1515210
Leerlingen in het Zadkine. © ANP

D66 wil ook af van 1040-urennorm in mbo

Het mbo moet niet worden opgezadeld met een minimumnorm voor het aantal uren dat leerlingen les moeten krijgen. Dat stelt D66-Kamerlid Paul van Meenen vandaag, die zich eerder al verzette tegen een norm van 1040 uur in het middelbaar onderwijs.

'Kwaliteit kun je niet meten in tijd', stelt Van Meenen. Hij wil dat scholen meer ruimte krijgen om hun opleidingen zo goed mogelijk te maken, zonder dat ze daarbij moeten voldoen aan urennormen uit Den Haag. 'Zo'n norm werkt beperkend. Het laat geen ruimte voor maatwerk en zorgt ervoor dat opleidingen niet aansluiten bij de vraag van het bedrijfsleven.'

Minister Jet Bussemaker van Onderwijs stelt ook dat het aan scholen is om een 'volwaardig, evenwichtig en uitdagend onderwijsprogramma aan te bieden met voldoende uren'. Ze heeft wel een norm gesteld, maar geeft scholen meer ruimte om daar invulling aan te geven en koppelt de norm niet meer aan geld. 'De minister is op de goede weg. Ze moet nu het laatste stapje zetten en de norm loslaten', aldus Van Meenen.

In een nieuwe wet staat dat mbo's die de nadruk leggen op praktijkervaring moeten blijven voldoen aan een norm van 850 uur per jaar, mbo's die meer aan theorie doen, moeten aan 1000 uur per jaar komen. De Tweede Kamer praat donderdagavond over de wet.

Van Meenen hoopt op een meerderheid in de Kamer, omdat hij die eerder ook wist te bereiken over de 1040-urennorm. Toen kreeg hij steun van SP, CDA en PvdA. Die laatste partij stelt nu dat het gaat om veel minder uren in het mbo dan in het middelbaar onderwijs. Daarom mag de norm niet overboord, vindt Kamerlid Tanja Jadnanansing. Tegelijkertijd moeten die uren wel goed worden ingevuld, vindt ze.