1273872
Ter afsluiting van het verkiezingscongres zingen Diederik Samsom (midden) en partijvoorzitter Hans Spekman (R) samen met de overige PvdA-leden de Internationale. © anp

Wouter Bos: 'Volgend kabinet kan niet breed genoeg zijn'

COLUMN Het CDA en de PvdA lijken te beseffen dat ze elkaar na de verkiezingen nog weleens heel hard nodig kunnen hebben vanwege de grote problemen die nog moeten worden opgelost. 'Dat inzicht staat me aan', schrijft Wouter Bos in zijn tweewekelijkse column voor de Volkskrant. 'Vooral ook omdat ik bang ben dat de omvang van de crisis waar we nog steeds middenin zitten, nog steeds wordt onderschat.'

 
We staan nog maar aan het begin van wat politici hun burgers aan moeilijke boodschappen te vertellen hebben
Wouter Bos

Een van de interessantste politieke ontwikkelingen van de afgelopen weken is de hernieuwde toenadering tussen CDA en PvdA of dan toch in ieder geval tussen hun leiders, Van Haersma Buma en Samsom.

Het begon met een interview in NRC Handelsblad waarin Buma vanuit een 'nieuwe zakelijkheid' - zoals hij het zelf noemde - de PvdA nadrukkelijk als mogelijke partner zag in een nieuw kabinet. 'Het midden moet van zich afbijten, duidelijk maken dat de flanken niet werken, dat polarisatie niet werkt. Dat doe ik dus.' Belangrijk is daarvoor, vindt Buma, dat de PvdA - net als het CDA - 'bereid (is) het moeilijke pro-Europa-verhaal te vertellen.'

Drie dagen later volgde Samsom met een interview in Trouw: 'Het CDA en de PvdA zijn de enige partijen die nog de ambitie hebben deze samenleving bij elkaar te houden. We zijn allebei volkspartijen en emancipatiepartijen.'

Beeldvorming
Ook al zijn er getuige deze citaten interessante verschillen tussen de argumenten en motieven van beide mannen aan te wijzen, de beweging is om meerdere redenen bijzonder. Allereerst omdat het een beweging is die niet past bij het gros van de beeldvorming rond beide mannen. Zo werd Buma in het algemeen gezien als kandidaat van de rechtervleugel van het CDA voor het leiderschap en Samsom als kandidaat van de linkervleugel van zijn partij. We hadden misschien beter moeten weten. Zo was Buma ook de enige kandidaat die samenwerking met de PVV uitsloot. En Samsom was een van de weinigen in de top van de PvdA die tijdens de voor de PvdA mislukte kabinetsformatie in de zomer van 2010 bereid was serieus te praten over een middenkabinet met CDA en VVD.

De grootste betekenis ligt echter in de kennelijke overtuiging bij beide mannen dat ze elkaar na de verkiezingen nog weleens heel hard nodig kunnen hebben. Dat in het licht van de grote problemen die moeten worden opgelost de verschillen tussen beide partijen bijna te verwaarlozen zijn.

Dat inzicht staat me aan. Vooral ook omdat ik bang ben dat de omvang van de crisis waar we nog steeds middenin zitten, nog steeds wordt onderschat. Ik heb daar twee argumenten voor.

Deze crisis begon als een bankencrisis. Die is nog steeds niet opgelost. Daarna werd het een economische crisis. Die komt steeds weer terug, met lage groei, double dips of zelfs triple dips. Daarna werd het een schuldencrisis. Gaat nog jaren duren voordat die is opgelost. Vervolgens werd het een eurocrisis. Waarvan het nog maar de vraag is of die wordt opgelost en wanneer. Het beeld dat we van de ene in de andere crisis raken, is dus buitengewoon flatterend. In werkelijkheid komt er steeds een nieuwe bij terwijl de oude nog niet is opgelost.

Elf regeringsleiders verloren mandaat
Maar het meest vrees ik de politieke crisis. De aard van die crisis blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat nu al elf regeringsleiders achter elkaar bij verkiezingen in Europa hun mandaat hebben verloren. De reden dat dit me zo verontrust, is dat we volgens mij nog maar aan het begin staan van wat politici hun burgers aan moeilijke boodschappen te vertellen hebben, en misschien dus ook nog maar aan het begin van een golf van wantrouwen richting compromisbereide en bestuurlijk georiënteerde politici en een spiegelbeeldige golf van vertrouwen richting populistische flankpartijen: you ain't seen nothing yet!

Reken maar mee. In juni 2010 hadden we verkiezingen. In oktober 2010 werd het kabinet-Rutte gevormd. Dat was te laat voor Prinsjesdag. De begroting 2011 was dus relatief beleidsarm, er zat nog bijna niets in van de 18 mijard bezuinigingen van het kabinet- Rutte. Die klap begon pas met Prinsjesdag 2011 en daar zijn de mensen pas wat van gaan merken vanaf januari 2012.

Vier maanden later viel het kabinet. Oftewel: toen het kabinet viel, hadden we nog maar 4 maanden bezuinigingsellende meegemaakt. Het gros van de 18 miljard is nog niet gevoeld. De 12 miljard van Kunduz daarbovenop nog helemaal niet. En de maximaal 20 miljard waar partijen in hun verkiezingsprogramma's voor pleiten, is voor de meeste mensen al helemaal een papieren werkelijkheid. Kortom: we hebben met elkaar misschien een tiende gevoeld van wat de geplande bezuinigingen met zich mee gaan brengen. En nu al groeien de onvrede en het wantrouwen.

Dan past verstandige politici inderdaad maar één ding: alle redelijke krachten moeten elkaar opzoeken. Het volgende kabinet kan niet breed genoeg zijn.


Wouter Bos is econoom en politicoloog. Hij schrijft elke twee weken een column in de Volkskrant.