1174161
April 2011: Leerlingen van het Hondsrugcollege in Emmen maken tijdens de Engelse les gebruik van een iPad. De leerlingen uit de tweede klas mochten de iPad als eerste uitproberen, na de zomervakantie volgen alle brugklassen en daarna de hele school. © ANP

'Het is maar goed dat onderwijs traag vernieuwt'

Opinie Vernieuwing van het onderwijs gaat notoir traag, ook met de inzet van IT. En misschien is dat maar goed ook, stelt Titus Mars van Overheid 2.0.

 
Met veel energie en ongewone financiering komen er mooie scholen tot stand, maar de vertaling naar meer breedte stuit vaak decennialang op bestaande structuren, zoals de 1040 uren norm, het beperkte minimale opleidingsniveau van de docenten, en de onwil van het personeel om verworven rechten ter discussie te willen stellen.

Eind maart kondigde Maurice de Hond in De Wereld Draait Door de 'iPad-school' aan. Een nieuwe onderwijsvorm voor het basisonderwijs, waarin een community van ouders, leerkrachten en de buurt zal inspelen op de talenten van ieder individueel kind, waarin aandacht zal zijn voor '21e-eeuwse' vaardigheden en waar het onderwijs niet alleen in een schoolgebouw, maar ook over internet plaats zal vinden.

Dat het idee om iPad's in dit nieuwe onderwijs in te zetten onevenredig veel aandacht gekregen heeft bij de aankondiging van wat officieel 'Onderwijs voor een nieuwe tijd' genoemd is, is goed te begrijpen. Veel iPad-bezitters kunnen er over meepraten: als je je met zo'n apparaat in de buurt van kinderen bevindt moet goed je best doen om er zelf nog aan te mogen komen. Net als de volwassenen vinden kinderen, ook heel kleine, zo'n tabletcomputer van Apple een mooi apparaat, uitnodigend om mee te spelen. En spelend leren is al eeuwen een ideaal in het onderwijs dat vast goed ondersteund kan worden met dit speelgoed.

Artikel 23
Het iPad onderwijsinitiatief lijkt ondersteund te worden door de Onderwijsraad. Gisteren stuurde die een advies aan de Tweede Kamer met een pleidooi om meer ruimte in de wet voor het stichten van nieuwe scholen. Artikel 23 van de grondwet, dat de Nederlandse vrijheid van onderwijs regelt, was ooit ook bedoeld om pedagogische vernieuwing mogelijk te maken, stelt de Onderwijsraad, maar in de loop van de tijd is die interpretatie van het wetsartikel in het slop geraakt.

Tegenwoordig moeten nieuwe scholen op het gebied van levensbeschouwing iets toevoegen, de voorlopige uitkomst van de in Nederland zwaar beladen discussie over kerk en school. Dat moet er weer af, vindt de Onderwijsraad, die natuurlijk niet direct ingaat op de iPad-school.

Innovatie
Organisaties, het onderwijs niet uitgezonderd, vernieuwen op twee fundamenteel verschillende manieren: in- en extern. Mensen binnen de organisatie nemen initiatieven die gerealiseerd kunnen worden binnen de bestaande kaders. Hardwerkende, bevlogen en vaak getalenteerde onderwijzers maken iedere dag weer stapjes. Het is vooral de uitkomst van heel veel van die kleine vernieuwingen die er voor heeft gezorgd dat de scholen van vandaag heel anders opereren dan veertig jaar geleden. En op die manier is er, ook voor Nederlandse scholen, ook al een berg digitaal onderwijsmateriaal ontwikkeld.

Parallel, en ook grotendeels los daarvan, vinden de grote vernieuwingen plaats. Scholen worden opgericht en opgeheven. Nieuwe scholen baseren zich op nieuw geformuleerde uitgangspunten, of bestaande scholen veranderen van richting. Of nog grootschaliger: in het basisonderwijs bijvoorbeeld de landelijke operatie van de integratie van de lagere scholen met kleuterscholen tot basisscholen.

Stevige bodem
In het onderwijs is vernieuwing nog moeilijker dan daarbuiten. Bedrijven worden gedwongen zich te vernieuwen als de klanten wegblijven, en dat geldt ook voor scholen waar de leerlingen wegblijven. Daarmee ontstaat een minimumnorm waar de scholen zich niet onder kunnen bewegen. Dat is een omstandigheid die nauwelijks voldoende op waarde geschat kan worden: ons onderwijs is niet alleen goed, maar ook vrijwel gegarandeerd goed. Althans, binnen de normen die we er voor gesteld hebben.

Vernieuwen gaat niet over een minimum, maar over pieken, over excellentie. Hoe beter en harder het minimum georganiseerd is, in regels, financieringsstromen en inspectie, hoe lastiger het is om dingen anders te doen. 'Anders' zou immers ergens een consequentie kunnen hebben die tot 'minder' zou kunnen leiden. Dat is ook waar vernieuwing in het onderwijs voortdurend op strandt. Met veel energie en ongewone financiering komen er mooie scholen tot stand, maar de vertaling naar meer breedte stuit vaak decennialang op bestaande structuren, zoals de 1040 uren norm, het beperkte minimale opleidingsniveau van de docenten, en de onwil van het personeel om verworven rechten ter discussie te willen stellen.

En vooral: de in verhouding verbijsterend kleine hoeveelheid geld die we er voor over hebben om onze kinderen op te leiden, in relatie waarmee de kwaliteit van het onderwijs al even verbijsterend 'goed' is.

Het zou mooi zijn als het advies van de Onderwijsraad gevolg krijgt en het makkelijker wordt om nieuwe scholen te stichten. Maar laten we ons toch ook gelukkig prijzen met de traagheid van de innovatie: die is te danken aan een héél efficiënte status quo.

Titus Mars