1054542
Een gewonde Moammar Kadaffi bij zijn arrestatie, kort voordat hij overleed. © AP

De top 11 van gevallen leiders in 2011

In het jaar 2011 kwamen er heel wat leiderschappen ten einde. Van de omverwerping van totalitaire regimes, tot het overlijden van een 'grote roerganger'. Sommige wereldleiders zitten nog altijd in het zadel, maar minder stevig dan voorheen, door aanzwellende protesten. Geen betere manier dus om het buitenlandjaar 2011 af te sluiten met een top 11 van 'gevallen leiders'.

 Hosni Mubarak
Hosni Mubarak
 Silvio Berlusconi
Silvio Berlusconi
 Vladimir Poetin
Vladimir Poetin

1. Moammar Kaddafi (Libië)
'Ik blijf hier en ik zal sterven als martelaar', zei de Libische leider Moammar Kaddafi in een furieuze toespraak op 22 februari. De Arabische Lente bleek na Egypte en Tunesië ook zijn land in de greep te hebben gekregen. De protesten verspreidden zich van Benghazi in het oosten naar de hoorstad Tripoli in het westen. De NAVO mengde zich in de strijd en bood de opstandelingen luchtsteun. Op 27 juni werden er internationale arrestatiebevelen tegen Kaddafi en zijn zoons uitgevaardigd. In augustus werd het bolwerk van Kaddafi veroverd en sloeg de Libische leider op de vlucht. Uiteindelijk werd hij op 20 oktober gedood in Sirte. Libië wordt nu geleid door de Nationale Overgangsraad (NTC).

2. Hosni Mubarak (Egypte)
Een andere leider die als gevolg van de Arabische revolutie keihard van zijn voetstuk viel is Hosni Mubarak. Wekenlang was de wereld in de ban van de massale protesten op het Tahrirplein in hoofdstad Caïro, die tot doel hadden om zijn regime omver te werpen. Mubarak weigerde aanvankelijk op te stappen. De toezegging dat hij zich niet herkiesbaar stelde bij de volgende verkiezingen, was voor de demonstranten niet voldoende.

Op 11 februari vluchtte Mubarak naar de badplaats Sharm el-Sheikh, en maakte vice-president Omar Suleiman bekend dat hij de macht alsnog had overgedragen aan het leger. Later in het jaar kwam het opnieuw tot protesten op het Tahrirplein, omdat er onvrede was over het uitblijven van grote hervormingen. En Mubarak? Die zagen we in de zomer in een ziekenhuisbed in een kooi in een rechtbank. Hij verkeert in slechte gezondheid en staat terecht voor een reeks van aanklachten, waaronder machtsmisbruik.

3. Kim Jong-il (Noord-Korea)
Op 19 december waren de straten van Pyongyang het decor van huilende mensenmassa's: de staatstelevisie had - middels een eveneens huilende nieuwslezer - bekendgemaakt dat Kim Jong-il de Geliefde Leider, de Generaal, twee dagen eerder was overleden. Het regime van de opperbevelhebber van de Noord-Koreaanse strijdkrachten was ten einde. Hij wordt opgevolgd door zijn zoon Kim Jong-un. De verwachting is dat die het beleid van zijn vader zal voortzetten: het land met ijzeren vuist regeren, regelmatig ruzie maken met Zuid-Korea én - middels het omstreden kernwapenprogramma -  met de rest van de wereld.

4. Zine El Abidine Ben Ali (Tunesië)
Zine El Abidine Ben Ali kan over de gevolgen van de Arabische lente meepraten. In zijn land begonnen de massale volksprotesten die tot doel hadden om de zittende regeringen onvrede te tonen.  Op 14 januari ontvluchtte hij zijn land en kwam in Saoedi-Arabië terecht. Op 17 februari werd bekend dat hij in een ziekenhuis is opgenomen. Daar zou hij in een coma zijn beland. Hij wordt onder meer door Interpol gezocht, maar Saoedi-Arabië weigert hem uit te leveren.

5. Laurent Gbagbo (Ivoorkust)
Laurent Gbagbo verloor vorig jaar de presidentsverkiezingen in Ivoorkust van zijn tegenstander Alassane Ouattara, maar weigerde op te stappen. Dit leidde tot een explosie van geweld in het land. Ongeveer 3.000 mensen werden tijdens de onlusten gedood. Het ICC houdt Gbagbo hiervoor mede-verantwoordelijk. Sinds 11 april staat hij onder huisarrest en sinds november verblijft hij in de gevangenis in Scheveningen. Hij wordt onder meer aangeklaagd voor moord, verkrachting en vervolging.

6. Silvio Berlusconi (Italië)
Vele corruptieprocessen, de beruchte Ruby-gate, en een financiële crisis in zijn land: 2011 was een bewogen jaar voor Silvio Berlusconi. 17 Jaar lang schudde de politiek machtigste man van Italië de handen van alle wereldleiders. Maar zijn volk werd zijn schunnige grappen, de vele beschuldigingen van corruptie, belastingfraude en verhalen over 'bunga-bunga-feesten' steeds meer beu. De Europese schuldencrisis dwong hem uiteindelijk om uit het hoogste politieke ambt van Italië te stappen, en plaats te maken voor een technocratenregering. Nu zijn politieke onschendbaarheid niet meer geldt, wachten hem vooral veel rechtszaken, boetes... en Ruby.

7. George Papandreou (Griekenland)
Plaatsmaken voor een regering van technocraten, George Papandreou kan erover meepraten. Ook hij verloor het premierschap als gevolg van de schuldencrisis. Dieptepunt: begin november kwam Papandreou met het voorstel voor een nationaal referendum over de strenge Europese maatregelen waar hij eerder mee akkoord was gegaan. Toen Frankrijk en Griekenland dreigden om de Europese geldkraan dicht te draaien, trok hij dat weer in. Een vertrouwensstemming in het parlement overleefde hij ternauwernood, maar hij moest daarvoor toezeggen een overgangsregering te vormen. Zijn regeerperiode kwam op 11 november ten einde.

8. Ali Abdullah Saleh (Jemen)
Ook Ali Abdullah Saleh van Jemen zag zijn presidentschap het afgelopen jaar eindigen. Na Tunesië en Egypte brak de Arabische lente in januari ook in zijn land uit. Hij stuurde in maart zijn regeringsploeg naar huis, maar weigerde zelf op te stappen. Hij bleef voorwaarden stellen aan een eventueel aftreden, en weigerde diverse akkoorden daarover te tekenen. Een granaataanslag op de moskee van zijn presidentieel paleis zorgde er op 4 juni voor dat hij ernstig gewond raakte. In de Saoedische hoofdstad Riyad werd hij behandeld. Op 23 november trad Saleh officieel af, en kwam er na 21 jaar een einde aan zijn presidentschap.

9. Bashar al-Assad (Syrië)
Wie nog wel in het zadel zit, is de Syrische president Bashar al-Assad. De Arabische revolutie heeft hem tot dusverre nog niet doen vertrekken, maar heeft wel zijn ware aard naar boven gebracht. De volksprotesten in zijn land werden met zeer harde hand de kop in gedrukt. Het afgelopen jaar zijn er vele berichten naar buiten gekomen van grote slachtpartijen in verschillende delen van het land. Assad schrijft het geweld zelf toe aan criminele bendes, maar feit is dat hij internationaal gezien behoorlijk wat aanzien heeft moeten inleveren.

10. Vladimir Poetin (Rusland)
Vladimir Poetin was de afgelopen vier de premier van Rusland, onder Dimitri Medvedev. Bij de presidentsverkiezingen van komend voorjaar hoopt hij het presidentschap, dat hij van 2000 tot 2008 vervulde, weer te kunnen oppakken. En alles lijkt erop te wijzen dat dat ook gaat lukken. Toch verdient hij een plek in deze lijst. Want voor het eerst sinds zijn leiderschap zag hij zich dit jaar geconfronteerd met massale volksprotesten. Die kwamen voort uit de vermeende fraude bij de Doema-verkiezingen van begin december. Poetins partij Verenigd Rusland won daarin bijna de helft van de stemmen, maar volgens waarnemers en demonstranten is er met de cijfers geknoeid. Toen Poetin een bokswedstrijd bijwoonde, werd hij zelfs door het publiek uitgejouwd. Een nieuwe ervaring voor hem. Het zou dus zomaar kunnen dat de overwinning komend voorjaar iets minder soepel tot hem zal komen dan hij wellicht had verwacht.

11. Hamad bin Isa Al Khalifa (Bahrein)

Ook de koning van Bahrein, Hamad bin Isa Al Khalifa, kreeg het afgelopen jaar te maken met opstanden in zijn land. De door burgers in het leven geroepen Facebook-pagina 'Dag van de Woede' werd binnen een week door 90.000 mensen 'geliked'. De demonstranten eisten grotere politieke vrijheid in het land, en daarnaast wilden ze dat de monarchie eindigde. Het Parelplein in Manamah werd het centrum van de protesten. Een paar maanden vol protesten, die regelmatig bloedig werden neergeslagen, waren het gevolg. In maart riep Hamad de noodtoestand uit, maar de protesten gingen door. Begin juli ging een 'nationale dialoog' van start, waartoe de soennitische machthebbers hadden opgeroepen.  Ook de belangrijkste sjiitische oppositiepartij neemt daaraan deel.

Voor de democratie was 2011 in veel gevallen nog niet eens zo'n slecht jaar.