Sneeuwval remt stijging zeespiegel
© GETTY

Sneeuwval remt stijging zeespiegel

Utrechtse klimatologen hebben een kleine rem gevonden op zeespiegelstijging in een warmer klimaat. Door iedere graad opwarming neemt de sneeuwval rond de Zuidpool met 5 procent toe waardoor dat water aan de oceaan wordt onttrokken, schrijven ze deze week in Nature Climate Change.

Door de opwarming van de aarde kan de lucht boven oceanen meer waterdamp vasthouden. De lucht ontneemt zo ook meer water uit de oceaan, dat in de vorm van sneeuw op Antarctica valt. Hoe warmer het wordt, hoe meer sneeuwval men mag verwachten.

10 procent

Lang bestonden er vermoedens over de 5 procent extra sneeuw. Nu is dat voor de laatste 20 duizend jaar hardgemaakt

Stefan Ligtenberg, poolonderzoeker aan de Universiteit Utrecht

'Voor elke graad temperatuurstijging valt er 5 procent meer sneeuw rond de Zuidpool. Het water dat daardoor aan de oceaan ontsnapt zou met de huidige zeespiegelstijging zorgen voor een afname van de stijging met 10 procent', aldus Stefan Ligtenberg, poolonderzoeker aan de Universiteit Utrecht. Die 5 procent sneeuwval betekent omgerekend een afname van de stijging met 0,3 millimeter. Op dit moment stijgt de zeespiegel met 3 millimeter per jaar.

Om een verband te vinden tussen temperatuurstijging en sneeuwval keken de onderzoekers naar ijslagen in ijskernen. Deze geboorde ijskokers met de dikte van een fles wijn werken als de jaarringen van een boom. Zo is te zien wanneer er vroeger veel en wanneer er weinig sneeuw viel.

Luchtbelletjes

Uit de luchtbelletjes, gevangen in het ijs, wisten Amerikaanse onderzoekers al eerder af te leiden hoe warm het de laatste 20 duizend jaar is geweest en hoeveel sneeuw daarbij hoorde. Het verband tussen 5 procent meer sneeuw per graad temperatuurstijging bleek al die millennia van kracht.

Het sneeuweffect is niet groot genoeg om tot een nettodaling van de zee te komen. Toch ziet Ligtenberg het belang van de ontdekking in. 'Lang bestonden er vermoedens over de 5 procent extra sneeuw. Nu is dat voor de laatste 20 duizend jaar hardgemaakt. Daardoor kunnen we die gegevens betrekken bij het maken van klimaatmodellen.'