1509420
© ANP

Paul Brill: 'Libanisering van het Midden-Oosten dreigt'

Opinie Wat dreigt, is een libanisering van het Midden-Oosten: een reeks van staten waar op z'n best een fragiel evenwicht bestaat tussen elkaar wantrouwende bevolkingsgroepen en waar in het ergste geval het sektarisch geweld steeds weer oplaait, meent Paul Brill in zijn wekelijkse column.

Sykes & Picot: de namen zullen menigeen in de oren klinken als een duur internationaal advocatenkantoor of anders als het antwoord van Canada op Sjöwall & Wahlöö. Ze zijn evenwel een veel geduchter duo. Of beter: waren. Sir Mark Sykes was een topambtenaar van het Britse Foreign Office, Francois Georges-Picot een hoge Franse diplomaat.

In mei 1916 - de Eerste Wereldoorlog was nog in volle gang - sloten zij namens hun regeringen een (geheime) overeenkomst, waarmee een riant voorschot werd genomen op de ontbinding van het Ottomaanse Rijk. Het Midden-Oosten werd alvast verdeeld in een Britse en een Franse invloedssfeer. Groot-Brittannië kreeg de controle over het gebied dat ruwweg samenvalt met het huidige Jordanië en Irak (minus het noorden).

De Franse invloed zou zich uitstrekken van Zuid-Oost-Turkije tot en met Mosul in Noord-Irak en tot de huidige zuidgrens van Libanon. De landstrook tussen de Middellandse Zee en de rivier de Jordaan, zeg maar het huidige Israël plus Gaza, moest onder internationaal bestuur komen. Een onafhankelijke Arabische staat werd alleen voorzien op het Arabisch Schiereiland.

Achterhaald
In sommige opzichten was de Sykes-Picot Agreement al snel achterhaald. Na de Oktoberrevolutie van 1917 gooiden de Russen - die in de plannen waren gekend en hun invloed mochten doen gelden aan de Bosporus - roet in het eten door het pact openbaar te maken. Het strijdverloop bracht heel Irak en het Palestijnse gebied in Britse handen. De verzwakte Fransen konden zich niet handhaven in Zuidoost-Turkije. De Europese mogendheden zagen in dat het Arabische vrijheidsstreven binnen hun invloedssfeer niet kon worden veronachtzaamd, al probeerden ze nog geruime tijd de zaken naar hun hand te zetten.

Naarmate de onafhankelijke staten van het Midden-Oosten hun lot steeds meer in eigen hand konden nemen, werd de feitelijke betekenis van het Sykes-Picot Akkoord gereduceerd tot die van een curieuze echo uit het koloniale verleden. Toch zijn de namen van die twee ambtelijke regenten die een hele regio in stukken opdeelden, altijd een geladen begrip gebleven in de Arabische wereld. En wordt er tot op de dag van vandaag over gesproken alsof alle tumult in de regio nog steeds is terug te voeren op 'Sykes-Picot'.

Walid Jumblatt, de leider van de Druzen in Libanon, gaf daarvan een paar maanden geleden een voorbeeld toen hij de burgeroorlog in buurland Syrië typeerde als 'de definitieve ontrafeling' van het Sykes-Picot Akkoord. Hij sprak over 'het einde van de orde' die bijna honderd jaar geleden was gevestigd en waarschuwde voor 'zeer ernstige gevolgen' als de zaken op hun beloop werden gelaten.

Koerden
Heeft hij toch niet een beetje gelijk? Feit is dat er door de lijnen die ooit door Sykes en Picot zijn getrokken, wel zeer gemêleerde naties zijn ontstaan, terwijl sommige etnische groepen met een sterke culturele band, zoals de Koerden, terecht zijn gekomen in verschillende staten. Eigenlijk zijn er in de Arabische wereld maar een paar landen die voldoende cohesie vertonen: Egypte, Tunesië, een aantal Golfstaten. Elders kost het de grootste moeite de etnische en religieuze tegenstellingen te bemantelen. Dat geldt voor Irak, Jordanië, Jemen en Libië. In het trieste geval van Syrië zijn we getuige van een burgeroorlog die zelfs het voortbestaan van de staat bedreigt.

Maar er moet onmiddellijk aan worden toegevoegd dat Arabische leiders die 'Sykes-Picot' opvoeren als bron van de ellende, vaak een kilo boter op hun hoofd hebben. Alle nationalistische parolen ten spijt dienen velen vooral het groeps- en eigenbelang. De Arabische Opstand heeft daarin helaas weinig verandering gebracht. Zie hoe de Egyptische president Mohammed Morsi erop gespitst is om zijn Moslimbroederschap in een duurzame machtspositie te brengen.

Door sommigen worden de etnische en religieuze spanningen die zich in veel Arabische landen voordoen, wel gekwalificeerd als een dreigende vorm van balkanisering. Ik zou bijna zeggen: was het maar zo. Want de Balkan heeft weliswaar een pijnlijke fase van fragmentatie doorgemaakt, maar vormt nu een tamelijk stabiel geheel van staten zonder ernstige uitvalverschijnselen.

Wat veeleer dreigt, is een libanisering van het Midden-Oosten: een reeks van staten waar op z'n best een fragiel evenwicht bestaat tussen elkaar wantrouwende bevolkingsgroepen en waar in het ergste geval het sektarisch geweld steeds weer oplaait. Zwakke staten à la Libanon, die ook een uitnodigend speelveld vormen voor jihadisten en machtbeluste buren.

Het Westen kan en moet uiteraard proberen daartegen een dam op te werpen. Zolang we maar niet de illusie koesteren dat we als een verlichte Sykes & Picot de Arabische wereld kunnen transformeren.

Paul Brill is columnist van de Volkskrant