1937111
De Citotoest afgelopen februari op een school in Den Haag. © ANP

'Citotoets moet weer worden waar hij voor bedoeld was: een hulpmiddel'

Commentaar Tweede Kamer roept de verabsolutering van de Citotoets voorlopig een halt toe. Gelukkig maar, schrijft Sander van Walsum in het commentaar van de Volkskrant van vandaag.

Staatssecretaris Dekker (Onderwijs) wilde de inspanningsplicht die hij de basisscholen oplegt graag wat tastbaarder maken: wat hem betreft moesten ze de gemiddelde score van de Citotoets - die halverwege groep 8 wordt afgenomen - met 1,6 punt opkrikken. De Kamer was niet gediend van deze sturing in decimalen. Ze schrapte dit onderdeel uit de onderwijsbegroting.

Een terechte ingreep. De Citotoets was zo'n 45 jaar geleden bedoeld als objectief hulpmiddel van de leerkracht bij de vaststelling van het niveau waarop de leerling voortgezet onderwijs kon volgen. Tot dan toe was het schooladvies het resultaat van enig nattevingerwerk - waarbij het opleidingsniveau van de ouders richtinggevend was.

De Citotoets moest de procedure wat minder arbitrair maken. Aan dat doel heeft hij zo goed beantwoord, dat hij is verworden tot hoofdpijler onder het schooladvies en tot waarmerk van de kwaliteit van de school. Staatssecretaris Dekker had de Citoscore ook nog eens willen opwaarderen van registratie van het niveau van de individuele leerling tot een van bovenaf vastgestelde productienorm. Daardoor zou de toets wel erg ver buiten het bereik van zijn oorspronkelijke bedoeling zijn geraakt.

Boterzachte norm
In de praktijk zou Dekkers productienorm bovendien boterzacht zijn geweest. Hij zou de praktijk van teaching to the test - leerlingen klaarstomen voor de Citotoets - slechts verder hebben aangewakkerd. Verder leert de ervaring dat de normering van de Citoscore de prestaties volgt: slechte scores leiden tot een lichtere normering, goede scores tot een hogere normering. Het gemiddelde bedraagt dientengevolge al jaren zo'n 535 punten.

De Citotoets moet weer gewoon worden gebruikt waarvoor hij bedoeld was: als hulpmiddel voor de school. Niet minder, maar zeker niet meer. De relativering van zijn belang zou ook moeten impliceren dat een 'fout' schooladvies makkelijker te corrigeren is dan nu. Een vmbo-advies voor een leerling die eigenlijk op de havo thuishoort, is geen probleem als de betrokken leerling tussentijds - dus voor het eindexamenjaar - naar de havo kan switchen. Nu is die weg praktisch onbegaanbaar. Daar zou de Kamer zich ook weleens over kunnen buigen - als ze verabsolutering van de Citotoets wil tegengaan.

Sander van Walsum is redacteur van de Volkskrant.