1516862
Marcia Luyten © ANP

'Ons werd alles ineens glashelder: in Malindi was geen moer te doen'

COLUMN Columnist Lidy Nicolasen moest deze week denken aan haar reis naar Nairobi in de jaren tachtig in verband met de Internationale Wereldvrouwenconferentie. 'Mannen en jongens, geen vrouw te bekennen.'

 
Ga niet zeuren dat de ontwikkelingshulp niet heeft gewerkt: Afrika is booming

Dag Afrika luidt de titel van het boek van Marcia Luyten dat deze week tijdens een avondvullend programma over Afrika in Amsterdam werd gepresenteerd. Het was meteen de opening van de week Afrika! Het oude en het nieuwe Afrika. Voor wie het gemist mocht hebben: Afrika is booming. Praat nooit meer over 'het afgeschreven werelddeel', zeg het 'opkomend continent'.

Oorlog, armoede en ander leed is er nog volop, maar intussen ontpopt Afrika zich als een stadswijk waar de verpaupering sluipenderwijs plaatsmaakt voor hip, trendy en the place to be. Uiteindelijk wil iedereen er wonen, werken en eten en stijgen de huizenprijzen navenant. Denk aan het Berlijnse Kreuzberg of dichterbij huis de Amsterdamse Pijp. Van broedplaats naar geliefd oord van kunstenaars, schrijvers, fotografen en dichters, tenslotte gevolgd door kapitaalkrachtiger lieden.

In de titel Dag Afrika heeft Luyten groet en afscheid samengepakt. Zij is econoom en werkte er als journalist, voordat ze diplomaat werd in dienst van Buitenlandse Zaken. Het afscheid geldt de uitgestoken hand van de Afrikaan naar de 'witte man'. Die gaat verdwijnen, omdat de eigen economische groei die van de vroegere weldoener aan het overtreffen is en Afrika in China een veel minder moraliserende investeerder heeft gevonden. Er zijn zelfs lieden die niet meer de vraag opwerpen of Afrika het zonder ons kan, maar of wij het wel kunnen redden zonder Afrika.

Herstel
Ga niet zeuren dat de ontwikkelingshulp niet heeft gewerkt. De weg naar herstel kent net zoveel obstakels als duwtjes in de rug. Mij brengt het deze week terug naar de Internationale Wereldvrouwenconferentie in Nairobi in de jaren tachtig. Tuurlijk deden wij Nederlandse verslaggeefsters er driftig verslag van, al of niet dankzij subsidie. Omdat we beseften dat vrouwen niet alleen maar heilig zijn, besloten een collega en ik op enig moment af te reizen naar Malindi. In deze badplaats aan de Indische Oceaan zou het sekstoerisme welig tieren. De daders geen mannen, maar westerse vrouwen. De slachtoffers zwarte knaapjes.

We streken neer in aan elkaar geschakelde vakantiehuisjes, waar ontwikkelingwerkers goedkoop hun vakantie doorbrachten en waar elke ochtend een man met een flitspuit ongevraagd zijn rondje deed. Het strand viel tegen. Alleen als je plat lag, voelde je de prikken van de zandkorrels opgejaagd door de straffe wind niet. Lag je lang genoeg op je buik, dan was er na tien minuten niet veel meer van je over dan zandduin.

Verkeerde jaargetijde, zeiden we opgewekt tegen elkaar. We kleedden ons deftig aan en togen naar de meest beroemde discotheek van Malindi, een oude Arabische handelsstad. Nooit een grotere discotheek gezien, ook al waren we geen specialist op dit terrein. 'We zijn te vroeg', zeiden we nog immer vol goede moed en streken neer aan de bar, waar we ons onderhielden met de barman. 'Ze komen nog', zei de barman, toen we hem polsten over de jonge jongens en de oude westerse vrouwen.

Plots klonk achter ons een enorm gebrul, alsof het leven op punt stond te beginnen. Het lawaai werd veroorzaakt door aangeschoten Belgen, die jammerden dat geen enkele vrouw in dit godvergeten oord het niet voor de poen deed. Wij beklaagden ze verveeld, maar zagen ons na enige tijd gedwongen ze hardhandig te laten inzien dat wij het in elk geval niet met ze deden, geld of niet. Diep in de nacht haakten we moedeloos af. Al die tijd had zich geen enkele andere gast laten zien in de disco.

Restaurant
Al in Nairobi hadden we een plek in een populair en druk bezocht restaurant laten reserveren, midden in de bush en net even buiten de stad. Ook de taxi die ons de volgende dag oppikte, hadden we in Nairobi geregeld. Toen we de oprijlaan van het prachtig gelegen restaurant opdraaiden, floepten alle lichten als op bevel aan. De manager stond ons op te wachten met een glaasje champagne. Of we maar even met hem wilden neerzitten.

Alsof hij al dagenlang geen mens had gesproken, zo ratelde hij door over de Keniaanse regering die dwars lag, over het door de Japanners aangelegde vliegveld dat er ongebruikt bij lag, over de miljoenen die hij in zijn droom had geïnvesteerd, over de hemeltergende bureaucratie, over de Engelsen die hem dwarsboomden. Kortom, hij maakte van zijn hart geen moordkuil. Ons werd alles ineens glashelder: in Malindi was geen moer te doen. Verkeerde tijd, verkeerde plaats.

We kozen zelf een tafeltje tussen alle andere gedekte maar lege tafels, voldoende uit het gehoor van onze gastheer om met hem en onszelf de draak te kunnen steken. De taxi terug arriveerde ruim op tijd. De volgende dag slenterden we langs de kraampjes met toeristische snuisterijen, waar we werden aangeklampt door alle verkopers tegelijk. Mannen en jongens, geen vrouw te bekennen.

Helaas schreven we beiden geen letter over dit mislukte stukje onderzoeksjournalistiek. We gingen ook nooit meer terug. Anderen deden dat wel, getuige de recente film Paradies: Liebe van de Duitse cineast Ulrich Seidl. Geloof het of niet, ook Malindi is intussen booming geworden. Hotel Flamingo, that's where the action is.

Lidy Nicolasen is redacteur van de Volkskrant. Iedere zaterdag schrijft zij een column voor Volkskrant.nl.