Niet lachen om New Orleans

De dijken van New Orleans hebben zaten zo vol fouten, dat een ramp onvermijdelijk was. Maar ook Nederland moet oppassen....

Als je even vergeet dat er bijna duizend doden zijn gevallen,is het hilarisch wat prof. dr. ir. Jurjen Battjes dinsdag laatzien in collegezaal A van het gebouw voor Civiele Techniek vande TU Delft.

Een dunne stalen damwand die als een plooirokje uit de grondomhoog steekt. Alsof de Golf van Mexico zich door plooirokjeslaat tegenhouden. Een betonnen muur op een dijk, die zomaarergens eindigt. Alsof een watervloed zomaar ergens kan eindigen.Nog een betonnen muur, dan een stalen wand, dan weer betonwanden,maar een meter lager. Alsof water aan zulke niveauverschillendoet.

'Eén inconsistente puinhoop', zegt Battjes. Hoofdschuddend:'Dit is toch geen dijk meer.' En tegen de waterbouwstudenten inde zaal: 'Dit is wat je krijgt, wanneer je je lessenveronachtzaamt.'

Oppassen dus, zegt Battjes. Want het kan ook hier gebeuren.Zijn collega prof. ir. drs. Han Vrijling, die al jaren kijkt naaroverstromingsrisico's: 'New Orleans is een perfecte illustratievan wat er in Nederland gaat gebeuren als er een dijk bezwijkt.'

Battjes, een jaar met emeritaat maar nog steeds actief in deoverstromingen (doorkiesnummer van zijn secretaresse: 1953) isin oktober, een maand na Katrina, met een groep onderzoekers inNew Orleans poolshoogte gaan nemen.

Hij is ook de enige niet-Amerikaan in een team dat hetofficiële onderzoek gaat controleren. Vorige week vrijdag alverscheen het verslag van zijn onderzoek in oktober, hetPreliminary Report on the Performance of the New Orleans LeveeSystems in Hurricane Katrina. Vernietigend.

Voor het eerst is de omvang van de doorbraken goed in kaartgebracht. De dijken zijn na de passage van Katrina op veel meerplekken bezweken dan het US Army Corps of Engineers, hetAmerikaanse Rijkswaterstaat, in de dagen na de ramp wilde doengeloven. Er zaten niet alleen drie gaten langs deafwateringskanalen in het centrum, maar ook enorme bressen in dezuidoostelijke polderdijk. Op foto's is te zien dat honderdenmeters dijk verdwenen zijn.

De stormvloed is daar, in de trechtervormige uitstulping vande Golf van Mexico, veel hoger opgestuwd dan voor de noordrandvan de stad, in Lake Pontchartrain. Het water is vervolgens doorde dijk gebroken, heeft nog een boezemdijkje overspoeld en kwamzo in de St. Bernard Parish terecht. Waar zo weinig van over is,dat de (zwarte) bewoners er voorlopig niet meer terecht kunnen.

In een uitzending van Nova deed correspondent Twan Huys hetvorige week voorkomen alsof de bewoners, in tegenstelling tot deblanken uit andere wijken, niet terug mógen. 'Maar het kán daargewoon nog niet', zegt Battjes. 'Nog niet in jaren. Het zousuperonverantwoord zijn, zonder die dijk.' Voor wat die waardwas.

Ontwerpfouten

Al kort na de ramp werd duidelijk dat het Corps of Engineersal jaren geld tekortkomt om een fatsoenlijke hoogwaterbeschermingte bouwen. En dat de Amerikaanse beleidsmakersoverstromingsrisico's anders benaderen dan hun Nederlandsecollega's: een overstromingskans van eens in de dertig jaar wordtveilig genoeg geacht, terwijl Nederland rekent met eens in de 125duizend jaar. Maar dat de waterkeringen zoveel ontwerpfoutenzouden vertonen, verbaast Battjes nog steeds. 'Alsof jeaardappels wil koken met een vergiet.'

De mengelmoes van materialen, de constructietypen die niet opelkaar aansluiten, de verschillende hoogten, de gaten in dedijken voor wegen en spoorwegen springen het meest in het oog.Allemaal oorzaken van concentratie van de stroming rond lage enzwakke plekken. Gevolg: extra erosie, weggeslagen dijken.

Minder goed te zien, maar even fataal, was de gebrekkigefundering van de keerwanden (floodwalls) in de aarden dijkenlangs de kanalen. Deze betonnen muren zaten met stalen damwandenin de ondergrond geklemd. Die damwanden waren veel te kort,blijkt nu. Geen tien tot vijftien meter, zoals nodig voor eenbeetje stevigheid, maar slechts een meter of vijf. Dus hoefde dewatervloed niet eens zo heel hard te duwen om de muur omver tekrijgen. Bovendien kon het water gewoon onder de wand door dedijk heen sijpelen, en zo het dijklichaam uithollen, hetzogeheten piping. 'Dat is op grote schaal gebeurd', zegt Battjes.

Wat opvalt is dat het water niet eens over de dijken hoefdete komen om overstromingen te verorzaken. Dat is ook de reden datBattjes waarschuwt voor hoogmoed, als er dinsdag in decollegezaal besmuikt wordt geproest om zoveel onkunde. 'Dit kanin Nederland ook gebeuren.'

Natuurlijk zijn er grote verschillen met New Orleans. Hetgeweld van Katrina was enorm. De windsnelheden waren twee tottweeënhalf maal zo hoog als die in de superstorm waar deNederlandse dijkenbouwers mee rekenen - en die hier nog nooitvoorgekomen is.

En natuurlijk: de kans dat de dijken in Nederland bezwijken,is veel kleiner. Het Amerikaanse knip- en plakwerk zul je hierniet tegenkomen. Weet ook overstromingshoogleraar Vrijling: 'Hetis nu veiliger dan ooit.'

Maar toch. Áls de dijken hier doorbreken, zijn de gevolgenmisschien groter dan in New Orleans, zegt Vrijling. En het magdan veiliger zijn dan ooit, maar 'nog lang niet zo veilig als wein 1960 met elkaar hebben afgesproken.'

De reden is dezelfde als in New Orleans: er zijn anderefaalmechanismen voor de dijken dan simpele 'overloop' en'golfoverslag'. Dat betekent dat ze al kunnen bezwijken wanneerhet water nog onder de dijkkruinen staat. En dus eerder dan inde huidige Nederlandse risicoanalyses is becijferd.

Die gaan uit van een overstromingskans van eens in de 125duizend jaar voor het westen van Nederland. Zo werd dat besloten,na de ramp van 1953. Nu hij met Rijkswaterstaat opnieuw naar dedijken gekeken heeft, komt Vrijling uit op een kans van een kansvan eens in de 2500 jaar. Veertig keer zo hoog. Voor de polderslangs de rivieren ligt de kans op eens in de honderd jaar, blijktuit het twee weken verschenen rapport Veiligheid Nederland inKaart (VNK) van het ministerie van Verkeer en Waterstaat.

'Het meest doorslaggevend is de piping', zegt Vrijling. Ofwel:het doorsijpeleffect dat Battjes bij zijn speurtochten in depuinhopen van New Orleans veel tegenkwam.

Doorsijpelen is niet helemaal het juist woord. Want de stroomsleurt ook zand- en kleideeltjes mee, waardoor een gangetjeontstaat, dat door erosie razendsnel kan groeien tot een tunnel.Waarna de dijk het begeeft.

Het probleem is in Nederland tot dusver altijd improviserendopgelost. Op de plek waar het water aan het einde van de'tunnelbuis' aan de oppervlakte komt, wordt een muurtje vanzandzakken rond het lek gestapeld. Tijdens de overstromingen van1993 en 1995 stonden er waterput-achtige zandzakconstructiesachter de dijken van soms een meter hoog.

Zandzakken

'Het gaat altijd goed, althans, tot het niveau dat we hebbenmeegemaakt', zegt Vrijling. Maar dat is geen garantie. 'Wat alshet water een meter hoger komt? Houden die zandzakken het dan nogsteeds? Waar kan piping optreden, waar moet je ernaar zoeken? Datmoet je allemaal berekenen. We weten er nog zo weinig van, datis echt niet veilig.'

Die onzekerheid is nu expliciet meegenomen in de berekeningvan de overstromingsrisico's. Ook als bijvoorbeeld niet bekendis hoe diep een een damwand in de grond zit, is dat extraonzekerheid en dus risico, zegt Vrijling.

De hoogleraar heeft ook voor de gevolgen van een eventueleoverstroming met belangstelling naar New Orleans gekeken. 'Allesblijkt uit te vallen, van elektriciteit tot mobiele telefoons.Maar ik ben het meest geschrokken van de aardgasleidingen. Diedrijven uit de bodem omhoog en knappen. Er was overal vuur in NewOrleans. Dat kunnen wij hier ook krijgen.'

Het rapport VNK geeft een schatting van de gevolgen vanoverstromingen in zestien van de 53 Nederlandse 'dijkringen'. Zozou de schade in Zuid-Holland in het slechtste scenario 290miljard euro bedragen, in de Betuwe 18 miljard.

Daarbij gaan de onderzoekers er wel van uit dat de polders inéén keer zullen vollopen, de methode die al sinds deDeltacommissie wordt gehanteerd. In werkelijkheid zal het waterworden opgehouden door obstakels als snelwegen en spoordijken.Met gedetailleerde computersimulaties is die'compartimentalisering' nu in de schadeberekeningen voor driedijkringen opgenomen. Dan komt de schade aanzienlijk lager uit:in Zuid-Holland op zes miljard euro. Dit scenario is nog met veelvraagtekens omgeven: de schatting van het aantal slachtoffersis ergens tussen de 30 en 6100 doden.

Dat de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, zonder datdaar een ramp voor nodig was, opnieuw is gaan kijken naar deoverstromingsrisico's, vindt Vrijling 'moedig'. Alleen: 'Als hetministerie zegt dat de dijken niet voldoen, moet er wel geldkomen om ze te verstevigen.'

En daar schort het aan. Het ministerie had al geen geld om deoverstromingsrisco's voor de resterende 37 dijkringen teberekenen, zegt voorzitter ir. Sybe Schaap van de Unie vanWaterschappen. 'Nu betalen wij dat deels. Als het Rijk niet kan,doen wij het maar.'

Schaap pleit voor een scheiding van de organisatie die denormen vaststelt, en anderen die ze uitvoeren. 'Er wordt aljarenlang te weinig geld in de dijken gestoken, ook al komt eruit de toetsing van de waterkeringen dat er zwakke plekken zijn.Dan zeg ik: als de financiering voor het ministerie een probleemblijft, maak de waterschappen daar dan verantwoordelijk voor.'

Vrijling: 'Rijkswaterstaat stelt vast dat de dijken niet aande APK-keuring voldoen, en zegt dan: misschien bij de volgendekeuring wel. Dat kan natuurlijk niet.'

Hij wijst nog eens naar New Orleans. 'Achteraf zeggen we nu:wat een geklungel daar. Zo zal het straks ook in Nederland gaan,na de ramp. Wat is dat voor ambachtelijk gedoe met diezandzakken? Dit is de 21ste eeuw hoor! En je wist het van tevoren? Hoe had je zo stom kunnen zijn?''