1517635
De Franse president François Hollande (R) met de Duitse Bondskanselier Angela Merkel gisteren in Brussel. © epa

Paul Brill: 'Europa als pijnstiller voor Franse kwalen'

Opinie Is Hollande's verheven pleidooi tijdens de EU-begrotingstop van een andere orde dan Camerons riskante routekaart, vraagt columnist Paul Brill zich af. 'Wie scherper kijkt, kan niet anders dan vaststellen dat het Europe à l'Hollandaise niet mindere mate de schepping is van een politicus die zich laat leiden door nationale reflexen en preoccupaties.'

 
Meer dan Nicolas Sarkozy - om maar te zwijgen van diens voorgangers - kiest Hollande positie tegenover Duitsland en stelt hij zich op als voorman van de zuidelijke divisie van Europa.

Op het eerste gezicht is er sprake van een heldere rolverdeling in het eindeloze boardroom drama dat wordt opgevoerd op het Europese toneel. David Cameron is de calculerende vennoot, die zich voortdurend afvraagt of zijn belangen niet beter zijn gediend in een andere constellatie. François Hollande is de toegewijde directeur, vervuld van een nobel verlangen om de firma op te stoten in de vaart der volkeren. Angela Merkel is de behoedzame CEO, die ... nou ja, over haar hoef ik het nu even niet te hebben, want het gaat me hier om Cameron en vooral Hollande.

Beide mannen hebben recentelijk hun visie gegeven op de toekomst van Europa en de reacties pasten goeddeels in het geijkte beeld. De Britse premier, die ruim twee weken geleden zijn lang verwachte Europa-toespraak hield, werd afgeschilderd als een partijpoliticus in het nauw. Geconfronteerd met een groeiende euroscepsis onder de Britse kiezers en met name in zijn eigen gelederen, kiest hij als het ware voor de vlucht naar voren: er moeten nieuwe afspraken worden gemaakt met de Europese Unie, of beter nog: er moet een nieuw Europees verdrag komen, waarna de Britten zich per referendum kunnen uitspreken over het EU-lidmaatschap, tenminste als Camerons Conservatieve Partij de eerstvolgende verkiezingen wint.

Nieuwe impuls
De Franse president, die deze week zijn Europese kaarten op tafel legde, mocht zich verheugen in een positievere pers. Hier leek een overtuigd Europeaan te staan, die graag bereid is om de Europese integratie een nieuwe impuls te geven en die iedereen wil inprenten dat Europa meer is dan een markt en een 'verzameling naties met individuele belangen'. Waar Cameron de vinger legde op het democratisch tekort van Europa, wierp Hollande zich op als voorvechter van het Europese eenheidsideaal.

Maar klopt dat beeld wel met de werkelijkheid? Is Hollande's verheven pleidooi inderdaad van een andere orde dan Camerons riskante routekaart? Dat valt alleen vol te houden met een roze Brusselse bril op de neus. Wie scherper kijkt, kan niet anders dan vaststellen dat het Europe à l'Hollandaise, zoals de staalkaart van de Franse president wordt betiteld in de jongste editie van The Economist, in niet mindere mate de schepping is van een politicus die zich laat leiden door nationale reflexen en preoccupaties.

Dat begint al met de plek waar Hollande zijn Europa-rede hield: in Straatsburg, waar het Europees Parlement bijeen was voor een plenaire sessie. Er is nog maar zeer weinig animo voor de maandelijkse bedevaart die de europarlementariërs moeten ondernemen naar Straatsburg - een even kostbare als tijdrovende exercitie. Maar door de stad in de Elzas als locatie te kiezen voor zijn Europese klaroenstoot, benadrukt de president nog eens dat Frankrijk niet wenst te tornen aan de periodieke verhuizingen van het parlement.

Franse grandeur
Dan de rede zelf. Op diverse punten bracht Hollande denkbeelden naar voren waarvan hij weet dat ze op grote bezwaren stuiten bij de grote bondgenoot in Berlijn (en in nog een paar bevriende hoofdsteden). Hij relativeerde het belang van strikte begrotingsdiscipline, wierp zich op als beschermheer van de landbouwsubsidies en regionale fondsen, sprak zich uit voor een 'regering van de eurozone', bepleitte in feite een politieke ingreep in de wisselkoers van de euro en brak eens te meer een lans voor eurobonds. En hoe zeer hij ook in zijn optreden het vertoon van zijn voorgangers schuwt, er kwam toch even een vleugje Franse grandeur voorbij toen hij verklaarde 'mede namens Europa' te hebben besloten tot de interventie in Mali.

Je kunt zeggen: dit zijn opvattingen die nu eenmaal in Parijs leven. Maar dat is toch maar de halve waarheid. Meer dan Nicolas Sarkozy - om maar te zwijgen van diens voorgangers - kiest Hollande positie tegenover Duitsland en stelt hij zich op als voorman van de zuidelijke divisie van Europa. Nu kan de relatie tussen Parijs en Berlijn wel tegen een stootje, maar ze is onmiskenbaar minder hecht aan het worden. Met alle nadelige gevolgen van dien voor de toch al moeizame Europese besluitvorming.

Het achterliggende probleem is natuurlijk dat Frankrijk in financieel-economisch opzicht steeds meer terrein verliest ten opzichte van Duitsland. De cijfers spreken voor zich. Duitsland heeft een handelsoverschot van 160 miljard euro, Frankrijk een tekort van 70 miljard. De Duitse staatsschuld is stabiel, de Franse groeit. Het Franse werkloosheidscijfer is bijna het dubbele van het Duitse. Vergeleken met Duitsland zijn de arbeidskosten in Frankrijk simpelweg te hoog.

Om deze neerwaartse spiraal te doorbreken zijn on-Franse hervormingen nodig. Maar het is zeer de vraag of de benodigde wilskracht daarvoor kan komen van iemand die vooral een Monsieur Normal wil zijn.

Paul Brill is columnist van de Volkskrant