1474332
Vlnr: Joe Biden, John Boehner en Harry Reid. © AFP

'Amerikaanse politici kunnen niet meer vleien, charmeren of een stapje terug doen'

COLUMN In Amerika woedt nu welhaast een koude oorlog tussen de Democraten en de Republikeinen, schrijft Volkskrant-columnist Paul Brill. 'Dat is niet te verenigen met de unieke verantwoordelijkheid die beide partijen hun land toedichten.'

 
Toen de verbouwereerde Reid zoiets zei als 'Pardon?', haalde Boehner nog een keer uit: 'Go fuck yourself.'

Een scheldwoord ophoesten, kan iedereen, maar spitsvondig beledigen is van een andere orde. Zeker in de politiek. Iemand die daarin excelleerde, was Clare Boothe Luce, een van de kleurrijkste figuren op het Amerikaanse politieke toneel van de vorige eeuw. Boothe Luce, in de jaren veertig lid van het Huis van Afgevaardigden voor de Republikeinse partij en onder president Eisenhower Amerikaans ambassadeur in Rome, had veel mee: schoonheid, een kunstzinnige achtergrond, rijkdom (ze was getrouwd met mediamagnaat Henry Luce) en een scherpe geest. Met regelmaat produceerde ze memorabele oneliners. Toen een door haar niet bijster gewaardeerde Republikeinse collega overliep naar de Democratische partij, luidde haar commentaar: 'Prima. Hierdoor gaat het intelligentiepeil van beide partijen omhoog.'

Vergelijk dit eens met de aanvaring die John Boehner, de Republikeinse voorzitter (Speaker) van het Huis van Afgevaardigden, een week geleden had met Harry Reid, de leider van de Democratische fractie in de Senaat. Ik baseer me daarbij op reconstructies die TheWashington Post en het webmagazine Politico maakten van de laatste, koortsachtige onderhandelingen over het akkoord, dat een catastrofale tuimeling in het begrotingsravijn heeft voorkomen. De twee mannen waren uitgenodigd voor een gezamenlijke overlegronde in het Witte Huis en kwamen elkaar tegen in de lobby. Boehner, nog steeds getergd door kritische woorden die Reid een paar dagen eerder over zijn optreden had gesproken in de Senaat, snauwde hem toe: 'Go fuck yourself.' Toen de verbouwereerde Reid zoiets zei als 'Pardon?', haalde Boehner nog een keer uit: 'Go fuck yourself.'

Niet wat je noemt een toonbeeld van superieure ironie. En wat het voorval nog een beetje pijnlijker maakt: in gesprekken met fractiegenoten vertelde de Speaker vervolgens met trots hoe hij Reid op zijn nummer had gezet.

Vleien
Hiermee wil ik niet zeggen dat de omgangsvormen in Washington vroeger zoveel verfijnder waren dan nu. Het Amerikaanse politieke spel was nooit een tijdverdrijf voor zachtzinnige lieden. Als voorman van de Democraten in de Senaat kon Lyndon Johnson ook enorm uitpakken - zijn veelgeprezen biograaf Robert Caro geeft er smakelijke voorbeelden van. Het verschil: hij kon tevens uitstekend vleien, charmeren en - bovenal - een stap terugzetten teneinde zaken te doen met de Republikeinse bewoner van het Witte Huis (Eisenhower).

Het lijkt wel of de huidige generatie van leidende politici dat vermogen is verloren. De Republikeinse fractie in het Huis wordt gegijzeld door de ideologische scherpslijpers ter rechterzijde, voor wie het woord compromis een synoniem is voor nederlaag, en Boehner mist het gezag en het lef om daaraan een einde te maken. Op zijn beurt heeft president Obama alles uit de kast gehaald om zijn verkiezingsbelofte gestand te doen dat er een einde zou komen aan de belastingvoordelen voor de rijkste Amerikanen. Dat is hem goeddeels gelukt, hij heeft deze politieke slag duidelijk gewonnen. Maar het heeft veel weg van een pyrrusoverwinning. Want het beperkte akkoord verschaft slechts een adempauze en lost het probleem van de almaar oplopende Amerikaanse schuld niet op.

Afgrond
Dat probleem zal zich eens te meer opdringen wanneer het wettelijke schuldplafond in zicht komt, waarschijnlijk al binnen twee maanden. En dan te bedenken dat het vooral aan de inspanningen van twee veteranen - vicepresident Joe Biden en Mitch McConnell, de Republikeinse fractieleider in de Senaat - is te danken dat de Verenigde Staten niet nu al zijn weggegleden in een gevaarlijke afgrond. Maar ze hebben niet kunnen verhinderen dat het partijpolitieke klimaat in Washington nog onguurder is geworden dan het al was.

Met een tikkeltje leedvermaak typeert The Economist de bijna noodlottige dans langs de rand van het ravijn als 'Amerika's Europese moment'. Spraken de Amerikanen steeds met misprijzen over het Europese onvermogen om de eurocrisis resoluut aan te pakken, nu zitten ze als het ware in hetzelfde schuitje. De politiek blijkt onmachtig om de problemen bij de wortel aan te pakken. Enghartigheid regeert.

Aardig bedacht, zo'n parallel tussen het Amerikaanse en het Europese ongerief, maar je komt er niet veel verder mee. De schuldenberg waartegen de VS aankijken, is van een totaal andere makelij dan de Europese. Om over de institutionele context maar te zwijgen. De bandbreedte voor kloeke besluitvorming is in Brussel in feite een stuk kleiner dan in Washington - en onder Angela Merkels behoedzame leiderschap zal dat voorlopig niet veranderen. Wie doet alsof het makkelijk anders kan, brengt het Europese project alleen maar verder in de problemen.

Waar Europa een evenwicht moet vinden tussen het nationale en het gemeenschappelijke domein, is in de VS vooral een reveil van het gematigde midden geboden. Er woedt nu welhaast een koude oorlog tussen Democraten en Republikeinen. Dat is niet te verenigen met de unieke verantwoordelijkheid die beide partijen hun land toedichten - en die geen overbodige luxe is in de huidige internationale constellatie.