1353250
Protesten bij de Amerikaanse ambassade in Kuwait City, 13 september. © EPA

Wat zijn de patronen in de anti-Amerikaanse rellen?

Analyse Wat zijn de patronen in de anti-Amerikaanse rellen in islamitische landen? Die lopen sterk uiteen. Maar overal zitten radicalen achter de acties tegen het gewraakte filmpje.

Elk land kent zijn eigen dynamiek. In Libië, Egypte en Jemen waren/zijn Amerikaanse ambassades en consulaten het doelwit van agressie. Ook in andere islamitische landen is anti-Amerikaans protest. Maar de verschillen zijn minstens zo interessant als de overeenkomsten.

De laatste zijn evident. In alle landen was het scabreuze filmpje over de profeet Mohammed de aanleiding tot de opwinding. In alle landen zitten radicale groepen, mogelijk salafisten, achter het geweld. Telkens trokken de aanstichters een blik religieus gekrenkten open en deden ze een beroep op anti-Amerikaanse sentimenten - in de Arabische wereld altijd latent aanwezig.

Maar eigenlijk voert die laatste vaststelling al te ver. In Libië was namelijk geen sprake van een volksprotest tegen de Amerikanen, maar van een goed voorbereide aanval op hun consulaat door een gewapende groep. Demonstraties waren er deze week wel in Benghazi en Tripoli, maar dat waren juist uitingen van sympathie met de VS en hun omgekomen diplomaten. Op Facebook en Twitter, het domein van een nieuwe generatie Libiërs, gonst het van verontwaardiging over de terreuractie.

Geen land in de Arabische wereld is zo pro-Amerikaans als Libië. De dankbaarheid voor de westerse steun tijdens de opstand tegen Kadhafi is groot. De reactie van de Libische regering op de aanslag in Benghazi was fel en ondubbelzinnig, tot genoegen van het Witte Huis.

Profileren
Onduidelijk is wie achter de aanval op het consulaat zaten en welk etiket hun het beste past: 'salafisten' of 'jihadisten'. Radicale moslims genieten weinig steun onder de Libische bevolking. Bij de verkiezingen in juli haalden partijtjes als Al Watan, van de roemruchte commandant Abdel Hakim Belhaj, niet één zetel. Zelfs de (gematigde) partij van de Moslimbroeders deed het veel slechter dan verwacht. Min of meer liberaal gezinden kregen de meeste stemmen.

De salafisten moeten daarom amok maken om zich te profileren. In het wereldse Tunesië, waar gematigde islamisten en seculieren samen regeren, kunnen ze dat eenvoudig doen door alcohol en 'verdorven' kunst aan te pakken. In Libië, waar de hele samenleving nu eenmaal vroom is, grepen ze de afgelopen weken naar zwaarder middelen, zoals het vernielen van soefi-heiligdommen.

'Veel van het geweld duidt op een beweging op zoek naar een doel', aldus Frederic Wehrey van de Carnegie Endownment. 'De Libische salafisten gebruiken nu buitenlandse kwesties om de emoties op te stoken.'

Voor de Egyptische salafisten geldt een ander verhaal. Zij waren juist de grote verrassing van de parlementsverkiezingen, waarin ze een kwart van de stemmen haalden. President Morsi heeft enkele leden van de salafistische Al Nour-partij als minister benoemd. Van gewelddadige methoden bedient Al Nour zich niet.

Toch is ook in Egypte, net als in Libië en Tunesië, sprake van concurrentie tussen salafisten en meer gematigde islamisten. Na de volksopstanden van de Arabische Lente moeten deze Noord-Afrikaanse naties zich opnieuw uitvinden, politiek en maatschappelijk. Religieus gezinde partijen hopen op de hoofdprijs en wie die niet wint via de stembus kan een omweg kiezen: de straat.

Vandaar de dubbelzinnige reactie van Morsi op de anti-Amerikaanse uitbarsting, waarmee hij zichtbaar irritatie wekte bij de Amerikanen. Hij wachtte een etmaal met zijn veroordeling van de bestorming van de ambassade in Caïro en sprak zijn steun uit voor vreedzame protesten tegen de film. Die werden daags erna inderdaad georganiseerd door zijn eigen Moslimbroederschap.

Morsi moet balanceren. Hij is als president verantwoordelijk voor de openbare orde en hij wil zijn relatie met de VS niet onnodig beschadigen. Anderzijds wil hij zijn invloed op 'de straat' niet kwijtraken aan de concurrentie. Zo wordt hij een makkelijke prooi voor lieden die in troebel water vissen.