen veel vaker voor dan doelpunten. In de eredivisie levert ongeveer één op de acht schoten een doelpunt op. Het is dus veel sneller duidelijk op welk niveau de ploegen zitten wat betreft creëren van schoten, dan op welk niveau de teams zitten wat betreft doeltreffendheid. Het aantal schoten na speelronde vier komt namelijk ongeveer overeen met het aantal doelpunten aan het eind van het seizoen.

Ten tweede: de beste teams creëren bijna tweemaal zoveel kansen als de slechtste teams, maar qua doeltreffendheid en reddingspercentage zijn de verschillen veel kleiner.

Deze twee dingen worden een stuk duidelijker wanneer we de onderstaande grafiek erbij nemen. Hierin staat per team aangegeven hoe doeltreffend ze zijn (horizontaal) en hoe het reddingspercentage is (verticaal). Uitblinkers in doeltreffendheid zijn PSV en Ajax, die zich rechts bevinden. Uitblinkers in het voorkomen van goals zijn Twente, Utrecht en Vitesse, die daarom bovenin de grafiek staan.

Maar hoe verhouden de prestaties van dit seizoen zich tot de prestaties op langere termijn? Op dit moment is PSV met 17,6 procent het meest doeltreffende team. Toch lijkt dat een toevallige uitschieter - waarmee ik de heren Matavz, Wijnaldum, Mertens en Lens niet tekort wil doen. Over ruim twee seizoenen komt namelijk geen enkel team ook maar in de buurt van die score.

Alle teams - ook PSV en Ajax - benutten op langere termijn tussen 10,5 procent en 14 procent van hun kansen. Niet meer, niet minder. In de grafiek zijn twee groene balken aangegeven, een verticale en een horizontale. Deze zones geven de bandbreedte aan waarbinnen teams zich op lange termijn begeven.

Voor reddingen geldt een nog nauwere marge. De beste teams noteren een reddingspercentage  van maximaal 89 procent, terwijl de slechtste teams nog altijd op 87 procent zitten.

Teams verschillen dus maar weinig als het gaat om doeltreffendheid of reddingen. Waar teams veel meer in verschillen is de hoeveelheid kansen die ze creëren en voorkomen, zoals blijkt uit de Total Shots Ratio. Daar zitten de echt grote verschillen: de beste teams hebben een TSR die tweemaal zo hoog ligt als die van de slechtste teams.

Hoe kan het dan dat sommige teams nu zo uitblinken in doeltreffendheid of reddingspercentages? En dat andere juist ver onder het verwachte niveau zitten? Neem bijvoorbeeld de reddingspercentages van Twente, Utrecht en Vitesse. Gebaseerd op de twintig wedstrijden van dit seizoen steken deze drie ploegen niet alleen met kop en schouders boven de rest uit, ze overtreffen ook met afstand de beste ploegen van de afgelopen jaren, die immers niet hoger dan 89 procent komen. Hoe kan dat?

In één woord: toeval.

Snijpunt
De boodschap van al deze getallen is dat op langere termijn alle teams qua doeltreffendheid en qua reddingspercentage richting de groene zones zullen bewegen (volgens het principe van "regression to the mean"). En uiteindelijk in het snijpunt van beide groene balken terecht zullen komen.   Twintig wedstrijden is simpelweg veel te weinig om iets betrouwbaars over doeltreffendheid en reddingen te zeggen. Zeer waarschijnlijk zullen Twente, Utrecht en Vitesse in het restant van de competitie met lagere reddingspercentages te maken krijgen. Hun keepers zijn ons dus nog wat blunders verschuldigd. Omgekeerd heeft VVV een te laag reddingspercentage, wat enigszins zal bijtrekken over de rest van het seizoen.  

PSV en Ajax zullen een terugval gaan kennen in doeltreffendheid, net als Vitesse, dat ook al in reddingspercentage boven zijn stand leeft. Het omgekeerde geldt voor Groningen, waar er juist verbetering qua doeltreffendheid aan zit te komen. Nu bestaat de kans dat u dit volslagen belachelijk vindt. Een goede spits benut zijn kansen toch zeker het beste? Dat is toch hét teken van kwaliteit? Gevoelsmatig zou je zeggen van wel. Maar de cijfers wijzen steeds weer uit dat dit niet zo is. De beste teams - en de beste spitsen - blinken niet zozeer door meer kansen af te maken, maar door meer kansen te creëren.

Ten slotte, voor wie gaat gokken: dé tip voor de verrassing van de tweede seizoenshelft is dus VVV. Zowel qua doeltreffendheid als qua reddingspercentage is VVV op dit moment sterk ondergewaardeerd. De Limburgers zijn veel beter dan de ranglijst nu suggereert. Ze hebben dit seizoen meer kansen gecreëerd dan ze hun tegenstanders hebben toegestaan en dat blijft de beste basis voor succes.

Doeltreffendheid en reddingspercentages zijn dat niet. Die zijn simpelweg te vluchtig om op te bouwen.  

Sander IJtsma blogt voor De Zestien, en is op Twitter te vinden als @11tegen11