Zo goed zo nieuw zo fris

Urban Dance Squad speelt weer. UDS: Hollands glorie, maar ook heisa en akkevietjes. ‘Een chaos die klopte.’..

Achteraf is het makkelijk praten, maar er broeide wel degelijk iets. Wat? Een nieuw soort energie zocht zijn uitweg. Noem het verkenningsdrang, een groeiende behoefte om over de schutting te kijken en los te breken uit bestaande idiomen. En daar had je vijf jongens, Nederlandse jongens, die het zomaar uit de lucht plukten.

The globe rotates from new to old, ‘zong’ Rudeboy in A Deeper Shade of Soul. En: UDS takes both to reach the souls. Het is precies wat ‘Joe Die Es’ – Urban Dance Squad, kortweg ‘de Squad’ – eind jaren tachtig deed: nieuw met oud confronteren op een manier die net zo bezield als bezielend was.

They call it rogue-rock, aldus Rudeboy in datzelfde nummer. But it’s a deeper shade of soul. Voor Jean-Marie Aerts, de Belgische producer van Mental Floss for the Globe, de debuutplaat van UDS in 1989, ‘covert’ die term het helemaal: a deeper shade of soul. Urban Dance Squad op z’n best – dat is, zegt hij, ‘niet alleen het gebrul en het gehamer, het is wárm; soul met zo’n intentie’.

Toen het vijftal in december 1986 voor het eerst bijeenkwam in de Vrije Vloer, poppodium in Utrecht, publiceerde muziekblad OOR traditiegetrouw de jaarlijstjes van de Nederlandse popjournalisten. Paul Simons Graceland stond op één; nummer twee was Parade (Prince) en drie Life’s Rich Pageant (R.E.M.).

Dat was de status-quo in die dagen; de platen – de cd was nog in opkomst – die er volgens de kenners toe deden. Het jaar daarop zou Sign ‘O’ the Times verschijnen, evenals Yo! Bum Rush The Show van Public Enemy en The Uplift Mofo Party Plan van Red Hot Chili Peppers.

De overlevering wil dat het meteen raak was, die decemberdag in Utrecht. Bassist, gitarist, drummer en deejay waren alvast aan het jammen, in afwachting van de rapper, die zich voor het eerst in deze bezetting zou voegen. Stond de rapper daar ineens, achter de microfoon die voor hem klaar was gezet . En rapte, nog voordat iemand ‘hey’ of ‘hallo’ kon zeggen.

Simpelweg een jam en er ontstaat iets, zelfs een nummer: Struggle for Jive. Magisch is een woord dat vaak viel in de buurt van die band, die in elk geval anders was. Magisch en moeilijk trouwens. Explosief ook – maar daarover later meer.

Hier gold het merkwaardige verschijnsel van de synchroniciteit. Terwijl Fishbone, Living Colour en Red Hot Chili Peppers aan de overkant van de Oceaan – ieder voor zich – bezig waren de bakens tussen witte en zwarte muziek flink te verzetten, deed UDS dat op eigen kracht in Nederland.

Achteraf kun je zeggen: goh, een rockband met een rapper, dat was nog nooit vertoond. Maar daarmee doe je UDS tekort. Het was trouwens aanvankelijk geen band, het was een knipperlichtrelatie, die op afroep op hold werd gezet.

De magie... Alleen die naam al. Urban stond, zeker in Europa, nog simpelweg voor ‘stedelijk’, en Dance had nog niet die connotatie van vergaarbak van house, disco en alle subgenres die erbij horen. De naam Urban Dance Squad was ontleend aan Urban Dancefloor Guerillas, de albumtitel uit 1983 van George Clintons P-Funk All Stars.

Volgens de Amerikaanse marketeers kon die naam trouwens niet. Iets als Stedelijk Disco Squadron zou ginds maar verkeerde associaties oproepen. Op platenhoezen werd uit voorzorg een sticker geplakt: ‘Don’t let the name fool you’.

Kijk ook naar de fysieke samenstelling, te mooi om waar te zijn. De benjamin Patrick Tilon, opgewonden standje, alias Rudeboy Remington, ska- en Beatlesfan in één; geweldige rapper, fantastische danser; afkomst: Amerikaans-Surinaams.

Nog zo’n personality: René van Barneveld, koosnaam Tres Manos, indiaan op cowboylaarzen, geboren in Soerabaja, ogenschijnlijk leeftijdloos, wel dik de oudste van het stel, door collega-muzikanten verkozen tot beste Nederlandse gitarist aller tijden.

Ook niet over het hoofd te zien: Michel Schoots, drummer Magic Stick, bekend van new-waveband De Div, Hollands glorie in eigen persoon, harde werker, stuwende kracht tot ver achter de schermen.

Fotogeniek (en o zo clumsy): bassist Silvano Matadin (Silly Sil), brother uit Paramaribo, die samen met René van Barneveld in GaGa speelde (Nederlandstalig op Afrikaanse ritmes) en ook met hem Rufus Thomas, de grand old man van de Memphis-soul begeleidde.

En nog zo’n uitgesproken geval: Arjen de Vreede (dj DNA), bleke verschijning in tiedye-T-shirt achter de turntables, die met een fles Jack Daniels in de hand na de toegift het podium af sprong; gedreven verzamelaar (van freejazz tot dijenkletsers), bedreven stoorzender.

In eindeloze jamsessies, die uren, dagen konden voortduren, werden al die verschillende ingrediënten (voorliefdes, smaken, speelervaringen, repertoirekennis) opgestookt tot één driftig borrelende melting pot. Met een beetje elan nog van die andere Squad: de GoGo Squad, een uitgelaten groove-machine, die aan UDS voorafging.

‘Zo goed, zo nieuw, zo fris, zo creatief, zo powerful, daar kon je niet naast kijken’, zegt Jean-Marie Aerts over de samenwerking met UDS in de zomer van 1989. In de ICP Studios in Brussel besefte iedereen, technici incluis, dat er iets bijzonders aan de hand was. ‘Die ene keer in de zoveel jaar dat er iets opstaat, iets nieuws, dat richtingbepalend is, en niet alleen in België en Nederland, maar in de wereld’, daar mochten zij bij zijn.

Aerts: ‘Het laatste nummer van de plaat, God Blasts the Queen – ik sloeg pal achterover. Ik was naar binnen gegaan, want het is toch anders als je vanachter het glas luistert. Dus ik stapte binnen en kwam in een geweldige, gecontroleerde chaos terecht, een chaos die klopte... Maar eigenlijk is alles me bijgebleven.’

In de jaaroogst van OOR eindigde Mental Floss for the Globe op de derde plaats – na Lou Reed (New York) op één, en Neil Young (Freedom) op twee. Naschrift: ‘Nog nooit en te nimmer scoorde een nederact zo hoog.’

Roadie ‘Buffel’ ging de eerste anderhalf jaar mee als lichtman. Stond UDS het ene moment nog in ‘dorpshuizen’, al gauw waren de grote festivals al in beeld. ‘Een waanzinnige tijd’, zegt hij, in meerdere opzichten. ‘We waren een keer in Friesland, in Sneek. Belde Rudeboy een uur voordat ze moesten spelen: hoe lang de trein er eigenlijk over deed vanuit Amsterdam. Toen was het: shit, dat ga ik niet halen. Dus hebben ze zonder hem gespeeld. Eén grote jam was dat. Maar daar kwamen ze goed mee weg. Want in het contract hadden ze laten opnemen dat verrassingen niet uitgesloten waren.’

Andere koek: toeren door Amerika in een sleeping coach. ‘Een jongensdroom’, zegt Paul van Meelis, die bijna tien jaar lang de manager was (‘We hebben net zoveel gelachen als gehuild met elkaar’). Uitzinnige taferelen in Japan. Spelen op de New Music Seminar in New York (op de openingsavond met Mano Negra en George Clinton), en op de grote festivals in Europa, van Roskilde tot Lowlands. Een superstatus in Frankrijk. En nog zo’n bewijs van dat indrukwekkende succes: in Amerika behaalde de single A Deeper Shade of Soul de 21ste plaats in de Billboard Hot 100.

Of het ook een vriendenclub was? ‘Ik zit niet in deze band omdat ik in een praatgroep wilde’, zegt gitarist René van Barneveld in een OOR-interview (3 december 1994). Bij die gelegenheid spreekt drummer Michel Schoots van een ‘gewapende vrede’ – ‘dat je geleerd hebt over bepaalde dingen niet meer in discussie te gaan. Dat je de instrumenten het werk laat doen’.

Het jaar daarvoor was Arjen de Vreede midden in een Europese tournee opgestapt ‘om persoonlijke redenen’, terwijl de band juist weer overeind krabbelde na teleurstellende ervaringen in Amerika. Gebrek aan inzet voor de tweede plaat Life ’N Perspectives Of A Genuine Crossover had tot de breuk met Ariola/BMG geleid. In Bordeaux besloot DNA dat de maat vol was, hij ging naar huis. Tourmanager (’90-2000) Flip van Ommeren: ‘Gek genoeg waren de concerten daarna de beste van de tournee. Ook dat typeert de Squad; alsof ze dachten: we zullen hem een poepie laten ruiken.’

De gebeurtenis staat niet alleen. Naast een rijk oeuvre en een geweldige live-reputatie waren er van meet af aan vege tekens en akkevietjes die duidden op een onverenigbaarheid van karakters. Uitersten waren in UDS vertegenwoordigd, van bedachtzaam intellectueel tot opgewonden macho – ook in dat opzicht kende het palet vele schakeringen.

Manager Paul van Meelis is ervan overtuigd dat juist door die ‘extreme dynamiek’ UDS zover is gekomen. ‘Die extreme dynamiek was er op de bühne, in de tourbus en ’s avonds op de hotelkamer. Die gold de karakters, de samenstelling van de band en het kleurenpalet van de muziek. Dat was een gegeven.’

Jean-Marie Aerts: ‘Interessante clashes maken energie vrij. Dat heeft ook een creatieve kant.’

Zonder deejay ontwikkelde UDS zich tot een kameleontische, gruizige rockband waarin live vooral het fenomenale, gevarieerde gitaarspel van Tres Manos de aandacht trok. Naast de présence van Rudeboy natuurlijk (‘Ik ben een emotionele jongen’), die nooit ophield te prediken over de true underground, op basis van een strikt sportschoolregime almaar massiever werd en ruim baan gaf aan zijn zanglust ten koste van de stuiterende rapsalvo’s.

Werd Persona Non Grata (1994), de eerste cd die UDS bij Virgin Records uitbracht, nog positief ontvangen (clubhit Demogogue!), de opvolger Planet Ultra (1996) vermocht de handen van de critici nauwelijks op elkaar te krijgen. Het was een evident breekpunt in een carrière, die allang niet meer alleen een opgaande lijn vertoonde. Zoals eerder het mislukken van de American Dream, na die uitputtende tournee met Living Colour, een breekpunt was.

Over gebrek aan aanhankelijkheidsbetuigingen had Urban Dance Squad nooit te klagen gehad. Sterker: geen andere Nederlandse band was zo op handen gedragen door de (internationale) pers. En nu heette het op z’n voordeligst: och, tja, wat zullen we d’rvan zeggen.

Mooi dat de viermans-Squad zich toch weer wist te verzoenen met DNA; dat was in ’97. In de oorspronkelijke bezetting werkten ze vijf man sterk aan Artantica (1999). En toen ging het pas echt mis. ‘Potsierlijke presentatie’, schreef bijvoorbeeld de Volkskrant. Dat betrof niet zozeer de muzikale competenties, alswel Rudeboy die (onder invloed van de film Saving Private Ryan) bepakt en bezakt met wapentuig in militair tenue het podium beklom. UDS leek zo zijn eigen oorlog met de communis opinio uit te vechten. Ook in andere kranten werden harde noten gekraakt.

Resultaat: enorme heisa en een ronduit grimmige sfeer. Urban Dance Squad was de gebeten hond die geen goed meer kon doen. Ten minste één journalist werd bedreigd, opgeklopte geruchten deden de ronde over een ‘dodenlijst’. En zo ging een legendarische band nogal sukkelig zijn einde tegemoet. Een jaar later was het offcicieel: UDS is niet meer – tot nu dan. Bij wijze van promotie van The Singles Collection, die verschijnt bij Sony BMG, treedt de band deze zomer weer op. Zonder dj DNA.